NieuwsAnalyse berekeningen CPB

Extra koopkracht werknemers, meer ongelijkheid tussen flex en vast door crisis

Mensen met een vaste baan hebben tot nu toe geen financieel geen klagen over de coronacrisis. Uit de berekeningen van het Centraal Planbureau (CPB) blijkt dat de koopkracht van mensen in vaste dienst dit jaar zelfs nog iets meer stijgt dan was verwacht.

De Apple Store in Amsterdam is weer open, zij het met extra maatregelen.  Beeld Arie Kievit
De Apple Store in Amsterdam is weer open, zij het met extra maatregelen.Beeld Arie Kievit

De paradox is dat het is te danken aan het feit dat de economie deels stil ligt, waardoor de inflatie nog verder daalt terwijl de loonafspraken gewoon doorlopen. In de juniraming die het CPB dinsdag publiceerde, wordt voor dit jaar gerekend op een stijging van de koopkracht van 2,3 procent voor werknemers, uitkeringsgerechtigden en gepensioneerden. Dat was in maart voor de coronacrisis nog 2,1 procent.

Dat hangt vooral samen met de reële loonontwikkeling die voor mensen die hun vaste baan weten te behouden veel hoger uitpakt doordat de inflatieverwachting is gedaald van 1,7 naar 1,3 procent dit jaar. Voor flexwerkers zal de crisis slechter uitpakken, vooral doordat het leidt tot minder werkuren zo niet banenverlies. Een exacte berekening kan het CPB daar niet van maken. Maar het CPB erkent dat de coronacrisis leidt tot grotere ongelijkheid in Nederland.

Het CPB maakte dinsdag bekend dat volgens de nieuwe raming het bbp in 2020 zal dalen met 6 procent. In dit zogenoemde basisscenario wordt volgend jaar weer een groei van het bbp verwacht van 3 procent. De werkloosheid verdubbelt van 3,4 procent in 2019 tot 7 procent in 2021.

Tweede besmettingsgolf

In het geval van een tweede besmettingsgolf en nieuwe contactbeperkende maatregelen is er een rampscenario gemaakt. ‘In zo’n scenario krimpt het bbp ook in 2021 en loopt de werkloosheid op tot mogelijk 11 procent. Dat hebben we zelfs begin jaren tachtig niet gezien’, aldus directeur Pieter Hasekamp van het CPB. Omdat het CPB in de nieuwe ramingen niet verder kijkt dan tot eind 2021, wil Hasekamp niet precies aangeven in welk jaar de economie in dat geval weer terug is op het niveau in 2019. ‘Maar als dat pas in 2024 het geval zal zijn, dan zou dat niet erg raar zijn.’

Maar het herstel kan ook bespoedigd worden, met name als door het geleidelijk opheffen van de lockdown een vlaag van optimisme over het land trekt, waardoor de bestedingen worden gestimuleerd. Hasekamp: ‘Door inhaal van bestedingen bij huishoudens en investeringen van bedrijven om op nieuwe mogelijkheden in te kunnen spelen, kan de stijging van de werkloosheid beperkt blijven.’

Dit zou betekenen dat het bbp in 2021 boven het niveau van eind 2019 kan terugkeren. Nederland is als open economie ook sterk afhankelijk van het internationale herstel. Als het internationale hersteltempo tegenvalt, kan dat volgens het CPB ook doorwerken in Nederland.

Wopke Hoekstra

Het minst verontrust is het CPB over de overheidsfinanciën. Die kunnen zelfs in het meest ongunstige scenario de klap dragen. In het basisscenario slaat het begrotingsoverschot van 1,7 procent vorig jaar om in een tekort van 7,6 procent dit jaar . Dat komt overeen met een verschil van 68,5 miljard en is beduidend lager dan de 92 miljard waarmee minister van Financiën Wopke Hoekstra naar buiten kwam.

Volgens Hasekamp wordt dit verschil veroorzaakt doordat het ministerie in latere jaren misgelopen inkomsten, vooral omdat bedrijven niet meer in staat blijken leningen terug te betalen, al dit jaar meerekent met het tekort. De staatsschuld loopt in het basisscenario op tot 61,5 procent van het bbp dit jaar en 61,1 procent volgend jaar.

In het meest ongunstige scenario wordt dat 76 procent in 2021. Hasekamp zei dat de regering veel voortvarender is opgetreden dan tijdens de kredietcrisis van ruim tien jaar geleden. Maar het is geen aanmoediging om nu ook sneller de steun af te bouwen. Dat hangt nog te veel af van het verloop van het herstel van de economie.

Meer over