Expositie rond Enola Gay negeert slachtoffers Hiroshima

Een expositie samenstellen over het vliegtuig en de bemanning die vijftig jaar geleden de eerste atoombom gooide zonder serieus in te gaan op de slachtoffers lijkt onmogelijk....

Van onze correspondent

Oscar Garschagen

WASHINGTON

Aan het felle debat over de vraag of de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki noodzakelijk waren wordt, los van een korte verklaring, geen woord gewijd. De historische context, waarin president Truman besloot Japan met nucleaire middelen tot overgave te dwingen, ontbreekt. Uitleg over de gevolgen voor de nabestaanden is weggelaten.

Minutieus worden de duizenden bezoekers geïnformeerd over de restauratie van het naar de moeder van piloot, kolonel Paul Tibbets jr, vernoemde toestel.

Geen detail over de constructie van de B-29 die behoorde tot de kleine luchtvloot van de geheime 509-th Composite Group blijft onvermeld. Rondom de zilverkleurige romp in de noordwestelijke hoek van het prachtige museum staan glimmende onderdelen uitgestald: het staartstuk, rotoren, motor, rem- en roermechanismen en radio-onderdelen ontbreken niet.

Onder de romp is zelfs een replica geplaatst van de bijna vijfduizend kilo zware bom, die door de bemanning 'Little Boy' werd genoemd. Op een paneel wordt geruststellend gemeld dat het om een replica gaat en dat de Enola Gay niet radioactief is.

De directie van het Air and Space Museum, een van de belangrijkste toeristische attracties in de VS, had vorig jaar een totaal andere tentoonstelling in gedachten. Het was de bedoeling dat de vijftigste verjaardag van de oorlog tegen Japan, dat zich op 8 augustus 1945 overgaf, aan te grijpen voor een breed opgezette expositie over het begin van het atoomtijdperk.

Een vijfhonderd pagina's tellend ontwerp kwam in handen van organisaties van oorlogsveteranen, die verontwaardigd waren over de opzet, die zij als kritiek op het besluit de bom te gooien uitlegden. De veteranen, onder wie ook kolonel buiten dienst Tibbets (80), vonden dat de wreedheden van de Japanners werden genegeerd. Toen het protest eerder dit jaar aanzwol tot orkaankracht had Japan zich nog niet verontschuldigd voor de oorlog.

Het oproer zette politici onder zware druk en dwong hen in te grijpen. Het museum maakt onderdeel uit van de Smithsonian Institutions, dat deels door de overheid wordt gefinancierd. Het Congres organiseerde hoorzittingen en dreigde de geldkraan dicht te draaien als de expositie niet werd gewijzigd. De directeur van het museum, Martin Harwit, werd tot aftreden gedwongen. Het museum ontving dertigduizend brieven en telegrammen van verontruste veteranen.

De expositie veranderde vier maal van opzet en bij elke verandering maakten controversiële teksten en beelden plaatsen voor bouten en moeren. Het resultaat komt erop neer dat de geschiedschrijving in het museum eindigt op het moment dat de bom is geworpen en de staartschutter ziet hoe zich een paddenstoelachtige wolk vormt. In totaal wordt in een zestien minuten durend filmpje twintig seconden gewijd aan de slachtoffers.

Uiteraard zijn de veteranen, kolonel Tibbets en conservatieve politici tevreden met het resultaat. Tibbets, die vorig week werd rondgeleid, heeft een goedkeurend briefje geschreven. Voor de Smithsonian Institutions is er echter een groot probleem ontstaan. Nog niet eerder is een museum van deze prestigieuze organisatie zo diep door de knieën gegaan voor politieke en maatschappelijke druk. Als nieuwe projecten, zoals het Indianenmuseum en het museum over 'Afrikaanse Amerikanen', vorm krijgen worden dan ook heftige debatten over genocide en racisme verwacht.

De commotie heeft vooral aangetoond hoe gevoelig en problematisch de oorlog met Japan nog steeds ligt. De frases van Amerikaanse en Japanse regeringsleiders over 'globaal partnerschap' blijken de bitterheid en de argwaan maar nauwelijks te kunnen bedekken. Van David Sanger, zes jaar lang voor The New York Times werkzaam in Tokyo, was zondag de constatering dat beide landen de geschiedenis inkleuren. Het kamikazevliegtuig in het oorlogsmomument Yasukuni in Tokyo staat in hetzelfde historische vacuüm als de Enola Gay in Washington. 'Het punt is dat je daar in Tokyo niet van opkijkt, maar dat je een dergelijke eenogige behandeling van de geschiedenis in Washington niet verwacht', aldus Sanger.

Meer over