Experimenteren met atleten

De 39-jarige bewegingswetenschapper Gerard Rietjens zocht signalen van overtraining bij triatleten. Om het karige loon aan te vullen, pakte hij geregeld zijn oude baan op als verpleegkundige op een ambulance....

DAT ZOU ik ook kunnen, dacht Gerard Rietjens wel eens toen hij als OK-assistent zij-aan-zij met chirurgen en artsen stond. Dus besloot hij zich voor te bereiden op een universitaire studie. Het werd geen geneeskunde, maar gezondheidswetenschappen. Vrijdag promoveert de 39-jarige Rietjens aan de Universiteit Maastricht op een studie naar training van topsporters.

Rietjens volgde de lange weg. Na de Mavo deed hij diverse opleidingen in de verpleging. Na een aantal jaar werken daarin, wilde hij studeren. 'Maar met Mavo kom je niet op de universiteit. Ik werd uiteindelijk toegelaten met een colloquium doctum, een toelatingsexamen. Ik ben wel een bijtertje. Als mensen zeggen dat iets me niet zal lukken, stimuleert me dat juist om door te drukken.'

Rietjens koos voor bewegingswetenschappen in Maastricht. 'Dat interesseert me, want ik doe veel duursport, indertijd ook zaalvoetbal en schermen en ik trainde voor de triatlon. Geld voor mijn studie verdiende ik 's nachts en in de weekeinden als verpleegkundige op de ambulance. Het is pijnlijk dat ik bijna alle studiefinanciering heb moeten terugbetalen.'

Na zijn studie werd Rietjens wetenschappelijk beleidsmedewerker bij het Nederlands Centrum voor Dopingvraagstukken. Eind 1997 hoorde hij van een promotie-project voor begeleiding en onderzoek van triatleten.

'Ik wilde eerst geen aio worden. Als je al 32 bent en een huis en een gezin hebt, is een salaris van 1600 gulden per maand niet veel. Maar dit door NOCNSF betaalde onderzoek bij duursporters sprak me erg aan. Bovendien hadden derden toegezegd mijn salaris aan te vullen.' Dat geld kwam echter niet, zodat Rietjens weer geregeld op de ambulance moest.

In zijn onderzoek zocht Rietjens vroege aanwijzingen voor overtraining. 'Topsporters overschrijden bij hun training wel de grens tussen belasting en belastbaarheid. Je wilt voorkomen dat je door te veel trainen de zaak overdrijft en slechter gaat presteren. Als je merkt dat je overtraind bent, is het feitelijk te laat.' Voor zijn onderzoek kon Rietjens beschikken over het puikje van de Nederlandse triatleten, dat zich voorbereidde op de Olympische Spelen van 2000 in Sydney.

'We begonnen met door de Nederlandse Triatlonbond geleverde atleten. Wij waren geïnteresseerd in het effect van training op hun bloedbeeld, spieren, hormonen, longfunctie en ook van hoogtestages en dergelijke. Met topsporters kun je geen experimenten doen, ze bijvoorbeeld vier weken lang overtrainen. Daarom wilden we ze alleen drie jaar lang volgen.'

Dat bleek al ingewikkeld genoeg, want topsporters staan niet te springen om geregeld een dag naar een Maastrichts lab te komen om zich te laten prikken en testen op loopbanden en fietssimulators.

'Je bent afhankelijk van hun planning. Als je het effect van een hoogtestage wilt meten en een sporter vertrekt eerder dan afgesproken naar een wedstrijd, dan kun je geen nameting doen. Er bleven tenslotte zeven sporters over van wie we min of meer voldoende gegevens hebben kunnen verzamelen. In de loop der tijd hebben we de begeleiding van de sporters steeds meer laten prevaleren boven het verzamelen van wetenschappelijke gegevens.'

'Uiteindelijk ging het niet meer om mijn promotie, maar vooral om de topsporters. Begrijpelijk, want hun prestaties staan voorop. Daarom zijn er ook maar zo weinig studies met topatleten. Het is wel geweldig dat je als onderzoeker met het beste materiaal ter wereld kunt werken. Net de Formule 1. Ik kon mee naar wedstrijden in het buitenland, de Europese Kampioenschappen, trainingsstages, de Olympische Spelen. Wie mag dat? Het is misschien wat kinderlijk, maar ik vond het geweldig - een jeugddroom die uitkwam.'

Maar soms kreeg Rietjens stank voor dank. 'Had je je in allerlei bochten gewrongen om iets voor iemand uit te werken, hoefde het opeens niet meer. Een enkeling gedroeg zich wel als een prinses op de erwt.'

Omdat je met Formule-1-materiaal niet kunt experimenteren, bestudeerde Rietjens ook amateurs. Zo'n honderd duursporters van verschillende atletiekverenigingen uit de regio namen daaraan deel. Soms moesten die zich gedurende vier weken training elke twee ochtenden nuchter bij Rietjens melden voor onderzoek.

'Ze verdienden honderd gulden per week of kregen een gratis inspanningstest. Het wordt steeds moeilijker om proefpersonen te krijgen. Studenten vinden sneller elders een baantje en vergoedingen voor onderzoek zijn niet meer belastingvrij. Bovendien zitten weinig sporters te wachten op experimenten met overtraining. Het ergste was als ze halverwege een experiment niet meer kwamen opdagen.'

Van de complexe puzzel die het effect van training op sporters vormt, heeft Rietjes een paar stukjes op hun plaats gekregen. 'Complexe reactie- en aandachtstaken blijken zeer gevoelig te zijn voor overtraining. Zulke taken, die je gemakkelijk met de computer kunt vaststellen, veranderen sneller dan de meer robuuste eigenschappen als hormoonsystemen. Zulke computertestjes kan een sporter zelf dagelijks doen, in tegenstelling tot een hormoonbepaling.'

Rietjens is tevreden, ook al zou hij een volgende keer de topatleten strakker volgen zonder dat die het gevoel kregen dat hij ze op de huid zat. Daar zijn nu meer mogelijkheden voor, onder meer door de introductie van een uniform trainingsdagboek. 'Het moeilijkst waren de verschillende belangen van de diverse partijen. De universiteit wil een goede wetenschapper afleveren, maar topsporters hebben daar geen boodschap aan. Zij willen beter gaan presteren.'

Daaraan heeft Rietjens' onderzoek helaas niet bij kunnen dragen. 'We hebben niet goed gepresteerd in Sydney. Een domper, waarvan ik een paar slechte dagen heb gehad. Ik had de omslag van mijn proefschrift liever gesierd met een gouden plak. Er waren mensen die zeiden dat ze het al voorspeld hadden. Het is echter nooit de wetenschap, die met zekerheid kan zeggen hoe het moet. NOCNSF en de toenmalige bondscoach hebben me daarin ook perfect gesteund.'

Nog slechts een paar maanden kan Rietjens terecht bij de universiteit. 'Ik zou graag vervolgstudies doen, maar het geld is op. Dat is jammer en raar. Er is geen bedrijf dat iemand na vier jaar opleiding op straat zet, integendeel. Misschien zit ik straks wel weer op de ambulance.'

Meer over