‘Fahlström durfde vooral lol te blijven hebben’

Bij het grote publiek zijn ze niet altijd even bekend, maar door hun collega-kunstenaars worden ze bewonderd – de artist’s artists....

Door Wieteke van Zeil en  Gabriel Eisenmeier

‘Voor mij was het heel moeilijk, de vraag: hoe maak ik kunst. Ik zat op de kunstacademie en thuis maakte ik muziek. Zat ik met m’n synthesizer te klooien. Dan denk je ook, wat ben je nou? Kunstenaar of dj? De maatschappij wil dat je je specialiseert. Je gaat schilderen en dan moet je een héle goeie schilder worden. Niet een middelmatige. En dan kan je niet ook dj zijn. Het duurde heel lang voordat ik ja durfde te zeggen tegen kleine invallen en ideeën.

‘Öyvind Fahlström heeft me dat geleerd. Dat het niet erg is als je niet snapt wat je doet. Vroeger probeerde ik dingen te maken die bij elkaar hoorden. Dat heb ik door hem losgelaten. Je hoeft niet te vechten om eenheid aan te brengen, dat doe je al omdat alles wat je doet uit dezelfde bron komt. Het is moeilijker jezelf te vermijden dan consistent te zijn.

‘Hij was de eerste grote Zweedse kunstenaar die wereldwijd bekend was. Hij werd geboren in Sao Paolo, in 1928, zijn ouders waren diplomaten. Toen werd hij op zijn 10de naar zijn oma in Zweden gestuurd, daar bleef hij want hij kon door de oorlog niet meer terug.

‘Hij werkte in de periode van de Pop Art, dat zie je in zijn werk ook wel terug, maar hij deed ook veel andere dingen. Het was de tijd van discussie of je wel figuratief mocht schilderen. Hij maakte dan bijvoorbeeld Feast on Mad, in 1958, een soort tekencollage gebaseerd op Mad Magazine, dat toen heel populair was. Het is figuratief maar als je goed kijkt kan je er niks van maken. Je zoekt de hele tijd wat het is, waar je naar kijkt. Middenin die discussie kwam hij dus met een third option, een soort poldermodel tussen figuratief en abstract, en collage.

‘Fahlström was heel erg een eigen denker. In die tijd was Roy Lichtenstein de shit, en Claes Oldenburg. Maar wie vindt dat nu nog wat? Hun werk was een hit. Fahlström viel de hele wereld aan met zijn kunst. Het was ook de tijd dat alles politiek was. Kunstenaars vroegen zich af: kunnen we wel kunst maken in deze tijd of moeten we bij de Rote Armee Fraktion gaan? Mag dit wel als er mensen sterven in Vietnam? Hij kwam tot de conclusie, en die zou nu heel normaal zijn maar toen niet, dat het misschien toch slimmer was om te schilderen dan om bommen te werpen. Maar hij voelde er zich zijn hele leven vertwijfeld en schuldig over. Dus zijn werk is ook vaak politiek.

‘Zoals The Little General (Pinball Machine) uit 1967, dat zit vol politieke figuren, Mao, Che, en ook pin-ups en naakte mannen. Hij vond het niet leuk dat kunst statisch was. In dit werk drijven ze allemaal rond in een zwembad. Maar hij tekende en schilderde ook.

‘Hij schreef ook veel, dat zie je niet zo vaak, dat kunstenaars kunnen schrijven. En hij maakte concrete poetry. Dat was heel sterk toen in Zweden. Je zoekt naar de minste bouwsteen van taal en let op melodie en stemming. Zoals je in een Chinese film vaak ook kunt zien waar het over gaat als je ernaar kijkt, zonder de taal te kennen. Heel surrealistisch. Non sense cuts through logica. Dan weer boos, dan weer ‘blll’ of ‘mwwwllll’, en dan weer politiek.

‘Ik weet niet precies wanneer ik geïnteresseerd raakte in Fahlström. Hij is wel een kunstenaar die je als gevorderd kunstenaar beter kan bewonderen. Als je als beginnend kunstenaar naar kunst kijkt, dan wil je Dalí zien of zo. Kunst die je binnen vijf minuten begrijpt en die ook hetzelfde blijft. Of Lichtenstein. Maar de reis naar hun werk duurt kort. Bij complexere kunstenaars als Fahlström denk je shit daar ga ik niet eens aan beginnen. Waar moet ik instappen? Je ziet alleen maar chaos. Heeft ie zelf wel een idee wat ie doet?

‘Nu weet ik dat hij zelf wel een idee had, hij ging de chaos aan. Er zit wel een eigen route in zijn werk, maar die is veel ingewikkelder. En veel eerlijker. Het is meer zoals het brein zelf werkt. Je bent niet altijd hetzelfde, zo werkt het niet. Als je maandag opstaat en je moeder is net dood en je gaat dan comics uitknippen en collages maken. En dat je dan donderdag opstaat en je bent verliefd en je gaat weer comics uitknippen en collages maken, omdat je denkt dat je consistent moet zijn. Dat kan niet. Het is goed wanneer je als kunstenaar ook je twijfels en bedenkingen de ruimte geeft. Fahlström stelde zich daarin kwetsbaar op. Zo werkt het ook voor mij, als ik ga tekenen of poëzie maak. Je stapt op een trein en weet niet waar die naartoe gaat of eindigt. Als je eerlijk bent. Ik denk wel dat Fahlström ook bang was voor zijn eigen chaos, maar hij liet het wel toe.

