'Familie staat eerder voor beweging dan voor stabiliteit'

Interview..

Van onze medewerker Mirjam van der Linden

Amsterdam Op het toneel staat een hondenhok en de dansers hijgen als honden. Volgens Meg Stuart is dit beginbeeld ‘een cliché van wat wij ‘familie’ noemen’. Wij met zijn allen knus binnen, het beest buiten in zijn hok.

De Amerikaanse choreograaf, zelf single mom van een jochie van 7, lacht alle gekheid weg. ‘Als je een jong kind hebt, ben je gewend dat te temmen. Het wilde dier moet een huisdier worden. Maar mij fascineert juist het instinctieve van dieren. Zoals een kind vragen stelt die een volwassene niet meer durft te stellen. Waarom slapen we? Waarom gaan we dood? Huilen dieren ook? Of zoals een moeder zorgzaam, zonder daarbij na te denken, over het haar van haar kind strijkt.

Vanavond heeft de Rotterdamse Schouwburg de Nederlandse première van Stuarts nieuwste productie Do Animals Cry?. Stuart, die sinds 1994 in Brussel woont, heeft samen met collega’s als Anne Teresa De Keersmaeker en Wim Vandekeybus België toonaangevend in de internationale dans gemaakt. Haar werk begeeft zich tussen dans en theater, met oog voor beeld en gevoel voor ons aller onbehagen. Stuarts benadering van de werkelijkheid maakt die vaak surreëel, en intens als onder een vergrootglas.

Stuart is altijd geïnteresseerd geweest in ‘sociale codes en sociaal gedrag’, maar ook in ‘intieme, complexe relaties’. Dat ‘de familie’ of, nog benauwder, ‘het gezin’ een ultieme combinatie van deze twee is, is echter niet de reden dat ze zich nu op dit onderwerp heeft gestort. ‘Mijn broer is op zijn 50ste door een beroerte weer helemaal afhankelijk van de zorg van mijn moeder geworden. De zelfstandige zoon is terug in de rol van baby. Het is tekenend voor hoe instabiel families zijn.’

‘Natuurlijk worden bepaalde patronen in alle families gevolgd en gelden overal dezelfde archetypen – van de vader, de moeder, het kind. Maar uiteindelijk is het gezin vooral een constructie die we zelf creëren en die bovendien geregeld van structuur verandert, zowel door krachten van buitenaf als door innerlijke energieën. Rollen liggen vaak juist niet vast, kloppen niet met het gedrag. Ouders doen veel kinderlijker dan bij hun functie past, het kind neemt de moederrol over enzovoorts.’

Voor Do Animals Cry? liet Stuart zich ook inspireren door de persoonlijke verhalen van haar dansers en genoot ze met volle teugen van Pasolini’s Teorema, Vinterbergs Festen en Mendes’ American Beauty, allemaal films waarin families door een verandering – een onverwachte gast, een geheim, nieuwe buren – volledig ontsporen en de meest gruwelijke ellende lustig door de kieren van het zogenaamd solide, liefdevolle bouwwerk ‘gezin’ sijpelt.

Zelf verhuisde Stuart als kind talloze keren. Haar ouders leefden gescheiden en waren allebei theatermaker. ‘Ik groeide op in illusie’, luidt haar droge commentaar.

Hoe het ook zij, familie staat voor Stuart eerder voor beweging dan voor stabiliteit. Op choreografisch niveau heeft ze zowel de repetitieve patronen, als de instabiliteit, de veranderende relaties, in gezinnen als aanknopingspunt gebruikt. Onder de dansers, die bijna allemaal van dezelfde leeftijd zijn, schuiven de verschillende familierollen geregeld door en is bij uitstek het relationele duet een veelgebruikte vorm.

Het gezin als een meute honden, de link is zo slecht nog niet. Ook onder honden in een roedel moeten posities worden bevochten en wordt de hiërarchie tegelijkertijd niet altijd even strikt nageleefd.

Meer over