Europa tussen doorbraak en afbraak

MARC PEEPERKORN

De tienduizenden EU-ambtenaren en -diplomaten vrezen nog niet voor hun baan. Maar hun zorg dat het hele Europese project - de eurozone én de EU - uit elkaar klapt, neemt met de dag toe. 'Onze nervositeit loopt parallel aan die van de financiële markten', verwoordt een van hen de gevoelens.

Het was opnieuw een zeer turbulente week voor de eurozone. Italië dat naar de rand van de afgrond werd geduwd door onbetaalbaar hoge rentetarieven voor nieuwe staatsleningen. De wetenschap dat de val van Rome de hele eurozone meesleept. Een grimmige eurocommissaris Rehn (Economische Zaken) die economische stilstand voorspelt. En tot slot: Griekse leiders die elkaar de tent uitvechten over de verdeling van de failliete inboedel.

Het roept de vraag op: hoeveel rampweken zijn er nog nodig voordat de ramp wordt afgewend? Of zich voltrekt?

Steeds als de leiders van de eurolanden denken de eurocrisis bezworen te hebben, laait die even later in nog heviger mate op. Na de eerste noodlening voor Griekenland (mei 2010) gunden de financiële markten de leiders een paar maanden rust. Het tweede noodpakket (afgelopen juli) bood een paar dagen soelaas, het derde in eind oktober maakte geen enkele indruk.

Ook de ongekende inmenging van Berlijn en Parijs in de Griekse nationale politiek vorige week - 'Nee, meneer Papandreou, u houdt geen referendum over het reddingsplan. U vormt een nationale regering en treedt af' - gaf geen adempauze. De dubbele leiband voor Italië, dat nu onder curatele staat van Brussel én Washington (het Internationaal Monetair Fonds), evenmin.

Het besef dat de eurozone zich niet veel 'schrikkelweken' meer kan veroorloven, is volop aanwezig. Bondskanselier Merkel waarschuwde woensdag in Berlijn dat als de eurolanden niet heel snel kiezen voor vergaande bemoeienis met elkaars begrotingen en beleid, de euro gedoemd is te verdwijnen. Prompt doken geruchten op over Frans-Duitse plannen voor een 'opschoning van de eurozone'. Lees: het lozen van de zwakke broeders.

Voorzitter Barroso van de Europese Commissie, ook in Berlijn, rekende de kosten van zo'n scenario voor: die bedragen tientallen procenten van het bruto binnenlands product. Voor Nederland gaat dat al snel over ruim 200 miljard euro.

Daarnaast is de rol van de EU in de wereld uitgespeeld. Ook Duitsland kan op eigen kracht geen vuist maken tegen China of de VS. Voorzitter Barroso citeerde de Britse politicus Paddy Ashdown over wat er van de landen rest zonder EU: 'Een verzameling soevereine kurken die in het kielzog van de oceaanstomers dobbert.'

Doorbraak of afbraak, is de keuze die voorligt en de landen lijken voor het eerste te kiezen.

De hardhandige terechtwijzingen van Papandreou en Berlusconi duiden daarop. De nieuwe macht voor Rehn - hij werd deze week benoemd tot 'mr. Euro' met de volmacht eigenhandig miljarden aan boetes op te leggen aan eurozondaars - is eveneens een teken van de nieuwe tijden.

Nog belangrijker zijn de net aangenomen Europese wetten die de ruimte voor nationaal (risicovol) economisch en financieel beleid drastisch beperken. Van de loon- tot de pensioenkosten en van de 'bubbles' tot de begroting, alles moet straks eerst langs Brussel.

Achter deze omwenteling is echter een nieuwe - potentieel verlammende - machtsstrijd gaande. Die strijd draait om de vraag wie in dat nieuwe economisch bestuur van de eurozone de dienst uitmaakt: de kongsi Berlijn-Parijs of de Europese Commissie die alle lidstaten vertegenwoordigt?

De laatste maanden zijn Duitsland en Parijs duidelijk aan de winnende hand. Merkel en Sarkozy namen Papandreou onder handen. Zij riepen Berlusconi op het matje. En zij zijn het die de Europese toppen voorkoken en opdienen waarna de overige leiders zich het akkoord 'à la Merkozy' moeten laten smaken.

Omdat Merkel en Sarkozy weten dat deze werkwijze veel weerstand oproept, laten ze regelmatig anderen aanschuiven: EU-president Van Rompuy, Barroso, voorzitter Draghi van de Europese Centrale Bank, Lagarde van het IMF en Juncker van de eurogroep. De Frankfurt-groep wordt dit selecte gezelschap genoemd, naar de thuisbasis van de ECB. Deze club bepaalt in hoge mate de vorm en inhoud van de reddingsplannen.

Barroso zit erbij, maar niet van harte. Hij ziet niets in onderonsjes van een paar leiders. 'Dat zou ons terugvoeren naar het Europa van de 19de eeuw toen vrede en welvaart gegarandeerd moesten worden door een delicaat machtsevenwicht tussen een beperkt aantal landen. We weten inmiddels dat dat niet heeft gewerkt.'

Vandaar dat Barroso eist dat zijn Commissie de economische regering wordt. De promotie van eurocommissaris Rehn tot 'mr. Euro' past in dit streven: de man met de begrotingszweep.

Zo ook de plannen voor de introductie van euro-obligaties en de nog verplichtender integratie van de eurolanden. Op veel van deze punten krijgt Barroso steun van kleinere lidstaten als Nederland, die voor hun belangen vrezen onder een dictaat van de grote twee.

De strijd tussen Parijs/Berlijn en Brussel mag niet lang duren. Politieke impasses en gebrek aan leiderschap worden immers genadeloos afgestraft door de financiële markten. Die harde les hebben alle leiders inmiddels kunnen leren.

undefined

Meer over