Analyse

Eurovisie Songfestival kon dit jaar niet om de politiek heen

Het Eurovisie Songfestival was zaterdagavond doordrongen van verwijzingen naar de oorlog. De sympathie van kijkers in huiskamers door heel Europa bleek genoeg voor een overweldigende Oekraïense overwinning. Dat terwijl het evenement normaal gesproken prat gaat op zijn apolitieke status.

Gijs Beukers
Leden van de Oekraïense band Kalush Orchestra poseren na hun overwinning. Beeld REUTERS
Leden van de Oekraïense band Kalush Orchestra poseren na hun overwinning.Beeld REUTERS

‘Help alsjeblieft Oekraïne, Marioepol. Help Azovstal nu’, schreeuwde Oleh Psiuk, de frontman van de Oekraïense rap- en folkband het Kalush Orchestra, na afloop van zijn optreden zaterdagavond bij het Eurovisie Songfestival. Het nummer, Stefania, is een ode aan de moeder van Psiuk, waarin hij rapt over slaapliedjes en luiers. Maar omdat het ook gaat over vernietigde wegen en grijs geworden velden, zijn Oekraïners het gaan zien als een lied over de situatie van hun land.

De oorlog in was van begin tot eind aanwezig bij het evenement, dat onlosmakelijk verbonden is met kitsch en camp. De avond werd geopend met Give Peace a Chance van John Lennon, uitgevoerd door duizend muzikanten in de straten van Turijn.

Sympathie van kijkers

De steun voor Oekraïne was ook terug te zien in de uitslag. Waar de vakjury’s nog relatief zuinig waren over het Oekraïense optreden – na de telling van hun punten moest Oekraïne nog Spanje, Zweden en het Verenigd Koninkrijk voor zich dulden – bleek de sympathie van kijkers in de Europese huiskamers enorm. Nog nooit gaven zij zoveel punten aan een land: 439. Het was meer dan genoeg voor de overwinning. De Nederlandse zangeres S10 werd elfde met een vlekkeloze uitvoering van haar lied De diepte.

Na afloop deed de Oekraïense president Volodimir Zelenski op de berichtenapp Telegram direct een duit in het zakje. Wat hem betreft vindt het Songfestival volgend jaar plaats in Marioepol, schreef hij. Die havenstad is de laatste maanden grotendeels verwoest door Rusland, dat het gebied bijna geheel in handen heeft. Wat er gebeurt als Oekraïne er niet in slaagt het feest te organiseren, is nog niet bekend.

Politiek

‘Het Eurovisie Songfestival is geen politiek evenement’, vermeldt de European Broadcast Union (EBU), de organisator van het feest, op de site. De regel kost de EBU heel wat hoofdbrekens – en vaak speelt Rusland daar een rol in. In 2009 besloot de EBU te handhaven: Georgië, dat een jaar eerder oorlog met Rusland had gevoerd om de regio’s Abchazië en Zuid-Ossetië, wilde aan het (in Moskou gehouden) Songfestival deelnemen met het nummer We Don’t Wanna Put In. De EBU stond dat niet toe, vanwege vermeende verwijzingen naar de Russische president. Put In klonk als Poetin. Vorig jaar weigerde de EBU de inzending van Belarus, bondgenoot van Moskou, omdat het lied de protesten tegen de dictator Loekasjenko bespotte.

Maar, zoals ook uit de finale van zaterdag bleek, slaagt de EBU er niet altijd in om (verborgen) verwijzingen naar de politiek buiten het Songfestival te houden. In 2016 deed Oekraïne mee met het nummer 1944, waarin het verwees naar de gedwongen deportatie van Krim-Tataren in dat jaar door Jozef Stalin. De EBU keurde de inzending goed omdat het over een historisch verhaal zou gaan. Toch klonk het lied actueel: twee jaar eerder had Rusland de Krim geannexeerd.

Ondanks de kritiek op hun land gaven de Russische kijkers dat jaar aan Oekraïne tien punten, bijna de maximale score. Dat hielp Oekraïne aan de overwinning. Op hun beurt gaven de Oekraïners de volle twaalf punten aan Rusland, dat daarmee derde werd.

Waar Russische en Oekraïense kijkers elkaar over en weer flinke scores zijn blijven toekennen na de inval in de Krim, heeft geen van beider vakjury’s ooit nog maar een punt aan het andere land gegeven. Het publiek trekt zich bij de beoordeling van inzendingen blijkbaar minder aan van oorlog dan de experts. Maar dit jaar konden de landen elkaar geen punten geven. Na de inval in Oekraïne van februari sloot de EBU Rusland uit van deelname, omdat die volgens EBU-baas Martin Österdahl ‘de competitie in diskrediet zou brengen’.

Meer over