Europese Unie gaat arme landen anders helpen

De Europese Unie gaat zijn programma's voor ontwikkelingssamenwerking op een geheel andere leest schoeien. Het systeem waarin een beperkt aantal landen handelsvoordelen in de schoot geworpen krijgt, heeft zijn langste tijd gehad....

Van onze correspondent

Geert-Jan Bogaerts

BRUSSEL

Eurocommissaris J. de Deus Pinheiro, verantwoordelijk voor de betrekkingen met een groot deel van de Derde Wereld, presenteerde gisteren de plannen van de Europese Commissie voor het nieuwe systeem. Die plannen vormen de inzet voor de vernieuwing van het Lomé-verdrag, dat in 2000 afloopt. Vanaf volgend jaar september zullen de 71 ondertekenaars van het Lomé-akkoord (de 15 EU-lidstaten plus 56 landen uit Afrika en het Caribisch gebied) onderhandelen over de handelsrelaties na het jaar 2000.

Volgens Pinheiro is inmiddels genoegzaam gebleken dat het systeem van eenzijdige handelsvoordelen niet werkt. 'We zijn er niet in geslaagd een dynamiek van duurzame ontwikkeling te genereren', aldus Pinheiro gisteren, net terug uit Togo waar hij gesproken heeft met de Lomé-landen. 'Over het algemeen zijn de economische prestaties van onze partners teleurstellend gebleken.'

Pinheiro vindt de eenzijdige handelsvoordelen die de EU uitdeelt, een achterhaald mechanisme. Zij leiden maar al te vaak tot luiheid aan de kant van de ontvangende landen. Zij worden immers afgeschermd van de harde concurrentie op de wereldmarkt en voelen minder de noodzaak om economische hervormingen door te voeren.

De Eurocommissaris stelt zich ten doel een alomvattende raamovereenkomst te sluiten met de huidige leden van het Lomé-gezelschap. Dat akkoord moet in een later stadium ingevuld worden met regionale handels- en hulpovereenkomsten. 'In de hele wereld zie je regiovorming optreden. Wij willen de huidige geografische dekking van het Lomé-akkoord handhaven, maar willen tegelijkertijd ook differentiëren naar regio's', aldus Pinheiro.

Hij sluit niet uit dat ook andere landen soortgelijke overeenkomsten kunnen sluiten met de EU. Van het Lomé-verdrag zijn uitsluitend voormalige Europese koloniën en hun moederlanden ondertekenaar. Dat betekent dat andere landen, die minstens zo arm zijn, niet mee mogen doen. Pinheiro wil het werkingsgebied uitbreiden met landen als Afghanistan en Bangladesh. De NAR, het Nederlands adviesorgaan voor ontwikkelingssamenwerking had overigens al eerder een advies van deze strekking gegeven.

De EU wil dat de gecombineerde handel en hulp de Lomé-landen in staat stelt beter te integreren in de wereldeconomie. Daartoe zal de EU strenger gaan letten op andere criteria dan puur economische: om in aanmerking te komen voor handelsvoordelen, zullen landen en regio's er blijk van moeten geven dat ze in staat zijn onderlinge conflicten te beperken, dat ze mensenrechten respecteren, een democratische ontwikkeling stimuleren en goede bestuursvormen hanteren.

Onder het Lomé-verdrag, dat in 1975 van kracht werd, heeft hulp en handel een totale omvang bereikt van ongeveer 90 miljard gulden. De veranderingen die Pinheiro gisteren presenteerde, komen in de buurt van de doelstellingen van een aantal ontwikkelingsorganisaties. Die hopen bovendien dat met deze wijzigingen ook de cultuur van ontwikkelingssamenwerking in de EU zelf zal veranderen.

Die cultuur is vaak beschreven als zeer bureaucratisch. De Europese Rekenkamer heeft met enige regelmaat de besluiteloosheid en de ellenlange procedures gehekeld. De hulp heeft bovendien een slechte reputatie: goederen zijn vaak van slechte kwaliteit, komen op het verkeerde moment op de verkeerde plaats, en in de programma's is weinig aandacht voor de positie van vrouwen en milieu-aspecten.

Meer over