Europarlement staat zichzelf gesjoemel toe

Europarlementariërs die rommelen met declaraties tarten de goede smaak, maar kunnen niet van fraude worden beticht. Zij maken immers gebruik van bestaande regelingen....

DE RECENTE onthullingen van het tv-programma Netwerk over de onkostenvergoedingen van Europarlementariërs tonen aan dat het Europees Parlement (EP) nog steeds niet in staat is zijn eigen straatje schoon te vegen. Bijna een jaar na de uitzending van de documentaire Fat Cats van het Britse tv-station ITV, waarin de riante onkostenvergoedingen voor Europarlementariërs aan de kaak werden gesteld, blijkt er weinig te zijn veranderd. Hiermee bewijst het EP zichzelf en de Europese democratie een slechte dienst.

Het EP is onder de Europese instellingen de meest vasthoudende voorvechter van het 'Europa van de burger'. In het besef van de schade die fraude en misbruik toebrengen aan de geloofwaardigheid van de Europese Unie, heeft het EP voortdurend geijverd voor een strengere controle op de besteding van Europese fondsen door de Europese Commissie en de lidstaten. De eerste parlementaire enquête was gewijd aan de wijdverbreide fraude met transitogoederen. De daarbij geconstateerde misstanden lijken nu ook te worden aangepakt.

Helaas kan het EP het moeilijk opbrengen om de wijze waarop het zelf met gemeenschapsgelden omgaat kritisch tegen het licht te houden. Je zou bijna gaan denken dat parlementariërs het inderdaad doen voor de poen.

Naar aanleiding van de documentaire Fat Cats heeft het EP een werkgroep ingesteld die voorstellen moest doen om oneigenlijk gebruik van vergoedingsregelingen terug te dringen, en de relatie met de werkelijk gemaakte kosten te versterken. Deze voorstellen zijn er gekomen, en sommige zijn door het presidium van het EP overgenomen. Maar helaas is het resultaat volstrekt ontoereikend.

Vanaf 1 november a.s. moeten parlementariërs bewijzen dat zij een reis daadwerkelijk gemaakt hebben voordat zij daarvoor een vergoeding ontvangen. Maar nog steeds zal de vergoeding veel hoger uitpakken dan de werkelijk gemaakte kosten.

Een treinkaartje van mijn woonplaats naar Brussel kost mij slechts 16 gulden, dankzij de gulheid van de Belgische spoorwegen, die alle Europarlementariërs vrij reizen bieden. Volgens de reiskostenregeling van het EP ontvang ik voor dit traject 442,10 gulden.

Ook de manier waarop het EP de aanwezigheid van zijn leden controleert, is op z'n minst erg goedgelovig. Wie om 9.00 uur 's ochtends de presentielijst tekent, en om 9.02 uur per taxi vertrekt (om zo snel mogelijk bij de achterban te zijn) incasseert een dagvergoeding van circa 500 gulden.

Het voorstel van bovengenoemde werkgroep om met onmiddellijke ingang de betaling van de dagvergoeding - althans tijdens de plenaire vergadering - afhankelijk te maken van de aanwezigheid bij (elektronische) stemmingen, is helaas op de lange baan geschoven. Bijkomend voordeel van deze methode zou zijn dat zij de deelname van parlementariërs aan de stemmingen bevordert, ook aan het begin en eind van zittingsweken.

Door het schrikbarende absenteïsme in het EP is allerminst gegarandeerd dat parlementaire besluiten werkelijk de steun hebben van een meerderheid van parlementariërs. Bovendien verzwakken de vele lege stoelen de greep van het EP op de machtige Raad van Ministers: voor veel amendementen is een absolute meerderheid van stemmen nodig, en dat lukt alleen bij een volle vergaderzaal.

Nog bonter maakt het EP het met het vrijwillige aanvullende pensioen voor zijn leden. Iedere maand wordt er maar liefst 4500 gulden ingelegd per deelnemend lid. Dat wordt dus een dik pensioen voor later, want het komt bovenop het pensioen dat de Europarlementariërs reeds opbouwen volgens de nationale regelingen van hun lidstaat.

Tweederde (3000 gulden) van de premie voor het aanvullend pensioen wordt rechtstreeks uit de begroting van het EP betaald; eenderde (1500 gulden) wordt ingehouden op de algemene onkostenvergoeding van het parlementslid. De hele premie wordt dus min of meer rechtstreeks door de Europese belastingbetaler opgebracht.

Daar komt nog bij dat sommige Nederlandse leden de eigen bijdrage van 1500 gulden als aftrekpost opvoeren op hun belastingformulier. Dat levert een extra douceurtje op van circa 750 gulden, op kosten van de belastingbetaler.

Meer dan 400 van mijn 625 collega's zijn lid van dit pensioenfonds. Het laat zich raden dat de behoefte aan een extra centje voor de oude dag aanzienlijk kleiner zou zijn, als ze zelf het volle pond zouden moeten betalen.

Deze riante regelingen zijn gemaakt om er van te profiteren. Het is dus moeilijk te spreken van fraude of misbruik door de Europarlementariërs. De kat wordt echter wel erg dicht op het spek gebonden. Daar is het individuele geweten haast niet tegen bestand. Maar zolang een meerderheid van volksvertegenwoordigers deze praktijken normaal blijft vinden, zal het EP er niet in slagen zijn gedeukte imago op te poetsen.

Het Europees Parlement blijkt niet in staat te zijn zichzelf te zuiveren van praktijken die in de gewone wereld onacceptabel zijn. Daarom is het de hoogste tijd dat de ministers Kok, Van Mierlo en Zalm (samen verantwoordelijk voor Europa en de financiën) en hun Europese collega's zich ermee gaan bemoeien.

Ze dienen met het EP in overleg te treden om definitief een eind te maken aan de ruimhartigheid van de Europarlementariërs tegenover zichzelf. De Raad van Ministers is samen met het EP verantwoordelijk voor de Europese begroting. Tot nu toe geldt de afspraak dat beide instellingen niet aan elkaars interne begroting komen.

Maar er komt een moment dat het publieke belang uitstijgt boven de waarde van een dergelijk herenakkoord. Dat moment is nu gekomen.

Nel van Dijk is Europarlementariër voor GroenLinks.

Meer over