Fantastisch genre

De ooit zo populaire sciencefictionliteratuur is history. In de film- en gamesindustrie bloeit het genre wel. Hoe kan dat?

Zo'n duizend sciencefictionboeken heeft mijn vader. Een kamer van 50 vierkante meter is ervoor uitgetrokken om al die boeken te herbergen. Als kind vertelde ik trots dat wij thuis een bibliotheek hadden en keek ik tevreden toe hoe de collectie elke maand groeide. De tijdschriften WARP en Dromen & Demonen belandden elk semester op de deurmat en verhaalden over de laatst uitgekomen sf-literatuur; mijn vader las het allemaal zorgvuldig om een aantal dagen later met een flinke stapel sciencefictionboeken thuis te komen.

Het waren de jaren negentig. De laatste jaren voor ik het huis uit ging, in 2005, moest ik al lijdzaam toezien hoe mijn vader Frank Herberts Dune voor de derde keer herlas, evenals alles van Jack Vance, Iain M. Banks en H.G. Wells. Er komt nooit meer iets nieuws uit, mopperde hij. 'Het is tegenwoordig allemaal van die ongeloofwaardige fantasy, vol elfjes en feeën.'

Nu, negen jaar later, is dat niet veel anders. Héél af en toe, zo eens per jaar, komt er nog een nieuw sciencefictionboek uit in Nederland. In Engelstalige landen en Duitsland en Frankrijk is het iets meer, maar niets doet denken aan de gloriejaren die eind jaren veertig werden ingezet en tot aan de millenniumwisseling voortduurde. Het tijdschrift WARP is in 2006 opgeheven; de sf-bladen Dromen & Demonen, SFreport en De Tijdlijn bestaan evenmin nog.

Wat is er gebeurd met de literaire stroming die ooit zo populair was? Het genre dat filosofeert over het effect van technologische vernieuwingen op de toekomst zou toch juist nú hoogtij moeten vieren? In een tijd waarin sciencefiction vaak werkelijkheid lijkt met ontwikkelingen als Google Glass - een internetbril die continu informatie biedt en verzamelt - en Russische ontwerpbureaus plannen smeden om vijfdaagse overnachtingen in de ruimte aan te bieden?

Fout, het zijn juist deze snelle technologische vernieuwingen die het genre de das om hebben gedaan, zeggen kenners. Volgens Jacques Post, die tussen 1990 en 2004 uitgever was van de populaire sf- en fantasy-reeks Meulenhoff-M en nu uitgever is bij thriller- en fantasy-uitgever Luitingh-Sijthoff, gaat de wetenschap simpelweg te snel. 'Iets wat het ene moment als sciencefiction wordt gepresenteerd, kan een jaar later alweer door de tijd zijn ingehaald.'

In de jaren vijftig en zestig, toen sciencefiction als genre in Nederland bekendheid kreeg, was het veel meer echt toekomst kijken, zegt hij. 'Het waren de jaren van de Koude Oorlog, de Spoetnik en de eerste man op de maan. Men vroeg zich af: waar gaat dit naartoe? Dat veranderde toen de NASA-budgetten werden ingeperkt. Sf ging zich minder op de ruimte richten en meer op technologische ontwikkelingen.'

Hiermee ontstond de sciencefiction van de 'nabije toekomst', oftewel de cyberpunk. Een subgenre met als belangrijkste thema's cybernetica (de samensmelting van mens en machine), computers, biotechnologie en communicatienetwerken.

Hoe snel technologische ontwikkelingen de fantasie kunnen doen verbleken, wordt duidelijk wanneer je kijkt naar William Gibsons Neuromancer (1984), het eerste boek in dit subgenre. Hierin gaat het over virussen, hackers (jockeys) en 'cyberspace': een virtuele wereld gevormd door aan elkaar gekoppelde computersystemen, vergelijkbaar met het internet van nu. Een ander voorbeeld is Neal Stephensons Snow Crash (1992), waarin de schrijver rept over het Metaverse. Een virtuele versie van de echte wereld, waarin mensen als avatars (virtuele alter ego's) in contact staan met elkaar, zoals dat tegenwoordig gebeurt in onlinewerelden als Second Life en Habbo Hotel. Sites die nu eigenlijk alweer verouderd zijn.

