Excentrieke piraat zoekt buit

Johnny Depps nieuwe scifi-film Transcendence flopte in Amerika. De acteur speelt met gemak de zonderling of gek, maar er is één rol die Depp niet wil en kan spelen: die van grote filmster.

Het is een rol die niet voor iedereen is weggelegd: een nieuwsgierige, kunstmatige intelligentie-wetenschapper die gelooft dat er ooit een computer komt die technologische singulariteit (pardon?) kan creëren, maar wiens bewustzijn in een computer wordt gestopt nadat hij is neergeschoten met een radioactieve kogel. Aldus Transcendence in een notedop.

Toch - of beter: juist daarom - past de rol van Dr. Will Caster eigenlijk best goed in het kronkelige, niet altijd even goed verlichte straatje van de carrière van Johnny Depp. Kijk naar zijn cv en zie dat hij een voorkeur heeft voor de zonderlinge figuren: karakters die aan het randje van de maatschappij staan, als er al een maatschappij bestaat waarin ze zouden kunnen voorkomen. Maar ook als serieuze gangster (Public Enemies) of undercover politieagent (Donnie Brasco) komt Depp uitstekend tot zijn recht. Of desnoods als aimabele drugsbaas (Blow). Er is alleen één rol die Depp niet wil en kan spelen: die van de grote filmster die elke film tot een kassucces maakt.

Johnny Depp (1963) wilde eigenlijk helemaal geen wereldberoemd acteur worden. Hij wilde muzikant zijn, gitaar spelen in een bandje en dat was het dan wel zo'n beetje. Hij deed dat ook een tijd: muziek maken en verder zijn geld verdienen met het telefonisch verkopen van pennen.

Maar toen was er opeens huisvriend Nicolas Cage die Depp aanraadde om te gaan acteren. Cage stelde hem voor aan zijn manager en niet veel later werd Depp in de horrorfilm Nightmare On Elm Street een bed in gezogen.

Een paar jaar later brak Depp door met 21 Jump Street. In één klap stond hij op de covers van tijdschriften en hingen zijn posters bij jonge meisjes aan de slaapkamermuur; Depp was een tieneridool. En hij haatte het. 'Het was bizar', zei hij jaren later in het interviewprogramma Inside The Actors Studio. 'Ik was een product geworden, een product van andere mensen. Ik kon het niet uitstaan, het was claustrofobisch.'

Depp beloofde zichzelf nooit meer iets tegen zijn zin te doen en zou voortaan zijn eigen pad te kiezen. 'En als ik zou falen, dan had ik het tenminste geprobeerd. Ik kon altijd weer gitaar gaan spelen en auto's volgooien met benzine.'

Johnny Depp ziet er goed uit, dus hij had natuurlijk die weg van 21 Jump Street kunnen vervolgen. Maar Depp wilde iets anders. 'Ik ben geïnteresseerd in menselijk gedrag', zei hij bij Inside The Actors Studio. 'Waarom mensen doen wat ze doen en waarom ze allerlei kleine nerveuze tics hebben. Mensen die niet als normaal worden gezien door de maatschappij: outcasts.'

In Edward Scissorhands, What's Eating Gilbert Grape, Ed Wood en Don Juan DeMarco speelde Depp de karakters die hem zo lief zijn: zonderlingen, verbannelingen, gekjes. De films werden gewaardeerd, maar haalden niet veel geld op. Uit dat rijtje bracht Edward Scissorhands het meeste op: 63 miljoen euro. Geen kaskrakers, maar Depp voelde zich er goed bij, de uitdaging was voor hem het belangrijkste. 'Ik blijf proberen, pushen. Ik wil nooit het stadium bereiken waarop ik me tevreden voel. Volledig tevreden zijn met je werk is de dood voor een acteur.' Het was die periode, nog lang voordat de eerste Pirates of the Caribbean gemaakt moest worden, dat Depp op zijn best was.

Hij bleef zichzelf uitdagen met de rol van schrijver Hunter S. Thompson in het hallucinerende Fear and Loathing Las Vegas en de romantische vagebond Roux in Chocolat, en won de critici voor zich met zijn vertolking van undercoveragent Joe Pistone in Donnie Brasco.

