Europese ‘green card’ stuit op huiver en verzet

Brussel wil legale economische migratie van buiten de EU mogelijk maken. De meeste leden zijn huiverig. Zij sluiten zelfs de deuren voor werknemers uit nieuwe lidstaten als Polen....

Het is spitsroeden lopen voor Franco Frattini en Vladimir Spidla. Het actieplan voor legale economische migratie dat de eurocommissarissen voor Justitie en Werkgelegenheid deze week ontvouwden, wordt nog niet met gejuich onthaald in de lidstaten. Het is politiek moeilijk te verkopen: waarom migranten toelaten terwijl de EU 19 miljoen werklozen telt?

De vrees voor ‘buitenlanders die de baantjes inpikken’ is groot. Toen in mei 2004 tien Oost- en Midden-Europese landen lid werden van de EU, schermden de meeste ‘oude’ lidstaten twee tot zeven jaar hun arbeidsmarkt af. Ze waren doodsbenauwd te worden ‘overspoeld’ door honderdduizenden Polen en Hongaren die, voor minimale salariseisen, op banenjacht zouden gaan.

Bij het debat over het mogelijke EU-lidmaatschap van Turkije speelt het spookbeeld van miljoenen Turken op de (West)-Europese arbeidsmarkt. Er is sprake van dat áls Ankara lid wordt, er een ‘permanente uitzondering’ zal komen op het recht voor Turken om vrijelijk elders te solliciteren.

Waarom dan toch legale migratie mogelijk maken voor arbeidskrachten van buiten de Europese Unie? Frattini en Spidla zijn ervan overtuigd dat de EU er niet aan ontkomt. ‘We hebben de keuze tussen ongecontroleerde, illegale migratie en legale gereguleerde migratie’, stelt Spidla.

Ze willen de arbeidsmarkt echter alleen openstellen voor specifieke groepen. Daarbij kijken ze afgunstig naar de VS. Liefs 45 procent van de migrerende hoogopgeleiden uit de rest van de wereld gaat naar de VS, terwijl 84 procent van de migranten zonder diploma’s naar Europa komt.

Het plan spitst zich toe op twee categorieën. Enerzijds moeten hogeropgeleiden, zoals Indiase ICT’ers, Zuid-Afrikaanse verpleegkundigen of Chinese ingenieurs uitzicht krijgen op een permanente verblijfsvergunning in de EU, ‘indien de arbeidsmarkt om hen vraagt’. De VS maken het hen aantrekkelijk met het verstrekken van green cards.

Anderzijds gaat het om de seizoenarbeiders voor de landbouw, het toerisme of de bouwsector. Zij zouden de garantie moeten krijgen dat ze gedurende vijf jaar telkens zes maanden in de EU kunnen werken. Nu blijven seizoenarbeiders na het verlopen van hun werkvergunning vaak illegaal. Als ze weten dat ze mogen terugkomen, zouden ze wel weer naar huis terugkeren.

Frattini en Spidla hoedden zich er deze week dan ook voor om te zeggen hoeveel migranten de EU nodig zou hebben. Ze wijzen er enkel op dat door vergrijzing en ontgroening twintig miljoen mensen tussen 2010 en 2030 de Europese arbeidsmarkt verlaten.

Met nadruk stelt Brussel dat het de lidstaten zelf zijn die bepalen hoeveel migranten ze toelaten, en voor welke sectoren. Het idee om centraal ‘quota’ vast te stellen, is een absoluut taboe, vooral in Duitsland.

Vooralsnog is de praktijk in de lidstaten weerbarstig, ook voor de categorieën waarvoor Brussel pleit. De Belgische regering meldde gisteren een verscherping van de controle op arbeidsmigratie, nadat was gebleken dat Indiase ICT’ers op een toeristenvisum in België werken.

Eurocommissaris Spidla bestrijdt dat het toelaten van seizoenarbeiders de kansen op de arbeidsmarkt verkleint voor de eigen beroepsbevolking. ‘Veel mensen hier willen die baantjes niet.’ In Spanje daalde de werkloosheid van 20 naar 9,4 procent, hoewel er drie miljoen nieuwe arbeidskrachten bij kwamen.

Waarnemers menen dat het nogal optimistisch is te verwachten dat de illegale migratie verdwijnt door het verstrekken van meerjarenvisa aan seizoenarbeiders. Ondanks het systeem van green cards – felbegeerd maar schaars – komen via de Mexicaanse grens jaarlijks honderdduizenden illegale arbeidskrachten de VS binnen.

Meer over