EXTREEM GEMATIGD

ALS IK journalist was, zou ik graag een keer Hans Janmaat interviewen. Niet omdat ik belangstelling koester voor zijn politieke denkbeelden....

Maar bij Nederlandse journalisten prevaleert in dit geval moralisme boven nieuwsgierigheid. Ze mijden de CD-leider uit afkeer van zijn denkbeelden. In het uitzonderlijke geval dat ze hem wel aan het woord laten, zoals vorige week in Hervormd Nederland, melden ze nadrukkelijk om wat voor een verwerpelijke man het gaat.

De moralistische toon was afwezig in het korte vraaggesprek met Janmaat dat de Volkskrant vorige week vrijdag afdrukte. Wel stelde de interviewer, Frank van Zijl, vergenoegd vast dat het einde van de CD nabij lijkt na de verpletterende nederlaag van de partij bij de gemeenteraadsverkiezingen.

Dat de Centrumdemocraten vorige week woensdag 76 van hun 77 zetels hebben moeten inleveren, stemt inderdaad tot tevredenheid. Maar hoe is die ineenstorting te verklaren? Een aantal factoren speelt een rol.

Zo is zelfs de meest ongeïnteresseerde kiezer inmiddels ter ore gekomen dat de CD-gemeenteraadsleden weinig hebben gepresteerd en vaak niet eens de moeite hebben genomen vergaderingen bij te wonen. Aansprekende leiders ontbreken nog altijd in het extreem-rechtse kamp, waar wel veel geruzied wordt.

Verder bestaat in politiek Den Haag tegenwoordig meer aandacht voor de multiculturele problemen waar de Centrumdemocraten zich exclusief op hebben gericht, terwijl de economische voorspoed de animo om een protest-stem uit te brengen heeft verminderd. Ontevredenen kunnen nu bovendien terecht bij de destructieve SP, die overal tegen is en ook de allochtone medemens geen bijzonder warm hart schijnt toe te dragen.

Wat de precieze oorzaken ook mogen zijn, de aftakeling van extreem-rechts heeft in ieder geval duidelijk gemaakt dat het met de racistische sympathiën van de Nederlandse bevolking wel meevalt. Jarenlang zijn we in Nederland lastig gevallen met gruwelijke verhalen over het virulente racisme waaronder onze samenleving gebukt zou gaan.

Een krachtige stroming binnen de officiële openbare mening, schreef Herman Vuijsje in zijn boeiende boek Correct, zag het racisme als een levensgevaarlijke bacil, die in ieder van ons steeds op de loer ligt. Elke kritische uitspraak over vreemdelingen, zelfs het puur refereren aan verschillen, kon in die visie leiden tot een ernstige racisme-epidemie.

Anet Bleich bijvoorbeeld wees op de golf van racisme die ons land dreigde te overspoelen. In het boek Nederlands racisme merkte ze op dat 'de klacht over een door ''hullie'' slecht onderhouden trappenhuis, en de gaskamer, de twee uitersten zijn binnen één racistisch universum, en dat er binnen het racistische denken en handelen een logica zit die in principe van minder naar zeer extreem leidt'. Je gaat op pantoffels de trap op om de buurman te vragen of het wat zachter kan, zo merkt Jan Kuitenbrouwer op in zijn nieuwe boekje, en je komt in SS-laarzen boven.

De vernieling van het Auschwitz-moment deed verontruste opinielelders naar de pen grijpen om te wijzen op het gevaar van een oprukkend fascisme. Een in brand gestoken huis van een Turks gezin in Den Haag gaf aanleiding tot toekomstbeelden met marcherende zwarthemden in de vaderlandse straten.

De genoemde incidenten bleken echter niets met politieke actie te maken te hebben, zodat de antiracistische onheilsprofeten beschaamd afdropen en in stilte verder moesten hopen op die racistische gruweldaden die nu eindelijk eens hun sombere gelijk zouden bevestigen.

Maar de racistische tijdbom onder onze maatschappij is nog steeds niet afgegaan en het vermoeden groeit dat er helemaal geen tijdbom is. Het zou niet juist zijn, schrijft Ernest Zahn in zijn boeiende studie Regenten, rebellen en reformatoren, Nederland af te schilderen als toonbeeld van verdraagzaamheid. Wel is er waarschijnlijk in geen ander land ter wereld een bevolking te vinden met zulke dwingend tolerante gedragsnormen. Deze tolerantie, stelt Zahn, voorkomt niet elke vorm van radicalisme, maar zorgt wel voor een geestelijk klimaat waarin extremisme slecht gedijt.

Het lijkt dan ook geen toeval dat de moslims, die in het buitenland nog wel eens een voorliefde tonen voor extremisme, zich in Nederland doorgaans heel redelijk opstellen. Het aantal voorstanders van het doodvonnis voor de ketter Salman Rushdie bleef in ons land bijvoorbeeld vrij klein.

Onze burgerlijke samenleving, zo heeft de staatsrechtgeleerde S.W. Couwenberg herhaaldelijk betoogd, kenmerkt zich door flexibiliteit, aanpassingsvermogen en principiële openheid, en is erin geslaagd allerlei oorspronkelijke antiliberale stromingen, groepen en instellingen van haar geest te doordringen. Als Nederlanders al door een virus zijn aangestoken, is dat het virus van de gematigdheid.

Meer over