AnalyseDe nazivlucht naar Oostenrijk

Extremisme als erfenis? In Oostenrijk is uiterst rechts groter waar veel nazi’s woonden

Beeld Lauren Hillebrandt

In een Oostenrijkse regio waar na de oorlog veel nazi’s naartoe trokken, heeft extreem-rechts tot op de dag van vandaag meer aanhang dan elders. Kan extremisme zich vestigen via migratie?

Als het Derde Rijk instort, valt Stefan Schachermayr liever in handen van de Amerikanen dan van de Russen. De hooggeplaatste Oostenrijkse nazi vreest de wraak van het Rode Leger en vlucht naar dat deel van zijn land dat door Amerikaanse militairen is bevrijd. Bij hen denkt hij beter af te zijn dan bij de Sovjettroepen, van wie hij door alle verhalen over wreedheden weinig goeds verwacht. De Amerikanen pakken hem op en een Oostenrijkse rechtbank veroordeelt hem wegens landverraad tot drie jaar cel.

Beeld Lauren Hillebrandt

Zodra hij in 1948 op vrije voeten komt, wordt hij politiek actief. Hij rekruteert voormalige partijgenoten voor het Verband van Onafhankelijken (VdU), een rechtse beweging die kan worden beschouwd als voorloper van de  radicaal-rechtse Oostenrijkse partij FPÖ. En hij gebruikt zijn politieke contacten om te pleiten voor het beëindigen van processen tegen ex-nazi’s.

Schachermayr is een van de duizenden nazi’s die aan het eind van de oorlog naar het gebied trekken dat onder gezag staat van de Amerikanen. Door die exodus komen in de Amerikaanse bezettingszone aanzienlijk meer (ex-)nazi’s te wonen dan in de Sovjetzone. Met gevolgen die tot op de dag van vandaag doorwerken, stellen wetenschappers in het economische vakblad The Economic Journal. Waar gevluchte nazi’s zich vestigden heeft radicaal-rechts, ook tegenwoordig nog, meer aanhang dan in andere delen van Oostenrijk.

Beeld Lauren Hillebrandt

De onderzoekers waarschuwen dat immigranten met extremistische denkbeelden het politieke klimaat in hun omgeving langdurig kunnen beïnvloeden. ‘Onze bevindingen geven aan dat een klein aantal geradicaliseerde individuen het politieke landschap voor generaties kan vormen’, zegt politiek econoom Felix Rösel van het onderzoeksinstituut Ifo in Dresden. ‘Democratische samenlevingen doen er goed aan om immigratie van extremisten in de gaten te houden om uitbreiding van radicale bewegingen tegen te gaan.’ Hij wijst op het gevaar dat kan uitgaan van teruggekeerde strijders die hebben gevochten voor Islamitische Staat.

Rösel en medeauteur Christian Ochsner (van het academisch instituut CERGE-EI in Praag) gebruikten de geallieerde bezetting van Oostenrijk na de Tweede Wereldoorlog als een veldexperiment. Ze richtten zich op de deelstaat Opper-Oostenrijk, die na de bevrijding in 1945 werd verdeeld tussen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie. Het gebied ten noorden van de Donau kwam onder Sovjetgezag, ten zuiden van de rivier kregen de Amerikanen het voor het zeggen. De bezettingszones bleven tien jaar in stand.

De massale vlucht van nazi’s en hun gezinnen veranderde de samenstelling van de bevolking. Meer nazi’s ten zuiden van de Donau, minder ten noorden van de scheidslijn. De onderzoekers zagen deze beweging bevestigd door de achternamen van geregistreerde nazi’s in telefoonboeken te tellen. Ze ontdekten dat de namen van tegenwoordige extreem-rechtse politici vaak overeenkomen met die van nazi’s die na de bevrijding vanuit de Russische naar de Amerikaanse zone waren getrokken.

De wetenschappers analyseerden het stemgedrag van de bevolking in 240 gemeenten boven en beneden de Donau. Daaruit blijkt dat de aanhang van radicaal-rechtse partijen in het Amerikaanse deel na de intocht van nazigezinnen toenam en tot op heden groter bleef dan in de vroegere Russische zone. Ook na ruim zeventig jaar scoort extreem-rechts in het zuiden van Opper-Oostenrijk tot 2,5 keer beter dan aan de overzijde van de Donau.

