Even een democratie in elkaar zetten

Bevangen door het vuur van de Egyptische opstand reist voormalig SP-campaigner Barry Smit naar Caïro om activisten van vaak onervaren partijen te trainen voor verkiezingen. Van moslimbroeder tot socialist krijgt hij ze, soms onwennig, in de klas. De ene pupil krijgt later een plek in het team van een presidentskandidaat. Van een ander komt het overlijdensbericht.

Ik ben bevangen door de opstand in Egypte. Wat het precies is dat mij zo aanspreekt weet ik niet, ik ben er nooit geweest en ken er niemand. Oprechte betrokkenheid met een volk dat vrij wil zijn? Een soort journalistieke interesse in een historische gebeurtenis? Platte sensatiezucht? Waarschijnlijk is het een mix van dat alles dat mij aan de tv en vooral aan de laptop gekluisterd houdt. Het is begin 2011 als de revolutie mij in haar greep krijgt. Wat meewerkt: binnen de kortste keren heb ik via Twitter, Facebook en e-mail contact met mensen die op het Tahrirplein proberen de dictatuur te verdrijven. Vaak tot diep in de nacht wisselen we nieuws en meningen uit. Als Mubarak zich gedwongen voelt op te stappen, sta ik te juichen in de huiskamer. Een aantal weken later sta ik in het centrum van Caïro voor een zaal vol activisten om te praten over verkiezingscampagnes, samen met nog zes Nederlanders: Erik van Bruggen is eigenaar van campagnebureau BKB, Jan Driessen is directeur communicatie en adviseert Mark Rutte, Hans Anker werkte voor de PvdA en doet nu wereldwijd kiezersonderzoek, Maarten van Heems zet bij BKB grote publiekscampagnes op en Bianca Pander is sociologe, gespecialiseerd in politieke communicatie. Zelf heb ik bij een tiental verkiezingen in het campagneteam van de SP gezeten.

Dat we hier zijn, is een idee van Esraa Abdel Fatah van de 6 April Beweging, de bekende Facebookgroep die zich ontpopte tot aanjager van de revolutie. Kort na Mubaraks val reisde ze op uitnodiging van onze regering een paar dagen door Nederland. Ze bezocht parlementariërs, partijkantoren en de Kiesraad, maar ook BKB om iets te horen over verkiezingscampagnes. Van Bruggen wist van mijn belangstelling voor Egypte en van mijn campagne-ervaring en nodigde ook mij uit. Of wij niet eens in Egypte campagnetraining konden geven, vroeg Abdel Fatah.

Het is ochtend en de eerste zestig cursisten hebben zich verzameld in de met rode tapijten en gouden gordijnen aangeklede conferentiezaal van Hotel Flamenco in de diplomatenwijk Zamalek. De Nederlandse ambassade heeft activisten opgeroepen zich aan te melden en uit ruim vierhonderd reacties zijn veertig mannen en twintig vrouwen geselecteerd die alle stromingen vertegenwoordigen. Alleen de salafisten ontbreken, het leek de ambassade niet logisch een expliciet antidemoctratische partij uit te nodigen. Daar kan ik goed mee leven. De aanwezigheid van Moslimbroeders levert mij al genoeg bedenkingen op, maar omdat zij zich vooralsnog democratisch opstellen geef ik hun het voordeel van de twijfel.

We beginnen met een voorstelrondje. Jan Driessen vliegt als een Paul de Leeuw langs de deelnemers en vraagt naar hun achtergronden en motieven. Hij kijkt de mensen aan, legt een hand op de schouder, enthousiasmeert, vraagt door, dolt en krijgt ook de meer gereserveerde types aan het lachen. Het blijken onder anderen artsen, fabrieksarbeiders, ondernemers, journalisten en studenten. Juristen die net na jaren gevangenschap zijn vrijgelaten. Maar ook een huisvrouw van 50 die pas tijdens de opstand politiek bewust is geworden. Vrijwel iedereen is de afgelopen maanden actief geweest in de strijd tegen Mubarak. Alleen Mahmoud Ibrahim niet. De revolutie brengt chaos, vindt deze sceptische jongeman. Inmiddels heeft hij zijn eigen campagnebureau 'Egypt Campaigns' en hij hoopt straks een onafhankelijke, partijloze kandidaat te kunnen steunen. 'Hij is van de oude kliek', zegt een liberaal later tegen mij.

Werkgroepjes

Bij binnenkomst is vrijwel iedereen bij de eigen bloedgroep gaan zitten, maar wij halen ze uit elkaar en maken werkgroepjes met elk in ieder geval een islamist, een socialist en een liberaal. Onwennig voor hen, maar ze komen zonder geruzie met gezamenlijke agenda's en voorstellen. Veel groepen pleiten voor een minimumloon om armoede te bestrijden en een maximumloon tegen het gegraai aan de top. Zorg en onderwijs moeten gratis worden. Hoe dat allemaal moet worden betaald? Door meer toeristen te lokken. Ook in Egypte komen ideeën die geld kosten een stuk makkelijker dan ideeën die geld opleveren.

