Excuses

Ik had nooit naakt moeten gaan winkelen met een eland. Dat lucht op.

NICO DIJKSHOORN

Een week geleden las ik op de site nu.nl de volgende kop boven een artikel: 'Schoenenverkoper en naakte man met forel sluiten vrede.' Het bleek te gaan om een bijgelegde ruzie uit 2009. Kort samengevat: de naakte man was naast de schoenenverkoper gaan staan, keek op zijn gemak hoe dat nu eigenlijk ging, schoenen verkopen en hij nam af en toe een hap uit de forel. Vechtpartij. Hoop gedoe. Na vijf jaar heeft de forelman zijn excuses aangeboden en nu is alles weer goed. Hoera.

Een aantal zaken in dit bericht houdt mij nu al een week lang bezig. Die naakte man met de forel droeg schoenen. Ik vind naakte mensen op schoenen misschien wel de engste mensen. Naakte mannen op schoenen zijn vaak bouwvakkers die tijdens het ontlasten even snel de deur opendoen om namens jou een pakketje in ontvangst te nemen. Naakte vrouwen op schoenen, dat zijn altijd wildvreemde vrouwen die 's ochtends met jouw schoenen aan door je huis lopen op zoek naar sigaretten.

Wat mij ook erg bezighoudt, zijn die excuses. Je hebt heel veel mensen die daar niet eens aan toekomen. Ik kan zo zes vrienden opnoemen die naakt in een dier hebben staan bijten, maar excuses aanbieden? Nee hoor. Sterker nog, ze zijn er trots op. Hoe vaak heb ik tijdens verjaardagen niet naar het verhaal van D. van der W. moeten luisteren, hoe hij op een drukke zaterdagmiddag naakt een filiaal van de HEMA was binnengelopen met een gillend vogelbekdier onder zijn arm.

Ik wil dat, geïnspireerd door de schitterende verzoening tussen de schoenenverkoper en de naakte man met de forel, nu eens heel anders doen. Ik wil in deze column mijn excuses aanbieden aan twee winkeliers met wie ik ooit heb gevochten. Daar gaan we.

Regiomanager van Total Sport 2000 in Alblasserdam, hierbij wil ik mijn excuses aanbieden voor het naakt winkelen in gezelschap van een eland. Het zal niet meer gebeuren.

Slager Van der Zon in Leiden, ik wil mijn excuses aanbieden. Nooit had ik, slechts gekleed in een openvallende badjas, uw winkel moeten betreden in het gezelschap van een miereneter. Ik beloof u dat ik nooit meer een vegetarisch dier zal meenemen.

Ik merk dat het enorm oplucht. Over één, nog lopende zaak, twijfel ik. Waarschijnlijk is het al verjaard, maar ik weet ook niet zeker of ik in overtreding was. Ik heb negentien jaar geleden in een Amstelveense dierenwinkel heel zachtjes met een dier gesproken. Steeds als de verkoper even niet keek, wisselden we enkele woorden. Het ging om een Poolse ruifhaas.

Ik heb hem gevraagd naar zijn gezondheid, leuke adresjes in Polen en bij het verlaten van de winkel heb ik hem nog snel gezegd dat het een unieke ruifhaas was, of hij nu uit Polen kwam of niet. Ook heb ik gezegd dat ik zelden een ruifhaas zo op zijn gemak door een plastic bak had zien scharrelen. Toen keek hij even op en toen heb ik hem, en daar zit mijn twijfel, heel even in zijn oor geknepen. Met al mijn kleding aan. Het was eerlijk, oprecht contact tussen dier en mens, dat zweer ik. Ik denk nog iedere dag aan zijn oogopslag. Ik zou zo graag weten wie hem heeft gekocht en uiteindelijk heeft begraven.

undefined

Meer over