'Fatsoenlijke minister houdt zich verre van rechterlijke macht'

Op 1 april zijn de vijf kwartier makers van het nieuwe rechterlijke orgaan, de Raad voor de Rechtspraak, officieel met hun taak begonnen....

In een brandbrief aan de minister sprak de Hoge Raad midden vorig jaar de vrees uit dat, als de wetsvoorstellen ongewijzigd worden aangenomen, de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht in gevaar zou komen en de minister van Justitie te veel politieke invloed zou krijgen op die macht. Voorzitter Mendlik van de stuurgroep die de nieuwe raad in de steigers moest zetten, wasbenauwd dat onder de in dewet omschreven omstandigheden geen enkel lid van de rechterlijke macht bereid zou zijn in het bestuursorgaan te stappen.

De bestuurlijke pioniers zijn er evenwel zonder problemen gekomen en zijn, onder voorzitterschap van Bert van Delden, voormalig president van de rechtbank Den Haag, inmiddels aan het werk in de Haagse Kanonstraat. Van Delden heeft daarvoor zelfs 'met pijn in het hart' afscheid genomen van 'het mooiste vak van de wereld: rechtspreken'.

- U deelt de vrees van de Hoge Raad niet?

'Ik heb er alle vertrouwen in dat de Kamer en de minister nog tot beter inzicht komen. De Hoge Raad heeft problemen met het voornemen het ontslag- en schorsingsrecht van leden van de raad en de gerechtsbesturen in handen van de minister te leggen. Daarmee zou hij een te grote invloed krijgen op de rechtsprekende macht. Het moeilijke van deze discussie is dat er in Nederland tot dusverre nooit sprake is geweest van politieke inmenging van de minister. Ook het departement gedraagt zich altijd buitengewoon netjes. Maar zo'n wet wordt natuurlijk niet gemaakt voor fatsoenlijke ministers, zoals wij die altijd hebben gehad. Die is er voor alle omstandigheden, ook als het toevallig eens wat minder gaat. Dan is het goed die ontslag- en schorsingsbevoegdheid te leggen waar die hoort, bij de Hoge Raad.'

- Als die wet niet wordt aangepast, stapt u op?

'Politici zeggen bij zo'n hypothetische vraag altijd: wie dan leeft die dan zorgt. Ik zou het wel jammer en ook heel onverstandig vinden als het wetsvoorstel niet wordt aangepast. Het gaat maar om een hele kleine wijziging, die wezenlijk is voor het vertrouwen in de noodzakelijke moderni serings operatie.'

- Er is meer kritiek op de raad. Hij is, in het Nederlands Juristenblad (NJB), een paard van Troje genoemd. De Hoge Raad en de Raad voor de rechtspraak samen zou betekenen: twee kapiteins op het schip van de rechterlijke macht. Oud-rechtbankpresident Asscher noemt de raad zelfs een riskant machtsmiddel. Wat vindt u van die kritiek?

'Ik vind mensen altijd zo bang voor van alles en nog wat. Ze doen net of de wereld totaal verandert door deze wet. Al die potentiële conflicten, waar ze voor waarschuwen, zouden zich al eerder hebben kunnen voordoen. De hoogste appèlcolleges zouden nu ook rollebollend over straat kunnen gaan. Die hebben nu toch ook geen slaande ruzie? In de huidige situatie kan ook, bijvoorbeeld op het terrein van de rechtseenheid, een conflict ontstaan tussen de Hoge Raad en de presidentenvergadering. Die situatie heeft zich nooit voorgedaan, omdat de rechterlijke macht altijd nogal voorzichtig opereert. Echt, ik begrijp die discussie niet.'

- Er is een tekort aan rechters, terwijl de vraag naar recht maar blijft groeien. Rechters moeten tegelijkertijd beginnen aan de ICT-revolutie, opboksen tegen gespecialiseerde advocaten, zich voortdurend bijscholen en weten te weinig van Europees recht. Wat kan de raad daaraan doen?

'De raad moet uitdragen dat er weinig te kiezen valt. Dat ICT en bijscholing geen luxe zijn, maar noodzaak. Er worden hoge eisen aan de rechterlijke macht gesteld. Het moet allemaal efficiënter en tegelijkertijd worden zaken complexer en vragen ze meer aandacht. Zo krijgen het slachtoffer en zijn familie meer ruimte in de rechtszaal. Dat is prima, maar het verhoogt de tijdsdruk. Bij elke zaak een kwartiertje erbij, is een enorme belasting. Over de werklast en de tijdsdruk zal de raad het debat zeker entameren.'

- Het eerste karwei is de nieuwe begroting opstellen. Grote rechtbanken vrezen de macht van de nieuwe raad: er valt niets meer met de minister te ritselen.

'Zo'n begroting opstellen is een duivelse klus: neem alleen al het meten van de werklast van de verschillende gerechten. We draaien nu proef, nog onder verantwoordelijkheid van de minister. Dat er op den duur niets meer te ritselen valt, is juist heel goed. Als rechtbankpresident heb ik me wel geërgerd als een bepaalde rechtbank plotseling wat extra's kreeg, zoals anderen zich over de buitenkansjes van Den Haag zullen hebben verwonderd. Die extraatjes werden heus wel onderbouwd, maar ze werden niet uitgelegd. De lijnen naar het departement waren niet altijd even helder. Er wordt nu veel gesproken over transparantie. Dat lijkt een modieuze term, maar hij geeft wel weer waar het over gaat: openheid. Daar moet de raad voor staan. De rechterlijke macht opereert merendeels in de openbaarheid. Wat de raad betreft zeg ik: komt u maar kijken. We kunnen alles uitleggen.'

Meer over