'Extravagant is uit, eerlijk product in'

INTERVIEW..

amsterdam Design en de crisis – het is een problematische combinatie waar maar weinig ontwerpers een oplossing voor vinden. De Britse ontwerper Tom Dixon (1963) is een van hen. Niet voor niets doopte hij zijn nieuwste meubelcollectie Utility, wat zich het beste laat lezen als verzamelterm voor nuttige voorwerpen. Een tafelblad van marmer heeft een stoere gietijzeren poot met schroefdraad waarmee hij hoger of lager kan worden gedraaid. Een no-nonsense tafel heeft een zwart blad van ruw hout met nerven en knoesten. Het is design ontdaan van elke modieuze opsmuk, dat naadloos aansluit bij de sobere tijdgeest.

‘De reacties die ik krijg bevestigen dat’, beaamt Dixon. ‘Maar op plekken als Shanghai en Dubai is de vraag naar dit soort zelfverklaarde eerlijke producten nog niet zo groot. Crisis of niet, daar staat design nog gelijk aan luxe.’

Zelf ziet Dixon Utility niet als een hoogst actueel statement. ‘Ik heb altijd eerlijke producten gemaakt van ruwe materialen.’ Na gefnuikte ambities als kunstenaar en popartiest beproefde hij halverwege de jaren tachtig zijn geluk met het in elkaar lassen van meubels. Met één been nog in de lasstudio werd hij opgepikt door Cappellini. De S­chair die hij voor deze exclusieve Italiaanse producent ontwierp, is een designklassieker. Sinds 2002 ontwerpt hij uitsluitend meubels voor het merk Tom Dixon. ‘Ik voel me steeds zekerder om terug te gaan naar mijn creatieve basis.’

Als beginnend ontwerper leerde hij niet alleen dat hij een hoop schroot kon veranderen in een gewild meubel, maar ook in een stapel bankbiljetten. Sindsdien zijn commercie en creativiteit bij Dixon onlosmakelijk met elkaar verweven. ‘Een crisis biedt ook kansen. Zo was in de jaren tachtig goedkope werkruimte zo gevonden.’ Dat hij dit najaar zijn eerste permanente showroom opende in de Londense docks – in de voormalige geluidsstudio’s van Virgin Records – verbaasde niemand.

Toch is commercie vooral een manier om zijn creativiteit te faciliteren. Twee jaar geleden deelde hij gratis stoelen uit aan vijfhonderd passanten op het drukke Trafalgar Square. Deze Chair Grab was een reclamestunt voor een producent van een goedkope en biologisch afbreekbare kunststof. Maar voor Dixon was het vooral ‘een verkenning naar nieuwe manieren van distributie’. ‘Als een bedrijf in ruil voor een logo bereid is de productiekosten te betalen, kunnen goede producten bereikbaar worden voor iedereen. Meer dan ooit is het noodzakelijk om na te denken over zulke nieuwe manieren van productie en distributie.’

Duurzaamheid is een begrip waar hij maar weinig mee kan. Want daaraan kan maar één consequentie worden verbonden: ‘Helemaal niets meer ontwerpen en produceren. Er zijn spullen genoeg.’ Dus ontwerpt hij schaamteloos hippe producten. De Mirror Ball bijvoorbeeld, een lamp die nog het meeste lijkt op een serie glimmende discobollen aan een paal. Of de Fat spot, een koperen spotje dat oogt als een fonkelende schijnwerper. Hij is ook niet alleen gevormd door de grauwe Thatcher-jaren; ’s nachts stortte hij zich in de Londense partyscene in hetzelfde pakhuis waar hij overdag zijn meubels laste. Een erfenis die nu nog zichtbaar is in de ultracoole combinatie van tweed jasje én gouden hoektand. ‘Natuurlijk wil ik producten ontwerpen die mensen begeren. Maar het minste wat ik kan doen is zorgen dat ze lang meegaan doordat ze van superieure kwaliteit zijn en zich niet opdringen.’

Deze les leerde Dixon bij Artek, het Finse meubelmerk waar hij in 2004 aantrad als art director. ‘Al sinds de oprichting ruim zeventig jaar geleden is dit bedrijf duurzaam op een manier die nog inspireert. Ze maken meubels van hout waarvoor meteen weer bomen worden aangeplant. Ze bouwden de fabriek dicht bij deze grondstofvoorraad. De ontwerpen zijn kwalitatief onovertroffen en hebben een tijdloze uitstraling.’

Om dit integere imago uit te bouwen besloot hij tot de opkoop van oude meubels van ontwerper/architect Alvar Aalto, oprichter van Artek. Deze meubels kregen een echtheidcertificaat en werden doorverkocht in de Artek-winkels. De 2nd cycle-campagne was een succes. ‘Het extravagante design is aan het einde van een cyclus beland. Er is behoefte aan eerlijke producten.’

Dus paste Dixon een soortgelijke strategie toe bij de lancering van Utility. De collectie wordt verkocht in shop-in-shops, waarbij vanuit Londen wordt gedicteerd hoe deze eruit zien. Een stoer verkeerslint geeft aan waar de ruimte begint. Producten worden getoond op de lege dozen waarin ze worden geleverd. Zelfs de schoolbordverf en krijtjes om de productinformatie te vermelden, worden meegestuurd. De Nederlandse primeur is te zien bij interieurwinkel Co van der Horst in Amstelveen.

Behalve als ontwerper, art director en ondernemer timmert hij ook aan de weg als interieurontwerper met zijn Design Research Studio. Hij ziet weinig onderscheid tussen deze activiteiten. ‘Design is meer dan alleen het letterlijke vorm geven aan producten. Het is ook een stoel interessant maken door hem nog een andere betekenis te geven dan een ding waarop je kunt zitten. Het is ook het denkproces over hoe je een stoel zo efficiënt mogelijk kunt maken en in de winkel kunt krijgen. En als het nodig is ook meteen die winkel ontwerpen. Design is het uitdenken van een heel nieuwe wereld.’

Meer over