Economen en politieke wetenschappers kijken vooral naar sociale en demografische factoren om polarisatie en populisme te verklaren. Volgens de auteurs is er meer om rekening mee te houden. ‘Wij concluderen dat het stemgedrag in de onderzochte regio niet alleen voortkomt uit actuele economische en sociale omstandigheden, maar ook waarden weergeeft die over generaties zijn doorgegeven. Onze studie geeft aan dat er een direct verband is tussen ex-nazi’s en uiterst-rechts stemgedrag in een westerse democratie.’

De steun voor de populistische FPÖ (Vrijheidspartij van Oostenrijk) groeide in de jaren tachtig in heel Oostenrijk. Maar die toename was groter waar nazi’s zich hadden gevestigd, zegt Rösel. ‘We beweren niet dat nazi-migratie de enige verklaring is voor uiterst-rechts stemgedrag, maar in de onderzochte streek kan een kwart van de stemmen voor de FPÖ bij de verkiezingen van 2017 in verband worden gebracht met de nazi-erfenis.’ Het verschil in steun voor extreem-rechts in het onderzoeksgebied valt volgens hem voornamelijk te verklaren uit de aanwezigheid van ex-nazi’s. ‘We hebben gezocht naar verschillen in immigratie, inkomen, werkloosheid en andere factoren, maar die vonden we niet.’

Beeld Lauren Hillebrandt

Voormalige nazi’s gaven het extreem-rechtse ideeëngoed binnen gezinnen en families door, van generatie op generatie. Ze richtten lokale partijen op of infiltreerden in bestaande partijen. Kinderen werden vaak lid van dezelfde partij als hun ouders. In plaatselijke partij-afdelingen werden rechts-radicale opvattingen levend gehouden en gecultiveerd. In de schemerzone van de politiek wisten ze de vrijzinnige sfeer van de jaren zestig en zeventig te overbruggen, stellen de auteurs.

In de tweede helft van de jaren tachtig begonnen – in de woorden van een Britse historicus – ‘de slapende honden te grommen’ en groeide de aanhang van rechtse populisten. Mede dankzij het charisma van de omstreden politicus Jörg Haider boekte de FPÖ in 1994 met 22 procent van de stemmen een grote verkiezingsoverwinning. Vijf jaar later volgde een nieuwe zege. Na 2008 was de FPÖ jarenlang de grootste oppositiepartij in het nationale parlement.

De populistische FPÖ van de omstreden Jörg Haider (overleden in 2008) groeide in de jaren tachtig in heel Oostenrijk, maar de groei was groter in gebieden waar nazi’s zich hadden gevestigd.Beeld Getty

Dat roept de vraag op met welk recht we de FPÖ nog het stempel ‘extreem’ kunnen geven. Hoe fair is het om de partij na zoveel jaren nog in verband te brengen met nazi’s? De partij heeft inmiddels driemaal op nationaal niveau meegeregeerd, vertegenwoordigt een aanzienlijk deel van het electoraat, verkondigt standpunten die door menig populistische partij in Europa worden gedeeld en verkeert tussen centrumpartijen die de afgelopen jaren ook naar rechts zijn opgeschoven.

Rösel wijst zulke bedenkingen van de hand. In tegenstelling tot andere Europese populistische partijen, zoals de Duitse AfD en de PVV in Nederland, heeft de FPÖ directe wortels in het nazisme, zegt hij. De eerste twee partijleiders van de FPÖ in de jaren vijftig waren ex-leden van de Waffen-SS en een aanzienlijk deel van het kader werd destijds gevormd door voormalige leden van de Duitse nazipartij. ‘We zeggen niet dat alle FPÖ-kiezers nazi’s zijn, maar de partij en haar leiders hebben nooit gebroken met hun neonazistische wortels. Zelfs nu zijn er nog vooraanstaande leden die openlijk getuigen van hun bewondering voor het nazisme en het antisemitisme cultiveren. Dit gaat verder dan de retoriek van andere Europese populistisch partijen.’

