NieuwsJulio Poch

Ex-piloot Poch wil opheldering over rol Nederland in zijn uitlevering: ‘Dodenvluchten zijn nog niet bewezen’

Oud-Transaviapiloot Julio Poch (67), die acht jaar ten onrechte zou hebben vastgezeten als uitvoerder van ‘dodenvluchten’ tijdens de Argentijnse militaire dictatuur, wil zeven getuigen horen over zijn arrestatie en uitlevering aan Argentinië. Poch: ‘Die dodenvluchten zijn nog niet bewezen.’

Oud-piloot Julio Poch bij de rechtbank voor een verzoekschrift om zeven getuigen onder ede te horen. Poch daagt de ministeries van Justitie en Veiligheid en Buitenlandse Zaken voor de rechter.Beeld Freek van den Bergh

Die uitspraak deed de gepensioneerde piloot maandag tijdens de inhoudelijke behandeling van zijn civiele zaak tegen de Nederlandse staat. Poch eist vijf miljoen euro schadevergoeding wegens de Nederlandse bijdrage aan zijn arrestatie in Spanje in 2009. Daar werd hij na de laatste vlucht voor zijn pensioen aangehouden, omdat Nederland zijn vluchtgegevens aan de Spaanse politie had verstrekt. Poch werd vervolgens door de Spanjaarden aan Argentinië uitgeleverd, waar hij acht jaar in voorarrest zat. De piloot werd in november 2017 vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs.

Volgens advocaat Knoops heeft Nederland subjectief, zonder deugdelijk onderzoek en slechts op basis van ‘hear say’ – via een indirecte getuige – meegewerkt aan de uitlevering van Julio Poch, een Argentijn die sinds 1995 ook Nederlands staatsburger is.

De verdenking tegen de piloot voert terug naar een diner in 2003 met collega’s op Bali, waar hij tijdens een discussie over tegenstanders van de Argentijnse junta heeft gezegd: ‘We threw them in the sea’. Die uitspraak wordt niet betwist. Wel stelt Poch dat hij met ‘we’ de Argentijnse marine bedoelde, waarvan hij deel uitmaakte. Maandag merkte hij echter op dat die dodenvluchten nog niet zijn bewezen.

De aangever van de strafzaak was zelf niet bij dat diner aanwezig, maar had dit van collega’s gehoord. Die hebben dat later onder ede bevestigd. Volgens Knoops heeft Nederland op basis van die indirecte getuige en heel oppervlakkig onderzoek meegewerkt aan Pochs ‘verkapte’ uitlevering – Nederland heeft zelf geen uitleveringsverdrag met Argentinië. 

Ook was een rechtshulpverzoek van Nederland aan de Argentijnse autoriteiten volgens Knoops ‘misleidend’: er is ontlastende informatie uit weggelaten, zoals bijvoorbeeld het feit dat Poch ontkent en dat Transavia de zaak had onderzocht en daar geen consequenties aan verbond.

Koninklijk Huis

Bovendien meldde het radioprogramma Argos eind vorig jaar over een document te beschikken waaruit blijkt dat oud-minister Hirsch Ballin van Justitie een politieteam persoonlijk opdracht gaf te onderzoeken of Poch was betrokken bij dodenvluchten tijdens de Argentijnse dictatuur. 

De landsadvocaat, die de belangen van de Nederlandse staat vertegenwoordigt, zegt echter dat de inhoud van dit document – dat nooit openbaar is gemaakt – ‘niet duidelijk is, en de betekenis ervan dus ook niet’.

Advocaat Knoops wil nu zeven getuigen horen over die Nederlandse betrokkenheid bij Pochs strafproces, onder wie oud-politicus Hirsch Ballin, diens toenmalige collega van Buitenlandse Zaken Maxime Verhagen, en emeritus hoogleraar internationaal recht Theo van Boven. De laatste heeft in het radioprogramma Argos gezegd dat bij de keuze voor Pochs berechting in Argentinië ‘hogere belangen’ speelden die volgens hem te maken hadden met het Koninklijk Huis.

De staat wil echter niet meewerken aan die getuigenverhoren. ‘Verantwoording moet worden afgelegd in het politieke debat, niet in een civiele zaak’, aldus de landsadvocaat.

Rechtsstaat

Knoops verwees bij zijn verzoek om getuigenverhoren herhaaldelijk naar een uitspraak van huidig Justitieminister Grapperhaus, die na Pochs vrijspraak zei dat hij een ‘uiterste inspanning’ zou verrichten om de waarheid boven tafel te krijgen. ‘Waar is die uiterste inspanning? Wij zien hem niet’, aldus Knoops. ‘Als dat niet gebeurt, is onze rechtsstaat geen knip voor de neus waard.’

De landsadvocaat stelt dat Grapperhaus wel degelijk een onderzoek heeft ingesteld naar de rol van de Nederlandse staat in de vervolging van Poch, zoals de minister in februari beloofde in zijn brief aan de Tweede Kamer. Dat onderzoek wordt geleid door Ad Michielse, voormalig advocaat-generaal bij de Hoge Raad.

Volgens de landsadvocaat noemt Knoops geen concrete feiten die wijzen op ‘onzuivere of onjuiste’ motieven van de staat om de vervolging van Poch op touw te zetten. De landsadvocaat doet Pochs zaak daarom af als een ‘fishing expedition’, een term die in de rechtspraak wordt gebruikt voor zaken waarin wordt ‘gevist’ naar belastende informatie zonder dat daar bewijs voor bestaat.

De Rotterdamse rechtbank beslist 24 juni of de getuigenverhoren worden toe- of afgewezen.

Meer over