Europa wil grootmacht zijn maar durft niet

Europese politici hebben wel plannen gemaakt voor een gezamenlijk leger, maar zo'n defensiemacht vereist drastische besluiten. Over de relatie met de Verenigde Staten bijvoorbeeld ....

Europa heeft grootse plannen voor de oprichting van een eigen defensiemacht. Maar die kunnen alleen slagen als het een autonome, centraal geplande reactiemacht wordt, die onafhankelijk van de Verenigde Staten kan optreden.

Dat zeggen veiligheidsexperts in Europa én de Verenigde Staten. Maar veel landen zijn bang voor een verwijdering van de Amerikanen. Zij schrikken terug voor de conclusie dat een militair autonoom Europa een betere partner is van Amerika.

Wisten de Europese politici in 1999 waar ze aan begonnen toen ze in Helsinki de oprichting van een snelle reactiemacht aankondigden? Staatssecretaris Dick Benschop zei deze week nog: 'Als Europa besluit een speler op het wereldtoneel te worden kán het zich geen mislukking veroorloven.' Maar militaire experts vragen zich af hoe zo'n mislukking kan worden voorkomen zonder drastische besluiten, hervormingen en investeringen.

Behalve hervormingen ontbreekt ook politieke visie. Angst voor vervreemding van bondgenoot Amerika noopt Europese politici tot voorzichtigheid. Toch is visie nodig, meent Christoph Bertram, directeur van de Duitse Stiftung Wissenschaft und Politik. 'Als autonomie niet de maatstaf is, komt er niets van terecht. Daarom gaan zelfs in de regering-Bush stemmen op om de Europeanen hun gang te laten gaan: zonder doel gebeurt er niets.'

Bertram beschouwt de reactiemacht als 'katalysator' voor een volwaardig Europees buitenlandbeleid. Hij is een van de auteurs van Europe's Military Revolution, waarin wordt betoogd dat Europa 'de mentaliteit van een grootmacht moet leren ontwikkelen'. Volgens co-auteur Charles Grant kan Europa niet volstaan met soft power zoals hulpprogramma's: 'Daarmee hou je geen etnische zuiveringen tegen.'

Zo'n buitenlandbeleid impliceert dat Europa zich niet automatisch naar Amerikaanse standpunten voegt. Maar het schept ook verplichtingen. 'Nu hebben we een luxe-beleid', meent Bertram, 'waarbij we vooral graag met de beschuldigende vinger wijzen. Europa klaagt over Amerikaans unilateralisme, zonder zelf beleid te hebben.'

Hij noemt de Europese bemiddeling tussen de Korea's als voorbeeld: 'Wat doet Europa eigenlijk in Korea, behalve de VS corrigeren? Pas als Europa zich ook vragen moet stellen als ''moeten we militairen sturen, zijn we bereid risico's te lopen'', wordt het serieus.'

De auteurs beseffen dat Europa nog minstens tien jaar afhankelijk blijft van NAVO-middelen. Maar een militair autonome EU, die binnen de NAVO als partner van de VS optreedt, moet het doel zijn. 'Alleen dán kunnen regeringen ter verantwoording worden geroepen als ze dat doel niet bereiken', aldus Bertram.

Want daar schort het tot dusver aan. De oprichting van de Europese reactiemacht loopt vertraging op. Turkije blokkeert de samenwerking met de NAVO, de huidige EU-voorzitter Zweden richt zich op 'niet-militaire' crisisbeheersing en de regering-Blair houdt zich koest tot na de Britse verkiezingen. De EU blijft erop gebrand de reactiemacht van 60 duizend militairen op tijd - in 2003 - rond te hebben. Dit najaar moeten de lidstaten besluiten hoe zij de lacunes in de reactiemacht gaan opvullen. Maar zijn ze daartoe in staat?

In de binnenkort te verschijnen 'militaire staat van de EU' van het Clingendael-instituut wordt een tussenbalans opgemaakt. De EU heeft een 'Byzantijns bouwwerk' voor militaire besluitvorming opgetuigd, maar heeft nog steeds geen extra middelen. Europa blijft 'in militaire daden' achter en mist voor 'gecompliceerde operaties' tot ver na 2003 de capaciteiten.

In een studie van de Amerikaanse denktank RAND wordt een alternatief geschetst dat Europese generaals grote angst inboezemt. Het gaat om de introductie van defensieplanning op Europees niveau. Zonder centrale planning, die een verplichtend karakter moet hebben, blijft volgens RAND de 'buitensporige inefficiëntie' van de Europese defensie intact.

Het spreekt vanzelf dat zo'n ontwikkeling veel verzet zou oproepen. Europese planning betekent immers dat nationale legers aan macht inboeten en - omwille van Europese doelmatigheid - taken moeten afstoten. Het besluit een Europese reactiemacht op te richten, dwingt tot een debat over hoe Europa met dezelfde financiële middelen (in totaal 60 procent van het Amerikaanse defensiebudget) méér kan presteren.

Minister van Defensie De Grave is voorstander van creatieve oplossingen. Recentelijk hekelde hij de 'immense versnippering' van de Europese defensie en wierp hij de vraag op waarom elke Europese staat over een landmacht, een marine en een luchtmacht moet beschikken.

En, aldus De Grave, 'als Europa één munt kan hebben, wat belet dan de vorming van een meer geintegreerde Europese defensie-inspanning?' Voorlopig deinzen Europese politici, onder wie de minister zelf, terug voor het formuleren van antwoorden.

Meer over