Expositie over Duitse schilderkunst in het interbellum Dreigende ondergang tegemoet

De Weimarrepubliek werd bevolkt door zwervers, hoeren, blinden, bedelaars en oorlogsinvaliden met grove, karikaturale gezichten. In morsige kroegen spoelden hitsige paren met veel rode wijn de ellende weg....

Van onze verslaggeefster

Judith Koelemeijer

DEN HAAG

Althans, dat is het beeld van de 'goldenen zwanziger Jahre' dat naar voren komt op de expositie Kunst als verzet; een privéverzameling van het Amerikaanse echtpaar Marvin en Janet Fishman.

Wie in het Paleis in Den Haag de vele zot-cynische scènes bekijkt, krijgt de indruk dat Duitse kunstenaars uit het interbellum ervan overtuigd waren dat zij in een narrenschip zaten, vol met even idiote als rampzalige typen, de onvermijdelijke ondergang tegemoet.

Wat niet verwonderlijk is. De verzameling van het echtpaar Fishman bestaat uit het werk van een generatie kunstenaars die geboren werd rond de eeuwwisseling, in de Eerste Wereldoorlog al dan niet vrijwillig de loopgraven inging en gedesillusioneerd terugkeerde. In de jonge Weimarrepubliek werden zij geconfronteerd met revolutie, werkloosheid, opkomend fascisme en hyperinflatie.

Zij kampten met de 'verschrikkelijke onzekerheid' waarover de schrijver Paul Valery in 1922 sprak: 'De geest is diep gekwetst. Zij twijfelt grondig aan zichzelf.'

Tegen deze achtergrond zochten kunstenaars als Grosz, Dix, Heartfield en Voigt in de jaren twintig naar nieuwe vormen. Het 'ik-ik-ik' van het vooroorlogse expressionisme voldeed niet langer, er moest kunst gemaakt worden die, met de woorden van Grosz, 'door iedereen begrepen werd'. Zodat het volk kon zien wat het niet zien wilde, oog kreeg voor de hypocrisie.

'De meest verheven kunst zal een inhoud hebben waarin de duizendvoudige problemen van alledag bewust worden geformuleerd', stond al in het Berlijns dadaïstisch manifest uit 1918 te lezen. Het was dit engagement dat voor de kunstenaars van de Neue Sachlichkeit een nieuw uitgangspunt vormde:

'Deze kunst zal zichtbaar verpletterd zijn door de explosies van vorige week, en sinds het ongeluk van gisteren eindeloos haar ledematen vergaren.'

Op de expositie hangt een apocalyptisch landschap van Ludwig Meidner, een doodskop-achtig vrouwenportret van Otto Dix en een straatopstand van Bruno Voigt. Naast bekende namen als Nussbaum, Grosz en Hubbuch is er ook veel werk van vergeten kunstenaars. Omdat het hier een privéverzameling betreft, biedt het overzicht geen representatief beeld van de Duitse kunst uit het interbellum; abstracte kunst bijvoorbeeld ontbreekt.

Het echtpaar Fishman wordt door conservator Franz Kaiser, die de inleiding bij de catalogus schreef, omschreven als een 'provinciaals', inmiddels dik bejaard stel uit Milwaukee. Hij is projectontwikkelaar, zij huisvrouw. Ze verzamelen sinds hun studententijd en gaan daarbij vooral op hun 'gevoel' af.

In de jaren zeventig raakten zij geïnteresseerd in Duitse kunst uit het interbellum; een genre dat toen nog niet populair, en daarom relatief goedkoop was. Ook hun joodse afkomst zou hun belangstelling voor het onderwerp kunnen verklaren, denkt Kaizer. 'Ze hebben duidelijk gekozen voor kunst die tegen het systeem was.'

Een groot deel van hun collectie hing in 1937 op de expositie Entartete Kunst: Hitlers uitstalkast van alle kunst die door de nazi's werd verboden en uit alle Duitse musea verbannen.

Kunst als verzet, Duitse schilders in het interbellum is niet onder een noemer of schilderstijl te vangen. De collectie bevat een aantal vooroorlogse, expressionistische landschappen van Pechstein en Tappert, zelfportretten van Ludwig Meidner, sombere stadstaferelen van Masereel en pamflettistische, anti-fascistiche tekeningen van Bruno Voigt.

De schilder- en tekenstijl is dan weer sober en precies, conform de Neue Sachlichkeit, dan weer uitbundig, als was het expresionisme nooit dood verklaard.

Wat de werken met elkaar gemeen hebben is de sfeer, de tijdgeest die je er, bewust van de slechte afloop, onherroepelijk in herkent. De sferen van oorlog, hedonisme en dreiging. Conservator Franz Kaiser heeft bij de opstelling in Het Paleis terecht gekozen voor een thematische ordening, waarin verwante schilders en onderwerpen bij elkaar zijn gebracht.

'Het tonen van de wonden' is voor Kaizer een terugkerend motief, dat zowel slaat op de oorlogstaferelen en de doorleefde karikaturale portretten, als op de erotische scènes. Het is opvallend hoeveel hoeren, naakten en orgieën de collectie Fishman bevat, als trachtte de Weimarrepubliek collectief het onbehagen met sex en drank te vergeten.

Een van de laatste werken die het echtpaar Fishman voor de collectie verwierf is de Sebstbildnis im Lager van Felix Nussbaum. Het is gemaakt in een Frans interneringskamp in 1940, vier jaar voordat de joodse schilder in Auschwitz werd vermoord. Het in bruin- en grijstinten geschilderde werk toont de schilder in kampkleding, met wantrouwende blik, tegen de achtergrond van barakken, prikkeldraad en een tweetal (half)naakte gevangenen.

Het apocalyptische visioen was werkelijkheid geworden.

Kunst als verzet. Duitse schilders in het interbellum. De verzameling Marvin en Janet Fishman. Het Paleis, Den Haag, tot en met 1 oktober. Catalogus ¿ 79,-.

Meer over