Ex-advocaat

Bram Moszkowicz is sinds tien over vier maandagmiddag ex-advocaat. Het Hof van Discipline bevestigde de uitspraak van de Raad van Discipline: schrapping van het tableau. De handgemaakte zijden toga komt hooguit nog uit de kast als Moszkowicz binnenkort een rol krijgt in een Nederlandse crimi, iets dat bepaald niet mag worden uitgesloten.


De Nederlandse advocatuur zal nooit meer dezelfde zijn, althans niet de advocatuur zoals die door mr. Moszkowicz over het voetlicht werd gebracht: een glamourwereld van prijzige auto's, mooie vrouwen en maatpakken. En in het middelpunt daarvan de Zonnekoning, immer grijnzend, de arrogante provocatie gebruiksklaar op de snelle tong.


Het is triest en tragisch wanneer iemand een levenslang beroepsverbod krijgt opgelegd. Het is een amputatie, zeker wanneer persoon en functie innig zijn verbonden.


Bram Moszkowicz, die je van de rechter eerst wel en toen toch niet een maffiamaatje mocht noemen, maar wel een beroepsleugenaar. Eigenlijk was het niet zo raar geweest als de loopbaan van Moszkowicz op dat moment, in 2007, al was geëindigd. Maar zoals onderwereldtypes een grote aantrekkingskracht uitoefenden op Bram Moszkowicz, zo was de advocaat die op vriendschappelijke voet verkeerde met zware criminelen kennelijk onweerstaanbaar voor een zekere cliëntèle, onder wie Geert Wilders.


Ik zag maandagmiddag in Den Bosch geen gebroken man.


'Dat was het dan', zei Mattijs van der Wiel van Radio 1.


'Ja, dat was het dan', antwoordde Moszkowicz luchtig. 'Althans, de advocatuur dan.' Het klonk eerder alsof hij was uitgeschakeld in de kwartfinale van het advocatengolftoernooi, dan dat een eind was gekomen aan een carrière.


Hij vond de wijze waarop hij eruit was gegooid 'niet in stijl' en er 'werd niet eens even goedendag gezegd', maar dat waren de enige kritiekpuntjes. In mei is zijn afscheidsfeestje: nog eenmaal de advocaat-provocateur.


In 2006 stond er een groot interview met Moszkowicz in het Volkskrant Magazine. Daarin ging het natuurlijk ook over zijn vader, de legendarische strafpleiter Max. Die had in 2004 een herseninfarct gekregen - zoon Bram stelde met pijn vast dat hij niet meer met zijn vader kon praten. Dat was treurig, want zijn vader - het pleasen van zijn vader, de Auschwitz-overlevende - was de motor van zijn ambitie.


Hij was in 2001 naar Auschwitz geweest, en dat bezoek had hem veranderd, vertelde hij. 'En dat is samen te vatten in de mededeling dat ik eigenlijk alles onbelangrijk ben gaan vinden.' Zijn liefde voor het vak was 'tanende'.


Zo'n man stond er op het plein in Den Bosch. Iemand die het eigenlijk allemaal heel onbelangrijk vond.


Of hij ergens spijt van had, vroeg Van der Wiel.


'Ach, spijt', zei Moszkowicz, en liet een lange stilte vallen. Er was, zou je als buitenstaander denken, voldoende om spijt van te hebben. Hij was zojuist neergezet als een onbetrouwbare, inhalige en onverbeterlijke oplichter. 'Het valt wel mee, waar ik spijt van heb', zei Moszko.


Hij hoefde nu in elk geval geen punten meer te halen voor de bijstudie, hoewel hij best wat had opgestoken van de cursus 'Burenrecht en verjaring' - mogelijk zien we Bram Moszkowicz nog eens terug als rijdende rechter.


Voor zijn vader hoeft het niet meer, de dagen van de Amsterdamse haute penoze zijn voorbij: ik vermoed dat Bram Moszkowicz het wel had gezien in de advocatuur en dat het hof hem een dienst bewees.

Meer over