Falen? Nou en

Hij legt graag de vinger op de pijnlijke plek, maar dan wel rustig en charmant. Humberto Tan is vanaf vanavond presentator van RTL Late Night. Is hij daarvoor niet te vriendelijk en onkreukbaar?

Resoluut schudt Humberto Tan zijn hoofd op de vraag of hij dit gesprek niet liever aan de tafel wil voeren waar hij voor zijn nieuwe talkshow RTL Late Night zijn gasten gaat ontvangen. 'Nee hoor. Dat is voor de talkshow. Daar zitten is alsof je een tenue aantrekt, dat doe je alleen maar voor de wedstrijd.'

En dus blijft Tan zitten aan het tafeltje aan de rand van de opnamevloer. Of beter: restaurant. Want RTL Late Night komt de komende drie maanden niet vanuit een studio in Hilversum, maar rechtstreeks uit het jugendstildecor van het American Hotel in hartje Amsterdam. Het zonlicht valt door de glas-in-loodramen naar binnen; de zaal is op een paar tafels na leeg. Op de vloer liggen afgeplakte kabels en hier en daar markeren stukjes zwarte tape waar de camera's komen te staan.

Ik sprak gisteren iemand die zei: 'Humberto Tan is een ongelooflijke lul. Een zeikerd. Een droplul eersteklas. Ik snap niet dat ze hem die talkshow laten doen. Je kunt hem niet vertrouwen.'

Tan steekt zijn kin de lucht. 'En wie is dat dan?'

Frits Barend.

'O, hahaha, die meent ook ieder woord van wat hij zegt...'

Nee, hij maakte inderdaad een grapje. Barend was zeer lovend. Je kunt het, zo lijkt het, met iedereen goed vinden. Als ik oude interviews lees, word je steeds weer omschreven als 'optimist', 'levensgenieter', 'charmant'. Ben jij niet te aardig voor een talkshow?

'Nee, maar de opdracht voor mezelf is wel dat ik scherp moet zijn. Ik ben altijd op zoek naar argumenten. Als ik denk dat iets niet klopt, confronteer ik diegene daar ook mee. Dan zeg ik: dat klopt niet. Dan is mijn toon misschien wel mild, maar ik leg wel de vinger op de gevoelige plek.

'Ik krijg weleens de indruk dat een kritisch interview alleen maar in de toon zit. Maar volgens mij is het een gesprek waarbij je goed luistert en de vinger op de pijnlijke plek durft te leggen. En dat doe ik wel, soms charmant, soms rustig, maar ik doe het wel.'

Maar je stem verheffen?

'Nee, meestal niet. Maar soms ook wel. Toen ik de ochtendshow bij BNR deed, had ik eens een man aan de telefoon. Het ging over kindermisbruik in de kerk. In dat gesprek leek het de kant op te gaan dat het zogenaamd de wil van God was. Toen onderbrak ik hem en zei: 'Gaat u nou echt de kant op die ik denk dat u opgaat? Dat bent u nog gestoorder dan ik dacht!'

Waarom deed ik dat? Ik kan wel met die man in discussie gaan, maar ik heb al gehoord wat hij gaat zeggen, net als alle luisteraars.'

'U bent nog gestoorder dan ik dacht.' Zou je straks, als talkshowpresentator, ook zoiets durven te zeggen?

'Als iemand zo'n idioot standpunt inneemt, ja natuurlijk. Maar je moet je afvragen of je dat soort mensen wel wilt uitnodigen. Mariska Orbán bijvoorbeeld (hoofdredacteur van het Katholiek Nieuwsblad, red.). Die kun je wel uitnodigen, maar je weet: die komt met allerlei idiote teksten. Ik heb haar nu twee keer telefonisch gesproken voor BNR: die mevrouw is niet te overtuigen, argumenten tellen niet bij haar, dus waarom zou je met haar willen praten?'

Barend zei: 'Hij moet durven gehaat te zijn.'

'Dat klopt. Maar ik heb inmiddels genoeg onwelgevallige standpunten ingenomen waardoor mensen me nu haten. Ik denk bijvoorbeeld niet dat PVV-stemmers heel blij met me zijn.'

Terwijl je het toch af en toe voor Wilders opneemt.

'Ja, dat doe ik ook. Want het is een cliché om tegen alles te zijn. Ik denk niet vanuit dogma's. Althans: ik hoop dat ik dat niet doe. Ik kijk naar de omstandigheden en de argumenten. En dan kan soms Wilders, of wie dan ook, gelijk hebben.'