We vragen de cursisten om van hun programma's een verhaal te maken. Niet de ellenlange inleidingen die Egyptenaren gewoon zijn en geen Hoog-Arabisch, maar compact en in de taal van het volk. En we helpen kandidaten, programma's en campagnes te analyseren. Het openlijk bespreken van de eigen zwakke punten gaat moeizaam. We helpen ze over de drempel door zelf voorbeelden te geven. Ik vertel dat mijn partij geen regeerervaring heeft en dat dit tot twijfel bij kiezers kan leiden. Van Bruggen vertelt dat zijn partij, de PvdA, weleens last heeft van bestuurders die zelf niet doen wat ze belijden. Uiteindelijk volgt een stortvloed van klachten van cursisten over hun partijen, die talent in de achterban niet benutten, geen duidelijke boodschap hebben en te veel vergaderen. Ze lijken opgelucht dat het er eigenlijk overal even sukkelig aan toe gaat.

De tweede trainingsdag wordt onderbroken voor het vrijdaggebed. Met een tolk en een aantal cursisten lopen we naar het Tahrirplein, waar op initiatief van de Moslimbroeders een bijeenkomst is tegen sektarisch geweld. Zo'n vijfduizend mensen staan en lopen op de rotonde voor een podium waarop een imam staat te preken voor verdraagzaamheid. Achter hem een spandoek met een halve maan en een kruis. Activisten, omwonenden en militairen gaan in rijen staan, leggen bidkleedjes neer en volgen de imam in gebed. Vrouwen hebben hun eigen hoek. Kopten staan aan de rand van het plein.

Na het gebed is de sfeer carnavalesk. Er lopen veel gezinnen met kinderen, hun gezichten veelal beschilderd. Straathandelaren bieden slingers, vlaggen en gepofte zoete aardappels aan. Er zijn vrijwel geen andere Europeanen en zodra een van ons in gesprek raakt met een Egyptenaar, komen er zo'n twintig nieuwsgierigen omheen staan die willen weten waar we vandaan komen ('Ah, Holland! I love Rita Corita!'). Ze poseren lachend en zwaaien met Egyptische, Tunesische en Palestijnse vlaggetjes. We spreken een Libische opstandeling die net terug is van het front bij Ra'a Lanoef en geld komt inzamelen voor wapens. Er hangen spandoeken langs het plein met teksten over vrede en vrijheid en Arabische eenheid. Alles wordt beter, in Egypte en de regio. In een hoek bungelt aan een galg een levensgrote pop met op de buik een blauwe davidster.

Mensen willen weten wat we van hun revolutie vinden. 'We vinden jullie dapper', zeggen we.

We zitten net weer klaar voor het middagprogramma als het bericht rondgaat dat het kiesstelsel is gewijzigd. 'Het leger heeft op Facebook de wet verandert', zegt Mariam Elsaieh, een van de activisten. Wij vragen of wij haar wel goed begrijpen. Mariam spreekt vloeiend Engels en bevestigt het. 'We worden geregeerd via de Facebookpagina van de legerleiding. Ze plaatsen een statusupdate en dan is het wet.' De activisten slikken het. Ze zitten nu eenmaal in een overgangsperiode. Het leger moet het land stabiliseren, dan komen er verkiezingen, wordt Egypte een democratie naar Turks model en kan het leger terug naar de kazernes, zo verwacht de meerderheid in het vroege voorjaar.

Toespraken

Op de slotdag van de eerste training schrijven cursisten toespraken met hun visie voor Egypte. Eén betoog gaat over een moslim, een christen en een jood die samen in een auto zitten op weg naar de toekomst. Ze hebben eigenlijk te weinig tijd, te weinig benzine en te weinig geld, maar ze weten één ding zeker: verdeeldheid zal hun kansen verkleinen, ze moeten samen vooruit. De koptische tolk begint te snotteren. 'Sorry. We horen zo weinig dat wij erbij horen, ik ben zo blij dit te horen.'

Aan het eind van de eerste training gaat iedereen met iedereen op de foto. Sommigen houden de stroopwafels vast die we voor ze hebben meegenomen.

