InterviewFrenk van Harreveld en Bas van den Putte

Experts over jongeren en corona: ‘Laat de overheid de juiste kanalen kiezen en campagnes heel precies op hen afstellen’

Bij het oplopen van het aantal coronabesmettingen valt het aandeel van de jongeren op. Waarom trekken zij zich minder aan van de waarschuwende instanties? En zou het helpen als zij op een andere manier worden aangesproken?

Studenten uit Rotterdam delen flyers en mondkapjes uit om het bewustzijn van de bewoners te vergroten omtrent Covid-19. Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Het kabinet staat opnieuw voor de lastige opdracht om de toename van het aantal coronabesmettingen in te dammen. Er is bezorgdheid over de oplopende cijfers, maar de mogelijkheden om gedisciplineerd gedrag te bevorderen zijn beperkt. Vooral jongeren hebben steeds meer moeite met de coronaregels. Het aandeel van besmette jongeren stijgt en GGD’s herleiden veel clusters met nieuwe besmettingen naar jongerenfeesten.  Een kwart van alle besmette personen sinds 1 juli is nu tussen de 20 en 29 jaar, zo blijkt uit de RIVM-cijfers. 

Het RIVM werkt aan een voorlichtingscampagne om de jeugd te stimuleren de corona-regels na te leven. Frenk van Harreveld, hoogleraar gedragsbeïnvloeding en Bas van den Putte, hoogleraar gezondheidscommunicatie, beiden van de Universiteit van Amsterdam, over wat werkt bij jongeren.

Is er voorlichting nodig die zich speciaal op de jeugd richt?

Van Harreveld: ‘Ja. Hoe bang je bent voor het virus bepaalt de mate waarin mensen de regels naleven. De vraag is hoe je, zonder angst te zaaien, kunt communiceren wat de risico’s zijn – en dat die voor jongeren niet nihil zijn. Nu doet de overheid dat vooral met statistische informatie, maar mensen zijn gevoeliger voor persoonlijke verhalen. Grafieken zijn minder effectief dan voorbeelden.’

Van den Putte: ‘We moeten het trouwens niet overdrijven met hoe slecht het gaat. Die – laten we zeggen honderdduizend – jongeren die naar illegale feestjes gaan, trekken nu alle aandacht, maar dat is op anderhalf miljoen jongeren maar een klein percentage.’

Moet je jongeren vooral wijzen op hun eigen belang?

Van den Putte: ‘Het gaat er vooral om dat jongeren snappen waarom de maatregelen belangrijk zijn, zodat ze het zelf willen, gemotiveerd zijn om mee te doen. Voor anderen én zichzelf. Als er nog meer besmettingen komen, gaat dat gevolgen hebben voor de introductie-activiteiten in het onderwijs, gaan de lessen weer helemaal online. Als winkels en cafés weer meer beperkingen krijgen opgelegd, raken ze hun bijbaantjes kwijt. En dat soort boodschappen moet je eindeloos herhalen. Want voor jongeren is het lastig een afweging te maken tussen kortetermijnpleziertjes en de risico’s op langere termijn om besmet te raken of andere te besmetten.’

Wie moet jongeren aanspreken? Naar premier Rutte luisteren ze blijkbaar niet.

Van Harreveld: ‘Als we ons gedrag bepalen, kijken we naar hoe mensen als wij zich gedragen. Dat zag je toen er op grote schaal wc-papier werd gehamsterd. We zijn dan snel geneigd te denken dat het blijkbaar verstandig is om dat te doen. Vooral bij jongeren is het effectiever om invloedrijke leeftijdsgenoten in te zetten. Je zag aan het begin van de lockdown allerlei celebrities op sociale media vertellen: ‘Ik blijf thuis.’ Dat zou goed kunnen werken.’

Van den Putte: ‘Jongeren laten zich vooral door elkaar beïnvloeden. Dus als ze onderling filmpjes uitwisselen, boodschappen liken, heeft dat veel meer invloed dan wanneer de overheid ze toespreekt. Dus je moet op sociale media de juiste kanalen vinden. En zo’n campagne heel precies afstellen. Een 18-jarige is iemand anders dan een 25-jarige.’

Wat moet de kern van de boodschap zijn?

Van den Putte: ‘Dat moeten we jongeren zelf vragen. Niet aan hoogleraren van 60 zoals ik. Je moet eerst onderzoeken welke problemen ze hebben met de coronaregels en hoe ze zelf denken dat het anders kan. Dat zal de overheid zeker ook doen. Een aantal veiligheidsregio’s heeft al een campagne gelanceerd: ‘slimmer chillen= corona killen’, die jongeren oproept met alternatieven te komen zodat ze elkaar op een veilige manier kunnen blijven ontmoeten. Want je moet jongeren wel alternatieven bieden. Het moet mogelijk zijn plezier te maken met elkaar op anderhalve meter.’

Van Harreveld: ‘De boodschap moet wel duidelijk en simpel zijn. Naarmate de regels complexer werden nam de wrevel toe. Blijf binnen is geen leuke boodschap, maar wel duidelijk. Vermijd drukte is al best ingewikkeld in een grote stad als Amsterdam.’

Campagnes sturen op gezond verstand. Staat dat niet haaks op verplichtingen, zoals de mondkapjesplicht, eventueel afgedwongen met boetes?

Van den Putte: ‘Uiteindelijk draait het erom dat mensen gemotiveerd zijn om zich aan de regels te houden, ook jongeren. Als je alleen iets doet om een boete te vermijden, handel je calculatief en niet meer op basis van gezond verstand. Als de controle weg valt, verslapt de naleving. Dus boetes zijn alleen zinvol als de pakkans hoog is. Maar zoveel politie hebben we niet in Nederland en willen we ook niet.’

Van Harreveld: ‘Ik weet niet of jongeren meer of minder gevoelig zijn voor boetes. Maar als je maar heel weinig boetes gaat uitdelen, wekt dat de indruk van willekeur. Dat kan mensen woedend maken.’

Ook GGD’s slaan alarm, vlak voor de coronapersconferentie van het Kabinet

Na het RIVM slaan nu de GGD’s alarm, net voor de persconferentie van premier Rutte en minister De Jonge donderdagavond. Als mensen zich niet aan de coronaregels houden, wordt het lastig om bron- en contactonderzoeken uit te voeren, waarschuwt de koepel van de 25 GGD’s.

Toename besmettingen zet kabinet onder druk: mogelijk donderdag aanscherping maatregelen

Met het stijgend aantal besmettingen neemt ook de druk op het kabinet toe om meer te doen in de strijd tegen het coronavirus. Mogelijk kondigen premier Rutte en minister De Jonge (Volksgezondheid) donderdagavond op hun persconferentie al nieuwe maatregelen aan.

Meer over