Goed luisteren dus, belangrijke eigenschap voor een talkshowpresentator.

'Ik luister soms naar analyses met Mark Rutte op de radio. Dan hoor ik een gebakkelei! Je kunt niet eens horen wat Rutte zegt, hij wordt constant onderbroken door de interviewer. Dan denk ik: als jij het allemaal zo goed weet, laat Rutte dan gewoon weg en vertel ons hoe het allemaal zit.'

Zijn er nog andere dingen die talkshows als Pauw & Witteman en DWDD doen die jij anders wil doen, of juist ook zou doen?

'Ik kijk niet naar die programma's. Die hebben hun eigen karakter. Als je dezelfde dingen daat doen als DWDD of P&W, dan denken kijkers: dat heb je lekker gejat. Je moet je eigen verhaal, je eigen format bedenken, je eigen manier vinden. En voor een deel je eigenheid ontdekken. Het is ook een mooie ontdekkingstocht. Ik heb nog geen talkshow gepresenteerd, dus dat betekent dat ik op onbekend gebied kom.'

Dus we gaan andere gezichten zien dan bij je concurrenten?

'Dat wil ik inderdaad wel gaan proberen. Maar in de praktijk ligt het soms anders. Waarom zie je over het algemeen steeds dezelfde gezichten? Die kunnen gewoon goed vertellen. Iedere keer als je een nieuw iemand uitnodigt neem je een risico: je weet niet hoe hij of zij reageert. Bij tv heb je maar acht minuten: hoe gaat je gast daar zijn verhaal vertellen, hoe hij met die lampen om, met die spanning? Dan val je toch vrij snel terug op mensen die wat ervaring hebben. Maar dat wil niet zeggen dat je niet moet kijken of je dat kunt aanvullen.'

Met meer vrouwen bijvoorbeeld.

'70 procent van mijn redactie is vrouw. Ze-ven-tig procent. En toch zag je, tijdens opnamen voor de pilot, dat het lastig is vrouwen te vinden. Ze zijn veel te bescheiden. Ze hebben veel overredingskracht nodig: 'kom nou', 'ja maar', 'maar u bent de specialist', 'ja maar'. Ik vind dat jammer, want ik wil heel graag meer vrouwelijke gasten.'

Dus ligt het hengstenbal weer op de loer.

'En dat wil je niet! Maar het gaat wel gebeuren, dat weet je gewoon. Maar je wilt het niet. Liever vrouwen met goede verhalen en vrouwelijke specialisten. Vrouwen die willen. Die durven. Kom maar, heel graag zelfs.'

Drie jaar geleden verbaasde Tan vriend en vijand door tijdens de talkshow Knevel & Van den Brink te onthullen dat de PVV van plan was om inwoners van Nederland etnisch te registreren. Geen kwestie van diepgravende onderzoeksjournalistiek, Tan had gewoon het verkiezingsprogramma gelezen. Het zou het gesprek van de dag en onderwerp van stevige politieke discussie worden.

Een paar dagen voordat je 's avonds bij Knevel & Van den Brink zat, had je Wilders te gast in RTL Boulevard. Waarom ben je er toen niet over begonnen?

'Toen had ik een ander punt. Dat werd in tegenstelling tot die etnische registratie geen groot nieuws. Maar het was een persoonlijk punt voor me. In hun programma stond ook: als je niet op ons stemt, stort je Nederland in een multiculturele afgrond. Toen zei ik: 'Nou ja, sorry daarvoor, dat ben ik.'

Als er wat gebeurt op het gebied van racisme of er wordt iets geroepen over donkere mensen, ben jij meestal de eerste die iets zegt.

'Ja, ik zie het en ik denk: ik ga er wat van zeggen. Ik voel me niet verantwoordelijk hoor. Na die uitzending van Knevel & Van den Brink zei Jan Marijnissen, die toen ook te gast was, tegen mij: 'Jeetjemina, we hebben bij de SP een heel kantoor zitten en niemand heeft dat van die etnische registratie gezien.' Dat ging er bij mij niet in. Ze hadden dat heus wel gezien, alleen ze vóélen het niet. Iedereen heeft dat kunnen lezen, maar de vraag is of het je raakt of je het voelt. En natuurlijk voel ik dat.'

Net als toen commentator Henk Lubberding bij de NOS het tijdens de Tour de France had over 'dat negertje dat vandaag voorop reed'.

