Fascinerend spel tussen danser, paard en machine

Aan de rand van een enorme duinpan aan de Hargerzeeweg in Groet luistert een groepje ruiters aandachtig naar de instructrice....

Van onze verslaggever

Arne Leffring

GROET

Het badplaatsje Groet in Noord-Holland beleeft zaterdag een opmerkelijke première. Na Föld, een paar maanden geleden te zien in een oude rozenkas in Aalsmeer, presenteert de Hongaarse choreografe zaterdag haar eerste openluchtvoorstelling. Ló (Hongaars voor paard) moet een van de hoogtepunten worden van het reizende festival Karavaan. Als het weer tenminste meezit, want het regende de laatste dagen pijpenstelen. En als de festivalorganisatie bij het begin van de Hargerzeeweg ook zo'n mooie blauwe-gele caravan plaatst, anders wordt het zoeken geblazen.

In Ló zoekt De Châtel raakvlakken tussen de bewegende mens en de lopende machine. Speciaal daarvoor werden opnamen gemaakt in een autofabriek en een stoomgemaal. De robotachtige bewegingen van de dansers in het midden lijken zich te herhalen in de stampende machines die worden getoond op twee metershoge schermen op de achtergrond. Een dreunende beat maakt de bewegingen haast voelbaar. In trance lopen de zeven door het fijne zand, vallen neer en richten zich, ledemaat voor ledemaat, weer op. Of ze boren zich als schroeven in de bodem, telkens een kwartslag draaiend. Op het scherm verschijnen de dreigende close-ups van hun gezichten.

Maar intrigerender dan de ontmoeting tussen mens en machine is de confrontatie tussen mens en natuur, in Ló vooral belichaamd door de paarden. Het is fascinerend de onvoorspelbare reacties van de zeven viervoeters op de zeven dansers in het veld te volgen. Als een maangodin veroorzaakt De Châtel een eb- en vloedbeweging tussen dansers en paarden. Ze laat de dansers tegen het duin opkruipen, opgejaagd door de ruiters. Dan stuiteren ze de berg weer af. Het is of de paarden bang zijn voor natte voeten, terugdeinzend voor de opkomende vloed. De berijders worstelen om de dieren in het gareel te krijgen.

Het moet niet te netjes allemaal, heeft De Châtel vooraf uitdrukkelijk gezegd. 'We willen niet dat jullie anticiperen op de dansers', herhaalt haar assistent nog eens. Het is een strijd tegen de macht der gewoonte van de ruiters, die gewend zijn aan voorgeschreven patronen; halve en hele voltes. De Châtel laat de paarden soms in het wildeweg door het duin draven.

Soms weten de ruiters elkaar niet te ontwijken, en kletsen de paardenbillen tegen elkaar. 'Rij op, rij op', moedigt de aanvoerder zijn clubgenoten aan. Het vergt van alle deelnemers een groot improvisatievermogen. De manege uit Schoorl is al de tweede groep waarmee De Châtel oefent. Als de Dansgroep zich al dressuurpaarden had kunnen veroorloven, zouden de eigenaren dat hebben geweigerd vanwege het verhoogde risico in de zandbak op blessures. Nu lopen dansers en ruiters risico: het schijnt in deze bosrijke omgeving te wemelen van de teken.

Wat De Châtel op haar netvlies krijgt, bevalt haar aanvankelijk allerminst. Terwijl de zeven dansers in het midden al bezig zijn, vraagt een van de ruiters bezorgd of ze beneden al begonnen zijn. Een duintje ontneemt haar het zicht op de dansers in de piste. 'Ja, dit kan dus niet', roept de choreografe geërgerd en onderbreekt de dansers. Ze beginnen opnieuw, gadegeslagen door te optimistisch geklede campinggasten op de houten tribune.

Gaandeweg ontstaat er een beter evenwicht tussen ruiters en dansers. Het tempo wordt opgevoerd en de paarden raken vertrouwd met de houterige figuren op de grond. Als ze elkaar op de zandvlakte achterna rennen worden de dieren een geoliede machine, tollend om zijn as. In dit spel tussen mens, dier en machine vloeien liggen momenten van lompheid en sierlijkheid niet ver van elkaar.

Ló, 26 t/m 30 juli Karavaan, Groet; 9 tot en met 13 augustus op het Theaterfestival Boulevard, Den Bosch.

Meer over