In de maanden die volgen, komen Van Bruggen en ik nog drie keer terug, steeds met ander gezelschap. De sfeer verandert. Na de zomer neemt het aantal gewelddadige incidenten toe. Half oktober verschijnt de Koptische activist Hany Youssef met een gebroken arm in het gips. Anderen hebben flinke kneuzingen. Een paar dagen eerder zijn militaire voertuigen op ze ingereden tijdens een demonstratie tegen anti-christelijk geweld. Ook vielen moslims hen aan die door de staats-tv waren opgestookt omdat 'gewelddadige kopten' militairen zouden hebben gedood. 'Ik dank God dat ik goed weg ben gekomen', zegt Saeed. Hij was een van de 300 gewonden, maar er zijn ook 27 doden gevallen. 'Allemaal christenen, geen enkele militair.' De overige cursisten lijken zich te schamen en geven de schuld aan de legerleiding, die met de dag meer wordt gewantrouwd.

Tijdens een avondwandeling over het Tahrirplein spreken we familieleden van eerder gedode activisten. Zij bivakkeren permanent op het plein omdat ze thuis geïntimideerd worden door politiemensen die niet willen dat ze getuigen voor de rechtbank. Ik sta al even met ze te praten als een omstander ons kwaad onderbreekt. 'Hij moet weg', zegt hij over mij. 'Jullie moeten niet met hem praten. Het is een buitenlandse spion. Een zionist.' Een ander zegt tegen de man dat hij moet ophoepelen, dat ik een gast van Egypte ben. De boze man loopt mompelend weg. Ik vraag hoe het zit met de onlusten waarbij zoveel Kopten waren gedood. Iemand zegt dat de christenen moeten worden aangepakt omdat de onrust hun schuld is. Anderen reageren pissig en zeggen dat hij zich laat opstoken door de oude machten. 'Wat ben jij eigenlijk?', vraagt een jongen van een jaar of 18, terwijl hij mij uitdagend aankijkt. 'Christen of jood?' 'Erger', zeg ik, 'ik ben atheïst.'

De cursisten laten meer los tijdens rook- en lunchpauzes dan voor de groep. Linkse activisten mopperen op de Moslimbroeders, die met het leger zouden samenspannen. Moslimbroeders klagen juist over de legertop, die hun democratische legitimiteit misgunt. Kopten waarschuwen voor de salafisten van de Nour-partij. Die heb ik tot voor kort amper in het straatbeeld gezien, maar op de laatste dag van een verblijf in oktober rijdt onze rammeltaxi langs een openluchtherdenking ter ere van Ahmed Omar Abdul Rahman, zoon van de beruchte blinde sjeik Omar Abdul Rahman. Junior is enkele dagen eerder in Afghanistan door een Amerikaanse drone aan flarden geschoten en wordt als martelaar geëerd.

De kopten vrezen de baardmannen. Ze zouden enorme bedragen uit de Golfstaten krijgen om van Egypte een fundamentalistische staat te maken. Christenen en andere minderheden krijgen dan de keuze om zich te bekeren of te vertrekken. Ze gaan de piramides opblazen, zoals de Taliban in Afghanistan Boeddhabeelden hebben vernietigd.

Frustratie

Ook vanuit Nederland hou ik contact met oud-cursisten, eerst via Facebook, later vooral via e-mail omdat dat veiliger zou zijn en een aantal dan vrijer durft te spreken. Er klinkt in het najaar veel frustratie over het leger, dat een steeds grotere greep op de gebeurtenissen krijgt en steeds vaker botst met demonstranten. Ik lees verhalen over activisten die door veiligheidsdiensten van straat zijn geplukt en in busjes gesmeten om afgetuigd in een steeg weer wakker te worden.

Op een ochtend in november komt het geweld opeens erg dichtbij. In mijn Facebook-tijdlijn verschijnt een bericht dat een van de cursisten, Bahaa Al-Sanousi, een paar uur eerder in Alexandrië tijdens een demonstratie door een sluipschutter is gedood. Er zit een foto bij van zijn kapotgeschoten hoofd. Ik heb hem nooit heel intensief gesproken, maar de 25-jarige liberale islamist was goedlachs, beleefd en deed goed mee in de werkgroepen. Gewoon een aardige jongen. Er gaat een koude rilling door mijn lijf en die komt in de uren erna nog een paar keer terug.

Aan het einde van de dag beweert een legerwoordvoerder dat Al-Sanousi door andere demonstranten is doodgestoken. Kort daarna circuleert een schimmig YouTube-filmpje waarop te zien is dat hij in de schemering tijdens een demonstratie een steen over een hek gooit naar een gebouw van de veligheidsdienst, waarna zijn hoofd achteroverslaat en hij neervalt.

In november vindt ook de eerste ronde van de parlementsverkiezingen plaats. Vriend en vijand concluderen dat de campagne van de Partij voor Vrijheid en Gerechtigheid van de Moslimbroeders er met kop en schouders bovenuit steekt. Sherif Seheta, cursist en campaigner voor een coalitie van revolutionaire organisaties: 'Hun boodschap is duidelijk: Egypte is in chaos, wij zijn goed georganiseerd, dus geef ons een kans. Bovendien is dit een campagne die vooral van mond tot mond wordt gevoerd en zij kunnen mensen op straat krijgen.'

