Familie Bush kan steun veteranen vergeten

Vandaag zijn de voorverkiezingen voor de Republikeinen in South Carolina, een staat met veel leger-bases. De stem van veteranen weegt zwaar. Hoe zien zij de race? 'Alles beter dan de dipshit die er nu zit.'

George W. Bush en Jeb Bush in South Carolina. Beeld afp
George W. Bush en Jeb Bush in South Carolina.Beeld afp

Het is een halve eeuw Amerikaanse militaire geschiedenis die onderuitgezakt op de bankjes voor het veteranenziekenhuis in Charleston zit. Op de petjes van de mannen is te lezen wat hen hier heeft gebracht: Korea, Vietnam, Desert Storm, Enduring Freedom, Marines, Air Force. Enkelen komen aangestrompeld met een wandelstok; als ze geen benen meer hebben, rijden ze in een wagentje. Sommigen hebben een verre blik in hun ogen, de meesten houden hun zonnebril op.

Dit zijn de mannen die Amerika groot moesten maken. In de Republikeinse presidentscampagne worden ze door alle kandidaten aangehaald, geprezen, naar de mond gepraat. Veteranen vormen een belangrijke stem in Amerika. Niet alleen zijn het er gewoon heel veel - hier in South Carolina, de staat met talrijke legerbases, waar zaterdag Republikeinse voorverkiezingen worden gehouden, zijn het er 417 duizend, bijna 9 procent van de bevolking - maar ook is hun steun een belangrijke test voor de spierballentaal van de oorlogszuchtige Republikeinen.

Aan het begin van hun toespraken laten de presidentskandidaten de veteranen altijd even opstaan, voor een compliment en een daverend applaus. Hun aanwezigheid is meteen ook een bewijs: zie je, ik ben een commandant in de dop, ziehier mijn eerste saluut. En dan komt er een belofte, zoals die van Marco Rubio, die deze week het ontslag beloofde van de verantwoordelijke voor een zelfmoordhulplijn voor veteranen die wordt opgenomen door een antwoordapparaat. Het eerbetoon past in de cultuur van Amerika, waar ook gewone mensen in de metro of aan de bar 'thank you for your service' zeggen als ze aan de praat raken met iemand die een veteraan blijkt te zijn. Een oorlog is hier nooit ver weg.

Wie stopt Donald Trump

Als Donald Trump vandaag de voorverkiezing wint in South Carolina, ligt de weg wagenwijd voor hem open om het zuiden te veroveren. De vraag is dan wie de razende Trump-trein nog kan stoppen. Lees in dit artikel wat de gevolgen kunnen zijn van Trumps zege.

Dipshit

Ja, hij gaat op een Republikein stemmen, zegt Ben Hyder, een man met een grijze baard en een mond zonder voortanden, die in 1983 vanuit zijn AC-130, een vliegende 'kanonneerboot', het gouvernementele paleis van Grenada onder vuur nam. 'Alles beter dan die dipshit die we nu in het Witte Huis hebben.'

Hij bietst her en der wat sigaretten, staand voor het Ralph H. Johnson medisch veteranencentrum van Charleston. Hij komt voor zijn ogen, die door staar steeds slechter worden; een operatie hier werkte volgens hem averechts. 'Het wordt tijd dat ze hier wat dokters aanstellen.'

Obama? Man, begin er niet over. 'Het verbaast me dat ze hem niet hebben neergeschoten.'

Hij twijfelt tussen Donald Trump en Marco Rubio. 'Rubio is de brutale jongen die belletje trekt. Maar Trump rammelt echt aan de poorten in Washington. Dat moet echt opgeschud worden.' En Jeb Bush? 'Ha, kijk daar', zegt Hyder, en hij wijst met zijn duim naar de struiken bij de parkeerplaats. 'Daar heb je een bush, daar zit meer leven in.' De Irakoorlog is niet iets om trots op te zijn, vindt hij; toen heeft Bush zich volgens hem laten gebruiken door vicepresident Cheney. 'Sinds wanneer mag je het leger gebruiken om Halliburton rijk te maken?'

Hyder is zo'n veteraan die het niet gemaakt heeft. Hij woont in een tent onder een snelweg aan de rand van de stad, sinds hij zijn baan als trucker heeft verloren vanwege zijn ogen. Een uitkering krijgt hij niet, omdat het ministerie van Veteranenzaken vindt dat zijn ziekte niet gevechtsgerelateerd is.

