NieuwsVermogenskloof

Experts: selecte groep van rijkste Nederlanders bezit nóg meer dan gedacht

De financiële kloof tussen de allerrijksten in Nederland en de rest van de bevolking is nóg groter dan gedacht. De rijkste 1 procent van de huishoudens bezit volgens nieuwe schattingen niet een kwart, maar een derde van al het private vermogen in Nederland, ongeveer 1.600 miljard euro. De top 0,1 procent (7.750 huishoudens) heeft daarvan niet een tiende, maar een zesde in handen.

Een activiteit tijdens het evenement Masters of LXRY in de Amsterdamse RAI. Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Dat stellen vier wetenschappers, onder wie voormalig directeur Coen Teulings van het Centraal Planbureau en de Utrechtse hoogleraar Bas van Bavel, in een artikel in het economenvakblad ESB.

De inkomensongelijkheid is in Nederland internationaal gezien niet groot , maar de vermogensongelijkheid wel. De auteurs hebben nieuwe cijfers gebruikt waarmee een ambtelijke werkgroep van het ministerie van Financiën anderhalve maand geleden kwam. De werkgroep zag 400 miljard euro vermogen in de zogeheten Box 2, die vooral gebruikt wordt door directeuren met een eigen bedrijf. Het CBS, dat de vermogensverschillen in Nederland berekent, ging uit van 190 miljard. De nieuwe cijfers van Financiën maken de vermogenskloof tussen rijk en arm een stuk groter.

Bij de schattingen is de meer dan 1.000 miljard euro aan pensioenvermogen niet meegeteld. Die pensioenmiljarden hebben een dempend effect op de vermogensongelijkheid, al is onduidelijk hoeveel precies. Het CBS, en de auteurs, tellen het pensioen niet mee omdat het geen ‘vrij’ vermogen is: je kunt er niet bij en je kunt de studie van je kinderen er niet mee betalen.

Diverse deskundigen stellen dat de vermogensongelijkheid wel groot is, maar niet ernstig, omdat ze goed verklaarbaar is. De verschillen zitten in de leeftijd en de woningmarkt. Ouderen hebben meer vermogen dan jongeren, die nog geen tijd hebben gehad iets op te bouwen. Verder zit het gros van het vermogen van ‘gewone’ Nederlanders in de eigen woning, die fors meer waard is geworden.

Volgens cijfers die de Volkskrant heeft opgevraagd bij het CBS bezat de rijkste 1 procent begin 2019 bijna een kwart van het vermogen (bank- en spaarrekeningen, aandelen, onroerend goed, minus de schulden). Dat is iets minder dan een jaar eerder. De 0,1 had bijna 10 procent in handen, ook iets minder. 

Volgens critici is de grote vermogensongelijkheid wel degelijk een groot maatschappelijk en economisch probleem. Zij wijzen op de kloof met de onderste helft van de 7,7 miljoen huishoudens, die weinig of geen vermogen heeft, of alleen schulden. Dat maakt bijvoorbeeld toegang tot de woningmarkt moeilijk.

Volgens de nieuwe cijfers uit ESB heeft de rijkste 1 procent 8 tot 11 procentpunt meer dan tot nu toe werd gedacht. Daardoor heeft de 1 procent niet krap een kwart, maar een derde van al het vermogen in Nederland. Bij de top 0,1 procent is het anderhalf keer meer dan in eerdere berekeningen.

De auteurs wijzen erop dat hun cijfers ‘niet in steen zijn gebeiteld’. Het punt dat ze vooral willen maken is vooral dat de huidige schattingen van de vermogens van de rijksten van Nederland grote hiaten vertonen. Dit ‘ondanks het goede en snelle werk van het CBS’. 

Het probleem zit in het schuiven met geld tussen de diverse fiscale boxen, nog afgezien van het wegsluizen van vermogen naar belastingparadijzen. De wetenschappers noemen de grote verschillen in de schattingen van de topvermogens ‘opzienbarend, gezien het maatschappelijk belang’.

Meer over