Europa kibbelend in het gareel

Achtergrond..

Van onze correspondent Marc Peeperkorn

BRUSSEL ‘Nooit meer Griekenland’, was de overheersende gedachte bij de Europese regeringsleiders donderdagnacht. Een herhaling van het Griekse financiële drama, dat de euro in zijn val meesleept, moest met alle middelen worden voorkomen. Vandaar dat de leiders uiteindelijk over hun eigen schaduw heen sprongen en besloten tot de oprichting van een Europees noodfonds voor de zwakke eurobroeders.

Opmerkelijk, want lidstaten als Duitsland en Nederland waren afgelopen weken mordicus tegen zo’n fonds. Nood breekt echter ook weerstand. Voorzitter Barroso van de Europese Commissie: ‘Geconfronteerd met grote crises doet de EU òf een stapje terug òf ze maakt een grote sprong voorwaarts. Dit keer gelukkig het laatste.’

En daar bleef het niet bij. De EU-leiders zetten namelijk nog een stap, althans de aanzet daartoe: op weg naar een Europese economische regering. Een noodfonds is immers mooi, maar daarmee blijft het brandjes blussen. Voorkomen dat er nieuwe ‘Griekenlanden’ ontstaan, vereist ingrijpen vooraf. Dat betekent niet alleen betere statistieken (Athene vervalste haar tekortcijfers) en strakke naleving van de euroregels, maar ook (en vooral) tijdige invloed op het economische beleid van een land.

Over het eerste (betrouwbare statistieken) is al een besluit genomen. Eurostat, dat de cijfers voor de EU verzamelt, krijgt de bevoegdheid ter plekke te controleren of de aangeleverde data solide zijn. Vermeldenswaardig: een eerder voorstel daartoe van de Commissie werd in 2005 nog door de lidstaten afgeschoten.

Voor de naleving en (eventueel) aanscherping van de begrotingsvereisten waaraan de eurolanden moeten voldoen (Stabiliteitspact), komt een speciale werkgroep onder leiding van EU-president Van Rompuy. Die moet voor het eind van het jaar aanbevelingen presenteren. Ingrijpende wijzigingen van het pact liggen niet voor de hand, dat opent de doos van Pandora en kost veel tijd. Maar het nieuwe Europese Verdrag bevat legio mogelijkheden om lidstaten bij de les te houden. Ook vermeldenswaardig: in 2004 werd het pact onder Duits-Franse druk versoepeld.

Het belangrijkste waar de regeringsleiders het over eens werden, is een verregaande afstemming van het economische beleid van de lidstaten. De EU-leiders moeten ‘de economische regering’ van de Europese Unie vormen, schreven Duitsland en Frankrijk in een gezamenlijk voorstel. Dat beladen begrip werd onder druk van Nederland, Ierland en Groot-Brittannië geschrapt (zie kader) maar de boodschap bleef overeind: landen moeten economisch in het gareel lopen omdat te veel vrijheid fataal kan zijn voor de euro.

De bewijzen daarvoor stapelen zich op. Niet alleen Griekenland zit in problemen door verkeerd beleid. Sinds de invoering van de euro is ook de concurrentiekracht van Nederland, Spanje, Italië, Ierland en Portugal achteruit gegaan, blijkt uit onderzoek van de Commissie. En dat ondergraaft uiteindelijk de hardheid van de munt.

Vrijdag gaven de EU-leiders een eerste aanzet om daar verandering in te brengen, met afspraken over meer werkgelegenheid en investeringen in onderzoek. Voor de zomer komt de Commissie met haar voorstellen. Die gaan volgens betrokkenen aanzienlijk verder. De omvang van de overheidssector, de uitgaven voor zorg, pensioenen en onderwijs, dat allemaal moet in EU-verband worden afgestemd.

Dat zal niet zonder slag of stoot gebeuren. Geen van de lidstaten geeft zijn beleidsvrijheid zomaar uit handen. ‘Er stroomt nog heel wat water door de Rijn én Maas voor Europa een economische regering heeft’, stelt een EU-diplomaat. Het gekibbel over de term alleen al, is veelzeggend.

Ook over de inhoud van dat afgestemde beleid zijn de lidstaten verdeeld. Berlijn bijvoorbeeld ziet spaarzaamheid als een groot goed om de economie uit het dal te trekken, Parijs voelt meer voor extra uitgaven. Maar hoe langzaam ook, het water stroomt. Zelfs in de Rijn.

Meer over