EXIT FAMILIE GÜMÜS

AFGELOPEN vrijdagavond viel ik van schrik zowat van m'n stoel. Nuchter beredeneerd sloeg dat nergens op; want wat ik hoorde en wat me zo aan het schrikken bracht, was allang bekend....

Goed beschouwd was er niets bijzonders aan de hand. Er was door buurtbewoners actie gevoerd om het kleermakersgezin in de Pijp te laten blijven. De staatssecretaris had zich over de kwestie gebogen. En de Tweede Kamer. Iedereen had, zoals dat heet, meegedacht. Er is veel over de kwestie geschreven; bijna altijd begripvol, zelfs meelevend. Maar het was nu eenmaal niet gelukt om een oplossing te vinden, de wet liet het niet toe. Dus moesten ze gaan.

Ik heb de familie niet persoonlijk gekend. Hoewel ik niet ver van de Pijp woon, ben ik er nooit naartoe gegaan om ze de hand te schudden of een petitie te ondertekenen. Ik heb er niets over geschreven, want wat je erover las was duidelijk genoeg, ik zou niet weten wat ik eraan had moeten toevoegen. Misschien een vlammend beroep op Ed. van Thijn om toch maar wel voor het PvdA-lidmaatschap te bedanken? (Maar waar bemoei je je mee, zeg, als je zelf niet eens lid van zo'n club bent?) Of een open brief aan Schmitz: 'mevrouw, laat uw hart spreken'. Pfff, wat sentimenteel, overdone, en waarschijnlijk zou het ook niets uithalen.

Het leek allemaal zo'n idioot misverstand. De wet die is gemaakt om het illegaal verblijf van buitenlanders in Nederland tegen te gaan, paste gewoon niet bij een familie die hier een succesvol bestaan had opgebouwd. Je gaat toch geen mensen die hier wonen, werken, naar school gaan, redelijk gelukkig zijn, en volgens hun omgeving een sieraad voor de buurt vormen, het land uitgooien omdat ze niet beschikken over een of ander officieel benodigd document? Zoiets kunnen rationeel denkende mensen zich eenvoudig niet voorstellen.

Daarom was ik vrijdagavond, denk ik, zo geschokt. Want ondanks het ongelukkige verloop van alle procedures en debatten, had ik geen seconde geloofd dat ze ooit echt zouden moeten vertrekken. Nederland is toch een land vol goedwillende, redelijke mensen?

Als dat zo is, zijn we op z'n minst verplicht om achteraf te proberen na te gaan hoe dit dan heeft kunnen gebeuren. Het heeft zeker te maken met de enorme nervositeit die 'het vreemdelingenvraagstuk' permanent veroorzaakt. Het is een breed terrein, waar veel aan vastzit.

Er zijn de (vroegere) gastarbeiders, die hier legaal verblijven en hun kinderen, de 'tweede generatie'. Bij hen zit het probleem niet in de verblijfsvergunning, maar in zaken als werkgelegenheid, scholing en opleiding, en inpassing in de Nederlandse samenleving.

Dan zijn er de illegalen, mensen zonder verblijfsvergunning. Een zeer diverse groep - sommigen werken en betalen belasting, anderen houden zich schuil bij familie, er zijn er ook met minder eerbare activiteiten.

Vervolgens de asielzoekers, alweer een zeer heterogene categorie. Er zijn de erkende politieke vluchtelingen, degenen die afkomstig zijn uit landen met een burgeroorlog of etnische twisten, mensen die hier 'gewoon' op een beter leven hopen. Er zijn 'statushouders', mensen 'in procedure' en uitgeprocedeerde asielzoekers, al dan niet uitzetbaar.

Een complexe materie, kortom, voer voor juristen en andere deskundologen, die voortdurend onderscheiden en categoriseringen aanbrengen in een grote groep die voor de modale burger vooral herkenbaar is als 'anders'.

En natuurlijk functioneert de multiculturele samenleving absoluut niet perfect. En natuurlijk kan het kleine Nederland niet alle vluchtelingen of gelukzoekers (dat mág, op zich) die er aankloppen hier opnemen. En natuurlijk is het geenszins zo dat buitenlanders, of vluchtelingen, of slachtoffers van natuurrampen aardiger of betere mensen zijn dan geboren Utrechters. En natuurlijk zijn er wetten nodig en regels, die de toelating regelen en de inburgering moeten bevorderen. En natuurlijk zijn pijnlijke uitkomsten van selectieprocedures onvermijdelijk.

Er is daarbij echter wel een groot en in wezen zeer eenvoudig 'maar'. Wij mogen ook wel eens beseffen dat Nederland zich, bij alle grote en kleinere problemen niet in een burgeroorlog bevindt met de opdringende buitenwereld. Het staat niet op het punt onder de voet te worden gelopen. Ook is het niet zo dat 'wij' altijd automatisch de wijsheid in pacht hebben, weten hoe het moet en wat 'het beste voor hen is'.

Over de familie Gümüs kreeg ik tot overmaat van ramp ook nog eens ruzie met een goede kennis. 'Van mij hadden ze mogen blijven', merkte die korzelig op. 'Maar al die opwinding; er zijn veel schrijnender gevallen'. Gevallen! Dat waren die vier mensen nou juist níet. Het waren mensen die niemand stoorden en die tevreden waren, maar dat nu niet meer zijn. Omdat ze geen papieren hadden. Dat de Nederlandse regering en Tweede Kamer zich hebben gedragen als een organisme dat iets vreemds afstoot, dat blijft - vind ik - onverteerbaar. En tragisch. En onmenselijk. En een verschrikkelijk precedent.

Meer over