Maar als snelle wetenschappelijke ontwikkelingen de spanning van sf-literatuur hebben ontnomen, hoe kan het dan dat sciencefiction het als genre in films, televisieseries en games wel goed doet? Games als Mass Effect en StarCraft zijn populair en alleen al op dit moment draaien de sf-films Ender's Game (gebaseerd op het gelijknamige boek van Orson Scott Card uit 1985), The Hunger Games: Catching Fire en Gravity in de bioscoop.

Volgens Tais Teng, een van de weinige vaderlandse science-fictionschrijvers, is deze populariteit te verklaren doordat in films en games de nadruk op actie en special effects ligt en het niet gaat om wetenschappelijke ontwikkelingen en het filosoferen over de vraag: wat als dit zo doorgaat? 'Sf-films zijn vaak ordinaire actiefilms', betoogt hij, 'waarin soms een ruimteschip voorbijvliegt en een verdwaalde alien door het beeld wandelt. Media-sf heeft geen enkele verbintenis met literaire-sf.' Zelfs wanneer de films zijn gebaseerd op traditionele sciencefictionboeken worden ze geregeld uitgekleed tot achtervolgingen en schietpartijen. Denk aan de films Total Recall (1990 en de remake uit 2012) en Minority Report (2002), beide gebaseerd op korte verhalen van sciencefiction-cultheld Philip K. Dick, waarbij de filosofische laag, die juist de essentie van het literaire genre is, volledig werd geschrapt.

Dat het verval van sciencefiction zo snel zou gaan, had Post in de jaren negentig nooit kunnen voorspellen. In 1990 schrijft hij in Vrij Nederland nog enigszins verwonderd dat de populariteit van sf-boeken maar blijft groeien: 'Per jaar verschijnen er meer titels - in 1989 bijna 1.800 - meer debuten, meer herdrukken en meer subgenres.' 1990 was ook het jaar dat Nederland de 48ste editie van de prestigieuze, jaarlijkse sf-wereldconventie de WorldCon binnenhaalde. Ruim vijfduizend bezoekers kwamen af op het evenement dat liefst vijf dagen duurde en een miljoen gulden kostte. Driehonderd vrijwilligers waren achttien uur per dag actief, auteurs lazen voor uit eigen werk, er waren workshops en er was een boekenbeurs. Als ultiem hoogtepunt gold de uitreiking van de Hugo Awards, de Oscars onder de sf.

Hoe anders is dat nu: verstokte sf-fans mogen blij zijn als er eens per jaar in een achterafplaatsje nog een bijeenkomst wordt gehouden waar een vergeten sciencefictionschrijver voordraagt uit eigen werk. En de ooit zo belangrijke Hugo Awards zijn inmiddels grotendeels verworden tot prijzen voor fantasy-auteurs.

Want met dat genre, de fantasy, gaat het juist ontzettend goed. Het heeft de plek van sciencefiction ingenomen, zeggen auteurs en uitgeverijen. De tweejaarlijkse Elf Fantasy Fair trekt duizenden bezoekers en boeken als Lord of the Rings, Harry Potter en Game of Thrones zijn niet aan te slepen. Zelfs sf-schrijvers als George R.R. Martin (op wiens verhalen de fantasytelevisieserie Game of Thrones is gebaseerd) en Orson Scott Card zijn overgestapt op het schrijven van fantasy - er moet toch geld worden verdiend.

Dat fantasy het qua populariteit van sciencefiction gewonnen heeft, komt doordat literaire genres een verbeelding zijn van de angsten die er heersen, zegt Laura Schuster, als onderzoeker naar sciencefiction verbonden aan de afdeling Mediastudies aan de Universiteit van Amsterdam. 'De Koude Oorlog was een belangrijke angst in sciencefiction, net als de bommen op Japan. Atoomenergie bleek een te machtig wapen voor de mens om te beheersen en men was bang voor wat er allemaal met atoomkracht zou kunnen. Met het idee de ruimte in te kunnen, kwam de angst voor buitenaards leven.'

