Europese leiders versterken rol van Commissievoorzitter

De Europese regeringsleiders zijn vrijdag overeengekomen dat de rol van de voorzitter van de Europese Commissie moet worden versterkt. Met ingang van het jaar 2000 krijgt de voorzitter meer zeggenschap over de vorming van de Europese Commissie....

Van onze correspondenten

NOORDWIJK

Minister Van Mierlo schetste de procedure, die in Amsterdam nog formeel moet worden bekrachtigd, als volgt: De Europese ministerraad draagt de commissievoorzitter voor. Deze voordracht moet worden goedgekeurd door het Europees Parlement.

Vervolgens zullen de lidstaten 'samen met de voorzitter' de overige leden van het dagelijks bestuur van de EU aanstellen. Daarna krijgt het Europees Parlement nog zijn zegje over de volledige commissie.

'Dit betekent een versterking van het voorzitterschap van de Commissie. Het is ook een versterking van het Europees Parlement', aldus Van Mierlo. Hij noemde dat 'winst voor de democratie'. Volgens bondskanselier Kohl krijgt de voorzitter 'een krachtiger stem' in de benoeming van de leden.

Een regering die een eigen kandidaat toch wil doordrukken moet volgens hem met goede argumenten komen om de kandidaat te handhaven. De voorzitter krijgt werkelijk invloed op de samenstelling van zijn team, aldus Kohl, die meent dat men over de voorzitter van de commissie 'zeer ver' is. De voorzitter zal dé autoriteit in het alledaagse werk van de Commissie worden.

Ook in de onderhandelingen over de omvang van de Europese Commissie werd vooruitgang geboekt. Chirac en Kohl zwengelden in Huis ter Duin onverwacht een levendige discussie aan over dit onderwerp. Volgens Kohl is het realistisch te verwachten dat nieuwe toetreders ook een eigen commissaris willen.

Maar tegelijkertijd moet er een plafond worden gesteld aan het aantal commissarissen. Dat wordt twintig. Het idee is om dat aantal voorlopig te handhaven.

Pas bij de Europese Commissie die in 2005 aan de macht komt zou de eerste uitbreiding plaatsvinden. Op dat moment moet beslist worden of er een reductie nodig is. Of de grote landen leveren een commissaris in, of sommige kleine landen sluiten zich aaneen en leveren een commissaris.

Van Mierlo ziet op dit punt 'ruimte voor consensus'. Hij maakt zich geen zorgen om de positie van de Nederlandse commissaris. Blair is slechts bereid om een van de twee Britse commissarissen in te leveren als daar een compensatie tegenover staat.

Die compensatie zien de Britten vooral in een herweging van de stemmen in de ministerraad, waardoor de grote landen meer macht krijgen. Ook Chirac stuurt aan op meer macht voor de grote landen. Hij zegt daarover een akkoord te hebben met Kohl. Maar de bondskanselier hield zich gisteren op de vlakte, uit vrees de kleine landen voor het hoofd te stoten. Volgens minister Kinkel moet een goede balans tussen de grote en de kleine landen worden bereikt.

De grote landen eisen een representatief evenwicht, waarbij rekening wordt gehouden met de bevolkingsgrootte. Kinkel: 'Het is mij om het even of dat wordt bereikt door een hoger stemgewicht of door een dubbele meerderheid: stemgewicht plus bevolkingsgrootte.'

In Noordwijk circuleerde een Frans voorstel om de vier grote landen (Duitsland, Frankrijk, Verenigd Koninkrijk en Italië) elk 25 stemmen in de ministerraad te geven. Spanje krijgt 20 stemmen en Nederland 10. De overige 'kleine' landen moeten het met nog minder macht doen, tot aan hekkesluiter Luxemburg met 3 stemmen. Volgens Chirac staat ook Kohl achter dit voorstel.

Van Mierlo ontkende met stelligheid dat over de modaliteiten van de stemmenweging is gesproken. De EU-voorzitter had eerder een voorstel op tafel op gelegd dat aanzienlijk beter uitpakt voor de Nederlandse positie.

Daarin bedeelt Nederland zichzelf 12 stemmen toe. Dat voorstel werd vooral door de Luxemburgse premier Juncker gekraakt, omdat voor het groothertogdom slechts één stem was weggelegd.

Meer over