Europa wordt slachtoffer van sancties tegen Oostenrijk

Oostenrijkse schoolkinderen die in Straatsburg door Europese leeftijdgenootjes worden gepest - de sancties van de EU hebben onaangename, verwarrende gevolgen....

MET HET afkondigen van bilaterale sancties tegen Oostenrijk wegens het in de regering toelaten van de FP & Ouml; werd in Europa geschiedenis geschreven. Het nemen van deze beslissing was een historisch moment, omdat hiermee Europa als een gemeenschap van waarden werd gedefinieerd en niet slechts als een economische eenheid. Europa trok een grens tussen wat wel en wat niet toelaatbaar is; een grens die blijkbaar los staat van de vraag of er al dan niet een geschreven wet is geschonden.

Hoe goed bedoeld ook, het besluit heeft veel verwarring teweeg gebracht. Verblind door de wens om snel ethisch te handelen vergaten de veertien regeringsleiders verder te kijken dan de urgentie van de dag. Nu, een maand later, is voor iedereen duidelijk dat noch de dreiging noch de sancties het gewenste resultaat hebben gehad. Het mag in Europa dan traditie zijn met dit soort ondoordachte ad-hoc oplossingen te proberen verder te komen, maar nu wordt het toch tijd voor een structurele oplossing.

Niet alleen in Oostenrijk, maar ook daarbuiten rijzen twijfels of men eigenlijk wel consequent is met het toepassen van sancties. Zouden de lidstaten ook zo hebben gereageerd als Haider in een grote lidstaat aan de macht was gekomen? Waarom zwegen zij bijvoorbeeld toen extreem-rechts een plaats kreeg in de Italiaanse regering? Waarom wordt een partij als de FP & Ouml; op nationaal niveau niet getolereerd, maar wel op regionaal niveau (Haider is gouverneur van de deelstaat Karinthië)? Haider zelf werd vorig jaar door de regeringsleiders van de EU nog unaniem benoemd in het Comité van de Regio's (een van de officiële organen van de EU), terwijl nuzijn minder extreme partijgenoten worden geboycot.

In de praktijk blijkt dat het moeilijk is om de sancties uit te voeren. Moeten ambassadeurs, die al jarenlang met hun Oostenrijkse collega's samenwerken, nu ineens weigeren hen een hand te geven, alleen omdat zij Oostenrijkers zijn? Twee weken geleden werd minister-president Schüssel gedwongen naar Brussel te vliegen, omdat de Portugese EU-voorzitter niet in Wenen met hem wilde komen spreken. Maar de Oostenrijkse minister van Defensie is weer níet welkom in Brussel, wanneer daar binnenkort een Europese defensiebijeenkomst wordt gehouden. En toen de steun van Oostenrijk noodzakelijk was voor de Duitse IMF-kandidaat Köhler werden de sancties gemakshalve maar even niet toegepast. Deze verwarrende situatie draagt weinig bij aan de geloofwaardigheid van de EU.

Vlak nadat de sancties waren aangekondigd zei een hoge Turkse diplomaat met nauwelijks verholen genoegen: 'Niet lang geleden heeft Turkije ook geprobeerd om extremistische partijen buiten de regering te houden. De EU veroordeelde ons toen, omdat wij ingrepen in het democratisch proces. Dat zal wel verleden tijd zijn nu de EU hetzelfde doet.' Wat moeten de kandidaat-lidstaten in Oost-Europa denken, nu de instelling waartoe zij willen toetreden zulke onduidelijke regels blijkt te hanteren voor het overtreden van fundamentele principes? Door geen gebruik te maken van de mogelijkheden die het Verdrag van Amsterdam voor dit soort gevallen biedt, maar bilaterale sancties af te kondigen, spreken de regeringsleiders onmiskenbaar een motie van wantrouwen uit tegen het Europese rechtssysteem. Het signaal dat ze daarmee geven aan de landen in de wachtkamer van de EU is verwarrend en onduidelijk. Daarmee wordt ook het argument onderuit gehaald dat de sancties juist noodzakelijk zijn met het oog op de uitbreiding. Onze toekomstige lidstaten moeten begrijpen wat wel en wat niet acceptabel is inde Europese Unie. Maar als we iets niet duidelijk maken op dit moment, dan is dat het wel.

Europa moet daarom nu snel een aantal stappen vooruit zetten. Het belangrijkste is dat we een helder onderscheid aanbrengen tussen een boycot van de Oostenrijkse regering en een boycot van de Oostenrijkse bevolking. De situatie in Oostenrijk is op geen enkele manier vergelijkbaar met Zuid-Afrika, waar een totale boycot wel op zijn plaats was. Afgelopen week werden in Straatsburg Oostenrijkse schoolkinderen uitgejouwd en weggepest door kinderen uit andere landen. Zij zouden daar meedoen aan een pan-Europees spel dat ironisch genoeg juist bedoeld was om het wederzijds begrip in Europa te bevorderen. In het Europa van na de Tweede Wereldoorlog is zoiets een beschamende vertoning. Het is compleet het tegenovergestelde van wat de EU met haar sancties probeert uit te dragen: respect voor de individuele mens, in plaats van iemand te veroordelen op grond van de groep waartoe hij behoort. Scholen, universiteiten, artiesten en bedrijven moeten daarom juist worden aangemoedigd om de dialoog met Oostenrijk open te houden. Dat zou niet alleen een erkenning inhouden van de 73 procent van de Oostenrijkers die niet op Haider heeft gestemd, maar het zou die meerderheid er ook van helpen weerhouden om zich alsnog tot hem te keren omdat zij zich ten onrechte geïsoleerd voelt.

Het is van groot belang dat de EU nu nadenkt hoe zij dit soort situaties voortaan kan voorkomen. De scheidslijn die nu is getrokken, blijft wazig als niet wordt duidelijk gemaakt onder welke omstandigheden deze exercitie herhaald zal worden. Zolang we geen heldere regels opstellen, blijven we kwetsbaar voor het verwijt van opportunisme.

Artikel 7 van het Verdrag van Amsterdam biedt de mogelijkheid om een lidstaat sancties op te leggen wanneer de mensenrechten worden geschonden. Dat de EU-landen met hun sancties buiten het Verdrag om opereren, geeft aan dat men ontevreden is met de huidige mogelijkheden. Daarom moet artikel 7 worden uitgebreid met een goed systeem van hoor en wederhoor, en met een procedure waarin geregeld is onder wat voor voorwaarden sancties weer worden opgeheven.

Op dit moment wordt, met medewerking van Oostenrijk, een Handvest van Fundamentele Rechten opgesteld dat burgers bescherming moet bieden tegen machtsmisbruik door de EU. Verschillende clausules hierin zijn gericht op het bestrijden van discriminatie op grond van racisme en xenofobie. D66 vindt het belangrijk dat aan dit Handvest vervolgens getoetst kan worden door het Europese Hof van Justitie. Daarmee zou ook het constitutionele raamwerk ontstaan dat zo overduidelijk ontbrak aan de oplossing waartoe de regeringen hun toevlucht namen.

We moeten voorkomen dat de boodschap dat Europa meer is dan een economische unie, verloren gaat in het moeras van hele en halve sancties waaruit het EU-beleid tegenover Oostenrijk nu bestaat. Binnenkort gaat er weer een Intergouvernementele Conferentie van start waarbij de Europese verdragen worden herzien. Dat is hét moment voor de regeringen om blijk te geven van visie en leiderschap. Als die er niet snel komen, verwordt de situatie nog meer tot een moreel bevredigende maar in de praktijk contraproductieve vertoning. En daarvan is heel Europa het slachtoffer.

Meer over