Europa's linkse leiders liggen - godlof - aan de ketting

De sociaal-democraten hebben de macht overgenomen in Europa en dat is te merken ook: de opvattingen over monetair en budgettair beleid zijn, vergeleken met een jaar geleden, radicaal veranderd....

Oskar Lafontaine, de nieuwe minister van Financiën van Duitsland, is met afstand de gevaarlijkste sociaal-democraat van Europa. Zijn economische ideeën stammen zonder uitzondering uit de jaren zeventig - en de houdbaarheidsdatum van dit gedachtengoed is reeds lang verstreken.

In een boek dat Lafontaine eerder dit jaar met zijn echtgenote Christa Müller publiceerde - zíí was goedbeschouwd de eerste auteur - werden deze ideeën uiteengezet. Keine Angst vor der Globalisierung, Wohlstand und Arbeit für alle, heet het werkje. De meest pregnante stellingen luiden dat het financieringstekort omhoog mag als het banen oplevert; en dat het monetaire beleid ook al ten dienste moet staan van de werkgelegenheid. Lafontaine wil Keynesiaans conjunctuursturen.

Sinds de linkse verkiezingsoverwinning in september voegt Lafontaine de daad bij het woord. Op monetair terrein bepleit hij een renteverlaging. Het voorlopige dieptepunt in zijn campagne bereikte hij jongstleden donderdag toen hij pontificaal van zijn recht gebruik maakte om aanwezig te zijn bij de tweewekelijkse vergadering van het bestuur van de centrale bank van Duitsland, de Bundesbank. De centrale bankiers bedankten uiteraard vriendelijk voor Lafontaines adviezen; na een 'bijzonder moeilijke' discussie, aldus een officiële verklaring, handhaafden president Hans Tietmeyer en de zijnen de rente op het huidige niveau: 3,3 procent.

Waarom de monetaire ideeën van Lafontaine zo verwerpelijk zijn? Met zijn optreden verstoort Lafontaine het monetaire besluitvormingsproces. Concreter: door op te roepen tot een renteverlaging heeft hij het de centrale bankiers onmogelijk gemaakt om hiertoe te besluiten, zelfs als zij het, gegeven de kwakkelende conjunctuur, wenselijk zouden vinden. Een Duitse renteverlaging zou worden uitgelegd als een overwinning voor Lafontaine, als een overwinning dus van de politiek op de bankiers, als een erkenning derhalve dat de centrale bank niet onafhankelijk is.

Zou de Bundesbank de rente nu verlagen, dan komt er een schadelijk proces op gang. Vakbonden, bankiers en beleggers zouden, terecht, de conclusie trekken dat werkloosheidsbestrijding voortaan prioriteit geniet boven het laag houden van de inflatie. De inflatieverwachtingen zouden daarom worden verhoogd. En dat veroorzaakt gedragsveranderingen. Vakbonden zouden hogere looneisen stellen - een hogere inflatie holt immers de koopkracht van de lonen uit. Bankiers zouden, ondanks de verlaging van de korte rente, bedrijven en burgers hogere tarieven in rekening brengen omdat de waarde van de rente en aflossingen door de hogere inflatie wordt uitgehold. Een renteverlaging, normaal gesproken goed voor koersen, zou in dit geval de beurs in een vrije val brengen.

De Duitse minister van Financiën, ofschoon de meest uitgesproken voorstander van politieke invloed op de centrale banken, staat niet alleen. Zowel de Duitse bondskanselier Gerhard Schröder als de Franse premier Lionel Jospin heeft op z'n minst sympathie getoond voor de roekeloze actie van Lafontaine. En verstandige sociaal-democraten als Wim Kok en Tony Blair - die de Bank of England onafhankelijker maakte - hebben nagelaten fel te protesteren.

Vandaar dat het Verdrag van Maastricht uit 1992, destijds fel bekritiseerd, achteraf gezien een zegenrijk document blijkt te zijn. De onafhankelijkheid van de Europese Centrale Bank is per verdrag geregeld en in de statuten van de bank vastgelegd. Een verandering van de politieke kleur van Europa verandert hieraan niets - houdt Wim Kok zich daarom stil?

Naast de onafhankelijkheid van de centrale bank, regelde 'Maastricht' dat de eurolanden hun financieringstekorten moesten terugbrengen tot onder de 3 procent van het nationaal inkomen.

Het stabiliteitspact van Dublin, opgesteld door Lafontaines vooruitziende voorganger Theo Waigel, deed hier nog een schepje bovenop. Eurolanden moeten een begroting nastreven zonder tekort; wie zonder geldig excuus zijn tekort laat oplopen tot boven de 3 procent, wordt hard gestraft.

Ook dit is, achteraf gezien, een gelukkige greep geweest. Lafontaine mag het financieringstekort niet belangrijk vinden. De voormalige Italiaanse premier Prodi mag wilde plannen lanceren als het bekostigen van infrastructuur uit reserves van centrale banken - net als de monetaire regels liggen ook de budgettaire beleidsregels vast.

De komende tijd moet blijken of degenen die de naleving van deze beleidsregels moeten afdwingen, hiertoe ook in staat zullen zijn. Dat wordt spannend.

De rente-beslissingen van de Europese Centrale Bank worden genomen door de 'Governing Council' die bestaat uit de zes ECB-directeuren (inclusief president Duisenberg) én de presidenten van de elf aangesloten centrale banken. Deze elf worden benoemd door de - sociaal-democratische - regeringen. Benoemen zij politieke lakeien, dan is de onafhankelijkheid van de ECB alsnog om zeep geholpen. De eerste test is de opvolging, volgend jaar september, van de Duitse havik Tietmeyer.

Ook het afdwingen van de budgettaire beleidsregels hangt op personen, om precies te zijn op de ministers van Financiën en de regeringsleiders van de eurolanden. Ziet u Lafontaine Frankrijk een boete opleggen wegens het overschrijden van de tekortgrens?

Europa is wel beschermd, maar niet veilig voor sociaal-democraten van de oude stempel.

Meer over