Fantasy en horror, die met sciencefiction tot het fantastische genre behoren, passen beter bij de vrees van nu, zegt Schuster. 'De opleving van zombies en vampiers wordt in verband gebracht met de angst dat kwade, onbeheersbare krachten invloed uitoefenen op je lichaam en geest. We voelen ons machteloos tegenover bedreigingen als terrorisme, chemische wapens en superziekten. Zombies en vampirisme zijn een symbolische uitvergroting van de kwetsbaarheid van het individu.' In de fantasy gaat het om morele dilemma's en het kiezen van een levenspad. Dilemma's die passen in een tijd waarin er een hoge werkloosheid is, en jongeren - bij wie fantasy vooral populair is - last hebben van 'keuzestress'.

Of sciencefiction ooit weer terrein zal winnen van andere fantastische genres? Die kans lijkt klein, maar helemaal verdwenen is sciencefiction niet. De populaire boeken- en filmreeks The Hunger Games (die zich afspeelt in de toekomst van Noord-Amerika) is onvervalste sf, zegt Post. 'Alleen herkent de jeugd het niet als zodanig.' Hetzelfde geldt voor Michel Houellebecqs Mogelijkheid van een eiland (2005) en Jeanette Wintersons The Stone Gods (2007). Sciencefiction is zo klein geworden dat het niet meer als aparte literaire stroming wordt herkend, zelfs 'mainstream-auteurs' putten uit het arsenaal dat sciencefiction te bieden heeft. Misschien is dat het goede nieuws: het genre is volwassen geworden.

Afgestudeerd in sciencefiction

Tot vorig jaar kon je aan de letterenfaculteit van de universiteit van Liverpool sciencefiction studeren. Toen Andy Sawyer (1952) de opleiding in 1994 oprichtte, maakte de Britse pers hem belachelijk. Een verslaggever van de krant The Independent deed puntoren à la tv-serie Star Trek op, toen hij de oprichter interviewde.

Volgens Sawyer is de opleiding niet gestopt omdat er te weinig belangstelling voor was. Hij zegt: 'Het runnen van de opleiding was voor mij te zwaar geworden. Nu beheer ik de sciencefictionbibliotheek en werk ik minder. Ik ben nog op zoek naar een opvolger.'

Lange tijd tastten sf-fans in het duister over de identiteit van Venugopalan Ittekot, de vaste Nederlandse vertaler van de Schijfwereldboeken van de Britse schrijver Terry Pratchett. Volgens de lezers was Venugopalan Ittekot de enige persoon die ze mocht vertalen, anderen zouden bij lange na niet zijn niveau weten te evenaren. In tijden van internet is het mysterie rondom Venugopalan Ittekot (helaas) snel opgehelderd. Een zoekopdracht op Google leert dat Ruurd Groot (74) achter het heteroniem zit. Samen met zijn vrouw Mieke Groot was hij een van de grootste Nederlandse vertalers van sf-boeken. Ruurd Groot gebruikte ook de namen R. de Kijzer, Per Ense en Erik Zwierd. Mieke Groot gebruikte Mieke Meuldrager-Ezelin, Walter B. Relsky en M.K. Stuyter S.J. Op de vraag waarom Ruurd Groot koos voor het heteroniem Venugopalan Ittekot, antwoordt hij: 'Ik vond het wel leuk klinken.'

Fantasy en sciencefiction worden nogal eens door elkaar gehaald. Horror, fantasy en sciencefiction behoren alle drie tot het 'fantastische genre' en maken veelal gebruik van verzonnen wezens, fictieve verhalen en denkbeeldige werelden. Maar waar sciencefiction zich vooral richt op toekomst en techniek en uitgaat van een wereld zoals die zou kunnen zijn, presenteert de fantasy een eigen wereld met sprookjesachtige, bovennatuurlijke en magische elementen. Fantasy speelt zich meestal af tegen een middeleeuws decor, terwijl sciencefiction zich vaak in een futuristische wereld afspeelt.

Veel mensen denken bij sciencefiction aan ufo's en aliens, maar dat imago is vooral te danken aan films en tv-series. De literatuur heeft weinig verbintenis met sf-films. 'Sciencefictionfilms zijn ordinaire actiefilms', zegt sf-schrijver Tais Teng. In de sf-literatuur gaat het veel meer om het idee. Sciencefictionliteratuur is filosofisch van aard en door technologische ontwikkelingen te extrapoleren, wordt er maatschappijkritiek geleverd.

Fantasy en sciencefiction, dat is toch hetzelfde?

Wie was Venugopalan Ittekot?

undefined

Meer over