'Het is je werk om het wielrennen te analyseren en te benoemen. Dat je mij als kijker of luisteraar kan vertellen: dat is een goede klimmer, die heeft een goed uithoudingsvermogen en hij daar is een waanzinnige kunstenaar met z'n stuur, verzin het maar. Maar het enige wat je zegt is: 'Hij is een neger, wat knap van die neger.' Natuurlijk is het opmerkelijk dat er een donkere man op een fiets zit. Maar hoe heet die man? En wat kan hij? Stel je voor dat dit was gebeurd toen we Tiger Woods voor het eerst zagen: 'God man, die neger kan golfen!'

'De reacties die ik op mijn kritiek kreeg, waren net zo erg: veel mensen zeiden: 'Ach, je moet niet zo zeiken. Je bent een aansteller, je bent lichtgeraakt.' De toon was: Lubberding zei het niet bewust, dus Tan moet niet zeiken. Dus als je vraagt: durf je gehaat te zijn? Ik zie dat ik word gehaat.'

Er is nog een stigma dat Tan achtervolgt: dat van de schnabbelaar, de gladde jongen die maar reclame maakt voor alles en nog wat: van Unox tot Gillette tot Rabobank.

Kan een journalist dat wel doen?

'Ja hoor. Laat ik het zo zeggen: toen ik bij BNR begon, zat ik in een Gillette-reclame. Nu een paar jaar verder begin ik bij RTL en zit ik in een Rabobank-reclame. Als het maar duidelijk is. Dat is ook weer een dogma: journalisten zouden dat niet mogen doen.'

Jeroen Pauw en Matthijs van Nieuwkerk doen dat niet.

'Nee. Maar ondanks dat ik al die commerciële dingen doe, is mij een talkshow bij RTL aangeboden. RTL weet dat ik voor de Rabobank reclame maak. Ik heb net een contract getekend voor twee jaar. Natuurlijk moet je van tevoren overleggen of het goed is dat je dat doet, maar zij hebben gezegd: prima. Nogmaals: als het maar duidelijk is.'

Tan zit er ontspannen bij. Hij draagt, in tegenstelling tot wat we van hem gewend zijn, geen pak, geen das, maar een grijs wollen vest over een wit T-shirt en een spijkerbroek: het Humberto Tan-equivalent van een joggingpak.

Zijn sterke voorkeur voor een optimistische houding en zijn relativeringsvermogen komen voort uit de perioden dat het leven hem niet toelachte. In 1992 verloor Tan zijn broer Patrice aan aids; in 2005 werd bij zijn oudste broer Steve een hersentumor ontdekt. Zes maanden voordat die stierf, overleed hun moeder aan een hartaanval.

'Dat soort dingen draagt bij aan het durven aanvallen in het leven. Neem nou zo'n talkshow. Je kunt zeggen: je moet het niet doen, er is veel concurrentie. Maar gast, weet je wat pas moeilijk is? Het verlies van mensen. Een talkshow niet, dat is gewoon leuk werk met een fantastische uitdaging. Het ergste dat kan gebeuren, is dat het mislukt. Nou en.

'Neem het voorbeeld van Eva Cassidy. Dat was een zangeres die pas na haar dood bekend werd. Waarom? Als je haar hoort zingen weet je niet wat je hoort, maar Eva Cassidy had één probleem: angst om op te treden. Die heeft haar leven lang gevochten met het bang zijn voor optreden. Ze was een van de briljantste muzikanten van haar generatie. Ze is op haar 33ste overleden aan kanker. Ze had pijn en kon moeilijk lopen. Op een gegeven moment hadden haar vrienden een laatste eerbetoon voor haar georganiseerd. Ze wisten niet zeker of ze zelf ook wilde optreden. Aan het eind komt Eva Cassidy het podium op, met een looprek. Ze gaat staan en zingt What a Wonderful World. Ze keek haar vrienden aan en zong What a Wonderful World, terwijl ze wist dat ze dood ging, einde oefening. Ze had de angst van zich afgeworpen. En het besef kwam toen pas: hoe mooi is dit, met dit talent. Waarom was ik al die tijd zo bang? Om te worden afgewezen? Omdat ik perfectionistisch ben? Onzeker?

'Ik ben geen Eva Cassidy, maar het is wel een verhaal, gecombineerd met mijn persoonlijk verleden waardoor ik denk: hé gast, je kunt wel allerlei doemscenario's schetsen, maar just do it. Durf te falen. Doe alles om het te laten lukken, álles. Maar hou er ook rekening mee dat het niet lukt.'

undefined

Meer over