Expats

Bij het zorgstelselleed van de Nederlandse expats moet ik altijd denken aan de gebroeders Gé en Arie Temmes...

Oudere lezers zullen nog weten waar ik het over heb. Géen Arie waren twee door Wim de Bie en Kees van Kooten verzonnensprookjesfiguren, die op een dag een pensioengerechtigd nieuwleven wilden gaan opbouwen aan een van de Spaanse costa's.

Aardige, aandoenlijke mannen waren dat, van wie de oudstehet huishoudgeld bijhield. In 'petàs' gerekend, want ze leefdenin het verloren valutaparadijs van vóór de euro, die ons vanLapland tot aan bijna Gibraltar gelijk had geschakeld.

Hoe zouden de twee hebben gereageerd op de noodlottigetijding dat ze per 1januari 2006 een dubbele premie zouden moetenbetalen om de zorg te kunnen blijven genieten van in Spanjegevestigde Nederlandse artsen en chirurgen die net als zij hetleven van de expat hadden verkozen? Het Spaanse ziekenfonds zoudie op hun maat gesneden behandelingen niet vergoeden. En het inDen Haag bedachte nieuwe stelsel wilde alleen maar in hunexpatluxe voorzien, als ze er voor over de brug kwamen.

'Tsjees, tsjees, tsjees', zou Gé Temmes uit de grond vanzijn hart hebben verzucht, en nadat Arie de in hun jampotjeverzamelde petàs voor de zekerheid toch nog even had nageteld,begrepen ze dat er maar één ding opzat: terug naar huis, omdaar als repat verder te leven.

Ik zei het al: het waren aardige ouwe mannen.

En eigenlijk niet erg representatief voor de gemiddeldeexpats, die hun lot nooit zo lankmoedig zouden hebben gedragen.

Gemiddelde expats zijn immers altijd geboren klagersgeweest. Ze begonnen al te klagen toen ze nog in Nederlandwoonden. Nooit een droge dag. Ondragelijk belastingklimaat.Steeds meer vreemdelingen om je heen. Bijna alleen maar linksemedia. Niets meer dat herinnerde aan het oude, vertrouwdeHolland. dat waarschijnlijk al in de dagen van Drees, en anderszeker onder Den Uyl voorgoed om zeep was geholpen. Waar at je nogde enige authentieke erwtensoep? In Alicante.

Eenmaal expat geworden, hielden ze er niet mee op. Elkeochtend lazen ze immers de met een speciaal vrachtvliegtuig vanTransavia aangevoerde Telegraaf, en 'smorgens, 'smiddags en'savonds luisterden ze naar de onheilspellende Nederlandsenieuwsbulletins van de Wereldomroep.

'Heb je het gehoord?', vroegen ze elkaar hoofdschuddend alsze mekaar in de loop van de dag tegenkwamen bij deexpat-haringman, de expat-patatbakker, de expat-dropverkoper, of'savonds bij de expat-eigenaar van het bowlingcentrum. Eniedereen had het gehoord.

Toch voelden ze zich nog altijd innig verbonden met hetvaderland. Op verjaardagen van het koninklijk huis ging de vlaguit. Als Oranje voetbalde, zaten ze met een rood-wit-blauwbeschilderd opgewonden hoofd voor de schoteltelevisie. En als hetWilhelmus klonk, biggelden de tranen van ontroering over hunwangen. Bestond Nederland maar alleen uit Beatrix, Marco vanBasten en het volkslied! Dan zouden ze van Torremolinos net zolief weer terugverhuizen.

Hun klaagliederen bereikten intussen een nooit voormogelijk gehouden hoogtepunt, toen Hoogervorst zijn vreselijkeplannen niet alleen had ontvouwd, maar ook nog door het parlementhad gejaagd. Als op afroep reisden alle Nederlandseactualiteitenrubrieken af om langs de zonnige kusten de bittereklachten van de in één klap tot de bedelstaf veroordeeldelandgenoten in beeld en geluid vast te leggen.

Ik begrijp dat in de Tweede Kamer nog altijd over hunverdriet en hun verongelijktheid wordt gedebatteerd, en dat deminister nog altijd met de uitvluchten van een handigeautoverkoper probeert te ontkennen, dat hij ze aanvankelijk eenvoordelige polis had beloofd.

Het is hard voor die mensen. Hun klachten zullen op denduur ook wel ten hemel schreien. Maar tot mijn verbazing, wantik heb toch een redelijk empathisch karakter, voel ik geenmedelijden.

Meer over