Aanhangers van de FPÖ tijdens de verkiezingscampagne voor het Europees Parlement in mei 2019. Beeld Getty

Historicus Martin Tschiggerl van de Universiteit van Wenen reageert voorzichtig op de studie. De bevindingen lijken hem deugdelijk voor zover ze betrekking hebben op de deelstaat Opper-Oostenrijk. ‘De resultaten lijken geloofwaardig en zouden toepasselijk kunnen zijn in dit specifieke geval, dat wil zeggen dat gevluchte nazi’s langdurige invloed hadden op de politieke houding in hun omgeving in Oostenrijk na 1945.’ Hij onderstreept dat in Oostenrijk ook andere gebieden zijn waar extreem-rechts veel steun geniet, maar waar geen naoorlogse intocht van nazi’s is geweest. Er zijn tal van redenen waarom Oostenrijkers op de FPÖ stemmen.

Politicoloog Cas Mudde, kenner van politiek extremisme en populisme in Europa, stelt dat in eerdere publicaties eenzelfde verband is aangetoond tussen de steun voor uiterst-rechtse partijen in bepaalde delen van Duitsland en de instroom van Vertriebenen, Duitsers die na de oorlog werden verdreven uit delen van Oost- en Midden-Europa. Ook het succes van het Front National in Zuid-Frankrijk is in verband gebracht met de toestroom van voormalige Franse kolonisten uit Algerije.

Hoewel de auteurs expliciet stellen dat de nazi-immigranten het succes van de FPÖ slechts voor een deel verklaren, maken zij zich volgens Mudde toch schuldig aan ‘historicisme’ – ze zien de hedendaagse politiek primair als consequentie van historische ontwikkelingen. Mudde: ‘Het succes van de FPÖ is een complex fenomeen, met verschillende verklaringen.’

De auteurs stellen de zaken soms te simpel voor, meent Tschiggerl. Hij hecht weinig waarde aan het verband dat ze leggen met de terugkeer van IS-strijders, een heikel probleem voor tal van landen in West-Europa. De onderzoekers verwijzen naar de voorsteden van Marseille, Parijs, Birmingham of Brussel, waar radicale moslims hun extremistische ideologie importeren en verspreiden. Dat zou in arme en geïsoleerde wijken een langdurig effect kunnen hebben. Tschiggerl: ‘Ik vind het naïef om wetmatigheden te ontlenen aan een individueel geval. De situatie in Oostenrijk in 1945 is niet te vergelijken met die in de Brusselse gemeente Molenbeek of de Franse banlieues.’

Edwin Bakker, hoogleraar terrorisme en contraterrorisme aan de Universiteit Leiden, neemt de waarschuwing van de onderzoekers serieus. Hij herkent in de studie ‘fundamenten van de wetenschappelijke literatuur over buitenlandse strijders’. Het onderzoek bevestigt dat hun invloed een lange adem kan hebben. De studie sterkt Bakker in de overtuiging dat Nederland moet voorkomen dat teruggekeerde Syriëgangers een ondergrondse scene gaan vormen. ‘De AIVD kan niet eindeloos op die lieden blijven letten.’

Teruggekeerde jihadi’s blijven vaak onderdeel van een wereldwijde gemeenschap, stelt de hoogleraar. Tijdens verblijf in het buitenland worden langdurige relaties gesmeed en huwelijken gesloten. ‘Als je terugkomt, ben je een outcast. Je hebt iets meegemaakt dat je met weinig anderen kunt delen. Je kan ook nog vervolgd worden. Via sociale media hou je contact met geestverwanten, klit je bij elkaar. Dat zag je ook bij jihadgangers in Tsjetsjenië en Afghanistan. Het blijft een gemeenschap die haar gedachtengoed vasthoudt, ook als de wereld verandert.’

Van dat laatste is Stefan Schachermayr een treffend voorbeeld. Op 93-jarige leeftijd (in 2005) – hij is dan FPÖ-lid – zegt hij in een interview dat hij nog steeds een overtuigd nationaal-socialist is. Want onder Hitler zijn toch zo veel ‘goede dingen’ gebeurd.

Meer over