‘Hóe je iets doet heeft betekenis, dat weet ik ook door Fahlström. Thomas Hirschhorn zei ook, je kan op een politieke manier kunst maken. Kijk bijvoorbeeld naar punkmuziek. Er zijn muzikanten die zeggen: wij zijn anarchisten, wij maken punkmuziek. Maar ga je die dan altijd met een gitaar, basgitaar, drum en zanger maken? Dan klink je al gauw als de Rolling Stones. Je kan wel roepen dat je anarchist ben maar de vorm zegt iets conservatiefs. De structuur is veilig. Terwijl je ook in de vorm anarchistisch kan zijn zonder het erbij te roepen. Je vorm en materiaal heeft een eigen logica en waarde.

‘Ik weet wel hoe moeilijk het is om alles toe te laten. Als je iets maakt en het werkt, dan is het heel verleidelijk om dat nog een tijd te blijven doen. Het is een heldendaad om daarin niet mee te gaan. Ik had het toen ik tekeningen op zwart papier ging maken. Dat verkocht heel goed en mensen vroegen ernaar. Maar ik kon het niet blijven doen.

‘Fahlström mocht in de jaren zestig twee radioprogramma’s maken voor de Zweedse radio. Radiotheater was toen heel logisch, het was bijvoorbeeld een thriller of een drama. Hij maakte het surreëel. Woorden en tonen vliegen voorbij en soms het geluid van stappen of andere klanken. Dan weer ‘mlllll’ of ‘bwwww’, vormeloos, en dan ineens maakt hij weer een logisch zin.

‘Dat moet ook. Als het nooit terug komt bij logica wordt het saai. Ik heb vaak genoeg muziek gehoord die nergens logisch wordt, en dan verlies je je aandacht. Fahlström kan zich gerust vijf minuten verliezen en dan komt hij terug met een supersterke poëtische zin en dan ben je meteen wakker.

‘Dat Fahlström zegt: joh laten we het een beetje open houden, is des te heroïscher als je bedenkt wat voor een tijd het was. Kunststromingen wilden anders zijn maar maakten meteen zelf weer dogma’s. De hele wereld zei: je moet kiezen. Je bent dit of dat, voor of tegen.

‘Maar ook nu zijn er weer dogma’s; Marokkanen zijn fout, roken kan echt niet, enzovoort. Toen ik in Amsterdam kwam wonen in 1996 kon je nog gewoon een biertje of een fles wijn bij de Texaco kopen. Nu wordt het meer zwart-wit, sommige dingen kunnen echt niet meer. In Zweden was dat al zo toen ik vertrok. Als je daar fietst zonder helm kijken ze je echt aan alsof je een fout mens bent. Nu wordt het hier ook zo. Dat is soms eng. Daar gaan we anders op terug kijken. Bijvoorbeeld; Nederland is een sterke bondgenoot van Israël, altijd geweest. Ik kan er wel bang van worden ja, dat er nu wordt gezegd, o, zo’n oorlog in Gaza, dat is niet zo erg. Dat wij vinden dat Israël daarmee weg kan komen. Ik denk dat de geschiedenis straks anders zal oordelen.

‘Daarom woon ik graag op verschillende plekken. Amsterdam Zuidoost, Los Angeles, Rio de Janeiro. Als je het dagelijks leven ergens anders meemaakt, zie je sneller wat van jou en wat van Zweden is. Het creëert tolerantie.

‘De grootste les die ik van Fahlström heb geleerd is dat je moet durven om lol te blijven hebben. Durven te spelen ook in de face of darkness. Dat is het gevaar met politiek, mensen worden er zo serieus van. Terwijl ik denk het is ook leuk, en spannend. Daarom gebruik ik het ook in mijn kunst. Het is zelfs sexy. Als ik naar een film kijk over de Spaanse burgeroorlog of The Battle of Algiers dan zit ik ook te huilen.

‘Ik geloof wel in intuïtie. Er woont een slimmere en leukere Jonas in mij. En dat is niet de Jonas die nu spreekt. Je moet jezelf durven verliezen in je verhaal. Zoals Eminem zei. Dan kom je bij iemand die leuker en beter is dan jij.

‘Ik heb het natuurlijk ook wel met drugs geprobeerd maar dat vind ik een beetje een stomme Jonas die er dan is. Die is niet zo slim, haha.

‘Je ziet het ook in voetbal. Als Ibrahimovic wordt gevraagd waarom het zo goed ging dan zegt hij: omdat ik in de flow zat. Je weet niet waarom maar je bent net iets sneller dan jezelf, beter, intelligenter.

‘Als je conceptuele kunst maakt, ben je daar niet mee bezig, dan ben je met logica bezig en moet je nadenken. Wel als je sport, kookt, tekent, muziek maakt, of de liefde bedrijft. Dat is de high, dat je héél soms die betere jou tegenkomt als je bezig bent.’

Meer over