De Republikeinse kandidaat Marco Rubio in gesprek met een veteraan, tijdens zijn campagne in South Carolina. Beeld reuters
De Republikeinse kandidaat Marco Rubio in gesprek met een veteraan, tijdens zijn campagne in South Carolina.Beeld reuters

Bureaucratie

Dat ministerie, VA in jargon, is de gebeten hond voor veel van de veteranen hier. Het ziekenhuis wordt Camp Waitawhile genoemd: je zit uren in de wachtkamer en als je aan de beurt bent kom je in de volgende wachtkamer terecht. Meer geld voor VA, zoals sommige presidentskandidaten beloven, is volgens de mannen hier niet per se een oplossing. 'Dat levert vooral meer bureaucratie op', zegt Frank Wood, een kaalgeschoren dertiger die in 2003 meedeed aan de aanval op Irak. 'Kijk hoe het met Wounded Warrior ging. De helft van het geld ging naar de organisatie, naar dure hotels en lekker eten.' Bush? 'Hij had goede bedoelingen, hij dacht misschien echt dat er massavernietigingswapens waren, maar hij had het mis.' Wood zou Clinton kiezen, zegt hij. 'Ik stem mijn leven al Republikeins. Ze zeggen dat ze doortrapt is, maar dat heb je misschien wel nodig in die baan.' Don Baer, een 79-jarige Vietnamveteraan die andere veteranen helpt met hun verslavingen, is het met hem eens. 'Clinton is de enige van allemaal van wie ik denk dat ze iets gedaan krijgt.'

Wood is er eentje van de derde verdieping, zoals ze hier zeggen. Psychiatrisch patiënt, posttraumatische stressstoornis. Aan de overkant van het pleintje staat een gedenksteen. 'Gewijd aan hen die hun toekomst hebben opgegeven om onze vrijheid te behouden.' Wood: 'Dat zeggen ze er niet bij, als je tekent.'

Tekenen, dat hebben de jongens (en wat meiden) net gedaan die op Parris Island, anderhalf uur zuidelijker, hun marinierstraining krijgen. Er hangt een kruitwolk boven de kreken en achter de met mos gedrapeerde bomen is mitrailleurvuur te horen. 'Wij maken mariniers', staat op een bord langs de enige toegangsweg, een dam met palmen door het water. Hier worden jaarlijks twintigduizend mannen en vrouwen klaargestoomd voor een van de oorlogen van Amerika.'We met als soulmates, on Parris Island', zingt Billy Joel erover, in Goodnight Saigon. 'Maar we vertrokken als gevangenen uit een gekkenhuis.'

George W. keert terug na aanval Trump

Daar was hij dan eindelijk, deze week. George W. Bush. De voormalige oorlogspresident, die na de aanslagen van 11 september Afghanistan en Irak binnenviel en zich in 2008 terugtrok op zijn ranch in Texas om te gaan schilderen, stond maandag met zijn vrouw Laura in North Charleston op het podium om zijn broer Jeb aan te prijzen. Ook op de radio in South Carolina is hij te horen. 'Jeb is een echte leider', aldus zijn broer, met zijn vette Texaanse accent.

De komst van W. volgt op een felle aanval van Donald Trump, die vorige week in een televisiedebat beweerde dat de Irakoorlog een verkeerde beslissing was geweest. Dat was gewaagd, in South Carolina, waar George senior in 1988 en George junior in 2000 met ruime cijfers de Republikeinse voorverkiezingen wonnen. Trumps aanval werd met boegeroep onthaald. Vrijdag bleek Trump in de peilingen wat te zijn gezakt - mogelijk daardoor. Sommige militairen en veteranen zijn inderdaad aan Trump gaan twijfelen. Maar dat betekent niet dat ze bij Bush uitkomen, ondanks de inzet van George W. Die maakt met zijn cowboyverschijning alleen maar duidelijker dat de stijve Jeb eigenlijk te keurig is voor deze tijd. Bushland, werd South Carolina genoemd. De vraag is of dat na dit weekend nog zo is.

Geluid van de vrijheid

Nate Jackson, een marinier uit Arizona, werkt hier even als tandartsassistent. Hij heeft gediend in Djibouti ('daar zou ik zo naar terug willen') en gevochten in Helmand, Afghanistan. 'Je wist nooit wie de vijand was', zegt hij. 'De ene dag gaven ze je een hand, de andere dag schoten ze op je. Dat maakt je gek. Sommige van mijn maten zijn vertrokken, die moeten nu sappelen om rond te komen in de beveiliging ofzo. Maar ik ben gebleven. Het betaalt redelijk en hier thuis is wel duidelijk wie de goeden en de slechteriken zijn.'

Hij stemt op Trump, zegt hij, een beetje achter zijn hand - sommige fans hebben nog steeds moeite dat hardop te zeggen, al is de schaamte niet meer zo groot als een half jaar geleden. 'Hij is het duidelijkst. Bush is een zwakkeling.'

Er vliegt een F-18 over van het marinevliegveld verderop ('De herrie die je hoort is het geluid van de vrijheid', staat bij de ingang); het stikt van de gewapende activiteit in deze regio. Beaufort (spreek uit: Biufurd), waar de militairen en hun gezinnen wonen, is de afgelopen week door bijna alle presidentskandidaten aangedaan. 'Dat kleine Beaufort', zegt de receptioniste van het hotel waar Trump woensdag logeerde. 'Even het centrum van de wereld.'

null Beeld
Beeld
Meer over