'Familie als democratische ballast'

President Obama werd in verlegenheid gebracht doordat zijn oom met teveel drank op achter het stuur zat. In hoeverre is hij aansprakelijk voor het gedrag van zijn familie, vraagt Thomas von der Dunk zich af.

Onyango Obama nadat hij was gearresteerd voor rijden onder invloed.Beeld afp

Hij is niet de eerste belangrijke politicus die ermee kampt, juist als hij wel iets anders aan zijn hoofd heeft (wat bij belangrijke politici meestal het geval is): met ontspoorde familie. Een Keniaanse oom van Obama werd recent in Boston opgepakt wegens rijden onder invloed. Gevraagd of hij, met het oog op juridische bijstand, een telefoontje wilde plegen, antwoordde hij: ja, met het Witte Huis.

De Volkskrant kwam gisteren met een aardig overzicht van andere presidentiële familieleden die voor publicitaire overlast zorgden door in opspraak te komen, en dook vervolgens het verleden in. Clinton had zijn halfbroer, Bush junior zijn broer, Carter eveneens. En over de familie Kennedy kan men beter zwijgen: John F. had, zeker als het om buitenechtelijke avonturen ging, iedereen, en niet in de laatste plaats zichzelf.

Niet toevallig stond cocaïnesnuiver Roger Clinton bij de Amerikaanse veiligheidsdiensten onder de codenaam Hoofdpijn bekend. Voor een politicus in een democratisch land betekent zo'n affaire altijd dat hij op eieren moet lopen. Zeker als het weer eens in problemen geraakte zwarte schaap van de familie zich voor bijstand tot zijn machtige bloedverwant wendt. Wat bij gewone burgers nauwelijks een probleem zou zijn - je familie een beetje helpen - wordt dan al snel een heikele onderneming, omdat er de geur van machtsmisbruik aan kleeft.

Zwart schaap

Omgekeerd verwacht zo'n zwart schaap dat vaak min of meer wel: jij bent toch in de positie om mij 'even' te helpen? De verleiding daartoe is dan ook groot, mede om op de volgende verjaardag in familiekring niet als ongenaakbare koude kikker eenzaam in de hoek te belanden. Dat begint al bij burgemeesters - zie de affaire in Schiedam. Daar kreeg het taxibedrijf van de zoon-van een aantal leuke opdrachten toegespeeld. Maar zou het feit dat Mams een ambtsketting omheeft dan moeten betekenen dat ik geen énkele opdracht meer kan en mag krijgen teneinde elke schijn van belangenverstrengeling te vermijden? Dan zou ik dus zelfs verplicht van de ongevraagde ambitie van een familielid nadeel moeten ondervinden. Word jíj vooral geen politicus, want dan ga ík failliet.

Daarmee komen we bij een van de meest basale vraagstukken voor een samenleving, waaromtrent de opvattingen taaie culturele wortels hebben en dus wereldwijd sterk uiteenlopen: de verhouding tussen individu en collectief, hier niet opgevat als de abstracte staat, maar als de concrete clan.

In hoeverre mag van mijn succes ook mijn familie profiteren, en tot in welke graad? In hoeverre ben ik aansprakelijk voor eventuele ontsporingen van mijn wederhelft, mijn kinderen, mijn broers, mijn nicht, mijn achterneef? In hoeverre brengt mijn baan ook sociale en morele verplichtingen voor mijn familieleden mee - al was het maar voor mijn huwelijkspartner een reguliere receptieaanwezigheidsplicht?

Culturele normen
Dat is ook al het probleem van diplomatenvrouwen (meestal gaat het nog om vrouwen): dat door de werkgever van hun man toch min of meer verwacht wordt dat ook zij enige uit diens hoge baan voortvloeiende verplichtingen op zich zullen nemen. Daartegenover staat dan ook dat ze van de geneugten mee kunnen profiteren: een uitnodiging voor een etentje dankzij die hoge baan is meestal een uitnodiging voor twee.

Maar inderdaad bij ons in het westen slechts voor twee. Als de afdelingschef van Shell vanwege een vijftigjarig jubileum een duur diner organiseert, schrijft hij niet aan zijn werknemers: neem vooral ook al Uw zussen, halfbroers en aangetrouwde achterneven mee. Zo volkomen vanzelfsprekend is dat echter niet. Want wat is hier het objectieve criterium om te bepalen wat vanzelfsprekend is? Het is het gevolg van vertrouwde culturele normen, die voor een buitenstaander - uit een ander land of een andere tijd - geenszins vanzelfsprekend hoeven te zijn.

Ook bij ons was dat niet altijd zo vanzelfsprekend als nu. In adellijke kring was ook in Europa eeuwen lang een huwelijk niet een affaire tussen twee personen, maar in feite tussen twee dynastieën, vaak al op jeugdige Mohammedleeftijd gearrangeerd.

Bloedwraak
En, anders dan vandaag in onze meritocratische democratie, meende toen ook de achterneef van een koning alleen al op grond daarvan op speciale voorrechten aanspraak te kunnen maken. Een laatste restant van die mentaliteit vindt men in het vliegtuiggebruik van ons eigen Koninklijk Huis.

Het westen onderscheidt zich sinds enige eeuwen door een uiterst individualistische invalshoek: jouw verdiensten en jouw misstappen zijn jouw verdiensten en misstappen, en niet die van je familie als geheel. Wij doen niet meer aan bijbelse vervloekingen tot in het zevende geslacht. Persoonlijke aansprakelijkheid is in de plaats van bloedwraak gekomen.

Daarbij komt dat sinds de Verlichting een duidelijk onderscheid wordt gemaakt tussen de particuliere en de publieke levenssfeer, en daarmee ook tussen particulier eigendom en publiek ambt. Zelfs een koning bezit zijn land niet meer, maar voert slechts het beheer. Hij kan er niet meer mee doen wat hij wil, zoals ooit gangbaar was: onder zijn kroost opdelen, zoals de Karolingers, of door huwelijk vergroten, zoals de Habsburgers.

Grutterswinkel
Dat geldt uiteraard nog veel meer voor een democratisch gekozen president. Die kan het land zeker niet als Willem I door zijn zoon laten erven, zoals Albert Hein I dat wel met zijn grutterswinkel kon laten doen.

Dezer dagen ziet de hele familie Kaddafi zich genoodzaakt ondergronds te gaan: in de veel collectivistischer Arabische cultuur spreekt het gegeven dat als papa een leuke baan heeft, ook de zonen de bloemetjes ongestraft buiten kunnen zetten tot papa die baan verliest, anders dan in het geval van Obama's oom in Amerika immers nog steeds meer vanzelf.

Thomas von der Dunk is cultuurhistoricus en columnist van vk.nl.

Meer over