Het lukt nieuwe partijen niet om genoeg vrijwilligers te mobiliseren. Ze kunnen vaak maar enkele tientallen activisten op de miljoenen inwoners van steden als Caïro en Alexandrië afsturen. Buiten de steden is het bereik vrijwel nihil. Mede omdat liberale en seculiere partijen op straat weinig slagkracht hebben, kiezen ze ervoor om veel energie in sociale media te steken. In een land waar de helft van de bevolking analfabeet is en driekwart geen toegang heeft tot internet. De 'Tahrir Bubble', zo wordt de Egyptische grachtengordel wel genoemd.

Communicatiemachine

De Moslimbroeders beperken zich trouwens bepaald niet tot een mond-tot-mondstraatcampagne. Op de achtergrond draait een professionele communicatiemachine waar menige Nederlandse partij van kan leren. 'Ik was lid van een team dat dagelijks een analyse maakte van het verloop van het discours in de publieke debat', aldus Ammar Fayed, oud-cursist en werkzaam bij de Engelstalige website van het Broederschap. 'Wij rapporteerden elke ochtend aan de top waar de mensen, de media en de andere partijen het over hadden, zodat daar strategisch op kon worden ingespeeld.' In de VS ontstaat nog enige ophef als media melden dat een deel van het Broederschap-kader cursussen heeft gevolgd van de National Democratic Institute, gelieerd aan de Democratische partij.

Ook in aanloop naar de presidentsverkiezingen in het voorjaar blijken de islamisten het beste in staat campagne te voeren. In het campagneteam van hun grootste tegenstander, Ahmed Shafiq, de kandidaat van het oude regime die het uiteindelijk aflegt tegen moslimbroeder Morsi, blijkt eveneens een bekende te zitten: Mahmoud Ibrahim, de scepticus die zijn eigen campagnebureau was begonnen. Hij beheert Shafiqs campagnesite en houdt zich bezig met de sociale media. 'Daarmee bereik je lang niet iedereen, maar alleen de religieuze partijen hebben de capaciteit om direct contact te maken met de massa.' Na het verlies van zijn kandidaat ziet hij de toekomst redelijk somber in. 'Mensen zijn nu al gefrustreerd omdat beloofde verandering uitblijft. Partijen moeten realistischer worden in hun beloftes en kiezers in hun verwachtingen.'

Hij verwacht niet dat Egypte zich snel zal ontwikkelen tot een echte democratie. 'De belangrijkste uitdagingen zijn het wegnemen van de verdeeldheid en het omgaan met de economische crisis. Ik ben niet optimistisch en vrees bovendien dat macht voor de islamisten betekent dat we fundamentele vrijheden gaan verliezen.'

Technocraten

In augustus stelt president Morsi een kabinet samen van kleurloze technocraten en een sterke vertegenwoordiging van het leger. Revolutionaire kopstukken ontbreken. Tot ieders verbazing stuurt Morsi vervolgens de zeer machtige legerleider Tantawi met pensioen en vervangt hem door een jongere generaal. Het leger accepteert dit vooralsnog. Morsi's macht is nu formeel groter dan die van Mubarak ooit was.

Het is onduidelijk wat er gebeurt met de volksvertegenwoordiging die in juni door de hoogste rechters werd ontbonden wegens gesjoemel met zetels voor partijloze kandidaten. Wellicht volgen nieuwe parlementsverkiezingen. Of wij voor die tijd nog een keer teruggaan, is onduidelijk. De meeste partijen organiseren inmiddels hun eigen campagnetrainingen en er worden onafhankelijk van partijen cursussen georganiseerd.

Nagwan El Ashwal, een van onze oud-cursisten, geeft ze inmiddels zelf. De politicologe is actief voor een ngo die vrije media ondersteunt en blijft optimistisch. 'Vergeet niet dat wij zestig jaar onder een autoritair regime hebben geleefd. We hebben een hoop obstakels te overwinnen, zoals het militaire machtsblok en corruptie. Maar zolang het democratiseringsproces gaande blijft, hou ik er vertrouwen in. Het duurt misschien tien jaar, maar Egypte wordt een democratie.'

TRAININGEN

160 activisten namen deel

De eerste campagnetraining werd gefinancierd door de Nederlandse ambassade. Het vervolgprogramma door het Danish Egyptian Dialogue Institute. 160 activisten volgden de trainingen. Naast de mensen in het artikel zijn trainingen verzorgd met campagnestrategen Kay van der Linde, Marjolein Kampschreur en Martijn Beckers, programmamaker Bahram Sadeghi en debatdeskundige Lars Duursma.

undefined

Meer over