Extra EK atletiek: nieuwe traditie of fiasco in de dop?

De Europese kampioenschappen waren altijd om de vier jaar. Vanaf vandaag zijn ze er iedere twee jaar, om de atletiek een impuls te geven.

VAN ONZE VERSLAGGEVER MARK VAN DRIEL

HELSINKI - Het is bedoeld als het begin van een nieuwe traditie: Europese kampioenschappen atletiek in de aanloop naar de Olympische Spelen. vandaag begint de eerste editie in Helsinki.

Maar wordt het een succes? Aan de Finnen zal het niet liggen. Zij hebben blijk gegeven van hun liefde voor de sport door in groten getale kaarten te kopen voor het vijfdaagse evenement, lang voordat bekend was of de Europese topatleten iets voelden voor deelname.

Voorheen werden de EK atletiek altijd om de vier jaar gehouden, twee jaar voor de Olympische Spelen, in een jaar zonder WK atletiek. Voor veel Europese atleten, met name de lopers, was het de grootste kans op een internationale titel. De sterkste atleten deden doorgaans mee.

Dat is in Helsinki anders. Lang niet alle toppers vinden dat de EK passen in de voorbereiding op de Spelen van Londen. Tweevoudig kampioen Jelena Isinbajeva komt niet in actie met haar polsstok en Blanka Vlasic laat het hoogspringen schieten. Daarentegen doet Christophe Lemaitre, de Franse sprintsensatie, wel mee. Ook Mo Farah, de Britse wereldkampioen 5.000 meter, is aanwezig.

Van de twaalf Europeanen die vorig jaar een wereldtitel veroverden in Daegu doen er in Helsinki naar verwachting vijf mee. De anderen geven de voorkeur aan een rustige opbouw richting Londen.

Sommigen doen dat uit vrije wil, zoals Nederlands beste tienkamper Eelco Sintnicolaas. Hij slaat de EK over, ondanks zijn tweede plaats van twee jaar geleden. Hij strijdt liever topfit om een olympische medaille dan dat hij de Europese titel pakt.

Toptalent Dafne Schippers kiest voor een aangepast programma. Zij komt uit op de 200 meter en 4x100 meter. De zevenkamp bewaart ze voor Londen.

In sommige landen is van hogerhand ingegrepen. De Britse atleten die zich afgelopen weekeinde bij de nationale trials kwalificeerden voor Londen zijn meteen van de deelnemerslijst afgevoerd. Technisch directeur Charles van Commenee wil dat niets de voorbereiding van topatleten op de Spelen in gevaar brengt. Hij heeft acht olympische medailles beloofd, waarvan een gouden.

De voorzichtigheid heeft een reden. Vooral de specialisten op de korte en middellange afstanden vrezen voor overbelasting. Om Europees kampioen te kunnen worden, moeten zij drie (200 en 800 meter) of vier wedstrijden (100) lopen. Voor de werpers, springers en lange afstandslopers is dat risico kleiner. Voor hen verschillen de EK nauwelijks van een eendaagse wedstrijd zoals de Diamond League.

Vooral de topsprinters kiezen voor een beperkt programma. Bij de Olympische Spelen zijn Lemaitre en Churandy Martina van plan mee te doen aan de 100 meter, de 200 meter en de 4x100 meter. Dat zijn, in het gunstige geval, acht wedstrijden verspreid over zes dagen.

In Helsinki durven ze dat niet aan, uit vrees voor blessures. Het zou ten koste gaan van de olympische prestaties. 'Het is te veel', meent Churandy Martina, die uitkomt op de 200 meter en 4x100 meter.

De bezwaren zijn geen verrassing voor de Europese atletiekunie. Toch is bewust gekozen voor een tweejaarlijkse titelstrijd, om de atletiek een impuls te geven.

Atletiek drijft op de belangstelling van Europese sponsors, publiek en media. Tegelijkertijd komen Europese atleten er bekaaid af bij de WK's en Spelen. Vrijwel alle loopnummers worden gewonnen door Noord-Amerikaanse, Caribische of Oost-Afrikaanse atleten. Alleen op de technische nummers scoren Europeanen met regelmaat medailles.

De Europese bond hoopt met een tweejaarlijks EK tegemoet te komen aan de Europese behoefte aan atletieksucces. Het toernooi is opgezet in nauw overleg met de EBU, de overkoepelende organisatie van Europese televisiestations. De wedstrijdtijden zijn zo gekozen dat ze niet overlappen met het EK voetbal.

Ook met de belangen van de sporters is rekening gehouden. Tegelijkertijd met de EK atletiek worden in Amerika, Jamaica en Kenia trials gehouden, waaraan atleten met olympische ambities verplicht moeten meedoen. Ook Usain Bolt.

Aangezien de meeste medaillewinnaars uit die landen komen, is het niet per definitie nadelig om vijf weken voor de Spelen mee te doen aan een serieuze meerdaagse wedstrijd. Sommige bestuurders hopen dat de EK zich ontwikkelt tot een extra selectiewedstrijd: een topdrieklassering zou een olympisch startbewijs moeten opleveren. Ook een jaarlijks terugkerend EK is denkbaar.

Of dat lukt? Veel zal afhangen van Helsinki.

undefined

Meer over