Er bloeide een kleurrijke liefde op tussen Depp en Tim Burton. Samenwerken met de regisseur voelde volgens Depp 'als thuiskomen': het was veilig en vertrouwd, misschien ook wel omdat Depp als een soort alter ego van Burton fungeerde. Burtons Sleepy Hollow, met Depp in de rol van Ichabod Crane, was zijn eerste film die meer dan 100 miljoen dollar (74 miljoen euro) opbracht. Nog geen kaskraker, maar daar hoefde Depp niet veel langer op te wachten.

Rond de milleniumwisseling veranderde iets: Johnny Depp kreeg kinderen. Hij keek veel tekenfilms met dochter Lily Rose. 'Allemaal tekenfilms, al die fantastische, oude Warner Bros-dingen', zei Depp in 2011 in een interview met tijdschrift Vanity Fair. 'Ik dacht: Jezus, deze tekenfilmfiguren komen overal mee weg. Iedereen houdt van ze, of je nou 3 of 93 bent. Hoe doe je dat? Hoe kom je daar?'

Dus toen Depp hoorde dat Disney een piratenfilm ging maken, moest en zou hij daarbij betrokken zijn. Niet vanwege het grote geld, maar omdat hij weer uit was op iets nieuws, op de vlucht voor die carrièresmorende tevredenheid. Hij vertolkte de rol van kapitein Jack Sparrow op zijn Depps: eigenzinnig, wereldvreemd en prettig gestoord, een anti-held. Jack Sparrow was eigenlijk Hunter S. Thompson op een piratenboot.

En daar was Disney in eerste instantie niet blij mee. Ze schrokken van Depps vertolking en vroegen zich af of Jack Sparrow dronken, danwel homoseksueel was. Het antwoord van Depp op die bekrompen reactie: 'Ik zei tegen de Disney-baas: wist je niet dat al mijn karakters homoseksueel zijn? Dat maakte haar behoorlijk nerveus.'

Maar Pirates of the Caribbean: The Curse of the Black Pearl werd een gigantisch kassucces. De film bracht wereldwijd 482 miljoen euro op. Er kwamen vervolgen, die nog meer geld binnenhaalden en zo werd Depp toch die gigantische Hollywood-ster. Zijn naam op een affiche was een garantie voor een omzet van honderden miljoenen. Johnny Depp was opeens, zoals dat in Hollywood heet: bankable.

Dat die rol hem duidelijk niet past, blijkt uit zijn recentere werk. The Tourist, waarin Depp moest schitteren met Angelina Jolie, bracht redelijk wat op, maar werd door critici neergesabeld. Dark Shadows, van Tim Burton, werd ook geen groot succes. En op The Lone Ranger maakte Disney een verlies van bijna 150 miljoen euro. Ook Depps nieuwste film, Transcendence, leverde in het openingsweekend slechts 8 miljoen euro op en kreeg niet bepaald lovende recensies. Het gevolg is dat men in Hollywood begint te twijfelen aan Johnny Depp als superster.

Het zal de acteur zelf waarschijnlijk een worst wezen. Aan Vanity Fair vertelde Depp dat alle karakters die hij speelt voor altijd in zijn hoofd blijven zitten. Het zal daar inmiddels overvol zijn, en gezellig: beeld je eens een kamer in met Hunter S. Thompson, Jack Sparrow, Edward Scissorhands en Willy Wonka.

Hoeveel kan daar nog bij? Tegen The Guardian vertelde hij vorig jaar dat het eind van zijn acteercarrière 'niet ver weg is'. Er staan nog een paar films op de agenda, waaronder weer een nieuwe Pirates-film en een vervolg op het succesvolle Alice in Wonderland. Beide films staan gepland voor 2016. Misschien wordt dat wel het jaar dat Johnny Depp, volledig tevreden, zijn gitaar weer oppakt.

undefined

Rockster

Het oorspronkelijke idee van Disney was dat captain Jack Sparrow een redelijk 'normale' piraat zou zijn. Daar dacht Depp anders over. Nadat hij zich had verdiept in de geschiedenis van de oude piraterij concludeerde hij dat piraten het best waren te vergelijken met rocksterren. Dus haalde Depp zijn inspiratie deels uit Rolling Stones-gitarist Keith Richards (die later ook nog een rolletje zou bemachtigen als Sparrow's vader) en voor het andere deel uit het stripfiguur Pepe Le Pew (het Franse stinkdier uit de Looney Tunes-tekenfilms).

undefined

Recensie van Transcendence op pagina V12.

Meer over