Europa: geen valutagemeenschap, maar waardengemeenschap

In het Europa van vandaag domineren marktdenken en individualisme. Bisschop van Luyn roept op om terug te keren naar de waarden die de stichters van de EEG voor ogen hadden: gerechtigheid en verzoening, spiritualiteit en solidariteit....

EUROPA heeft 'een hart en een ziel' nodig, ofwel een gemeenschappelijk fundament op het gebied van waarden en normen, aldus de vorige voorzitter van de Europese Commissie, Jacques Delors, in november 1990. Een goed jaar later, begin 1992, daagde hij de kerken uit bij te dragen aan een 'ziel' voor Europa: 'als we er in de komende tien jaar niet in slagen een ziel aan Europa te geven - spiritualiteit en zingeving - dan is de zaak bekeken.'

Het is dit jaar veertig jaar geleden dat het EEG-verdrag tot stand kwam. Ideële motieven speelden een beslissende rol bij de toenmalige politieke leiders: bevordering van vrede en gerechtigheid in Europa, en van duurzame verzoening tussen de volkeren die elkaar eeuwen lang beconcurreerd en beoorloogd hadden.

Gerechtigheid en verzoening zijn twee idealen en opdrachten die alleen 'met hart en ziel' nagestreefd kunnen worden. Ze vormen de grondmotieven en -perspectieven van de bijbelse boodschap, omdat ze daarin worden gezien als consequenties die volgen uit de waardigheid van de menselijke persoon en diens meest wezenlijke relaties: de relatie met de ander, de medemens; de relatie met de Ander, God, Schepper en Verlosser.

Gerechtigheid betekent dat aan de rechten van de mens en deze fundamentele relaties recht wordt gedaan. Verzoening betekent dat deze relaties worden hersteld wanneer ze geweld is aangedaan.

Ondanks positieve aspecten die er zeker in aanwezig zijn, dragen de secularisering en individualisering het gevaar in zich van vervreemding en uitsluiting van de ander/Ander. Waar secularisering en individualisering absoluut worden, ontstaat een mens die de illusie heeft zichzelf te verwezenlijken, maar in feite van zichzelf en van zijn authentieke bestaansvervulling vervreemdt.

Hij is immers gefixeerd op zijn eigen belang en positie en streeft deze na met voorbijzien van de medemens in wie hij eerder een concurrent en een bedreiging ziet dan een verrijking en aanvulling van eigen volwaardig bestaan als mens. Hij maakt zichzelf pseudo-goden die echter nooit kunnen beantwoorden aan zijn innerlijke verwachtingen en verlangens, zit gevangen in het begrensde Diesseits en dreigt te verstikken onder een gesloten hemel.

De dienst van de Kerk aan de wereld heeft steeds de beide dimensies van spiritualiteit en solidariteit omvat, als de twee onlosmakelijk met elkaar verbonden zijden van het 'ene noodzakelijke': de liefde tot God en de liefde tot de naaste. Zonder de ene kan de andere niet geloofwaardig bestaan, alleen door beide is menswording mogelijk als gave en opgave.

Dat is de kern van het Evangelie. Hieraan ontlenen de christelijke kerken hun bestaansrecht en hieraan dienen ze zichzelf te toetsen en waar nodig schuld te bekennen voor eigen falen en tekortschieten.

Spiritualiteit en solidariteit vormen de noodzakelijke humane en humaniserende correctie op de overbeklemtoning van het autonome individu: de subjectivering van waarden, de privatisering van belangen, de relativering van waarheden en de fragmentarisering van leven en samenleven.

Waarden zijn niet los te verkrijgen, zij staan in een samenhang van onderlinge verhoudingen, in een waardenschaal. Overbeklemtoning van de individuele vrijheid gaat onvermijdelijk ten koste van de verantwoordelijkheid en de solidariteit. Helaas heeft de beleving van de broederschap geen gelijke tred gehouden met die van de andere twee elementen van de triade van de Franse Revolutie: de vrijheid en de gelijkheid.

Nationale identiteit is zeker een waarde, maar waartoe verabsolutering van nationale trots en belang tot nationalisme kan leiden, heeft ons werelddeel aan den lijve ervaren in de afgelopen eeuw, in de Tweede Wereldoorlog, en recent in ex-Joegoslavië.

Daarom zal er in Europa, wil het gebaseerd zijn op een waardengemeenschap en daartoe uitgroeien, een consensus aanwezig moeten zijn omtrent fundamentele waarden. Deze mogen en kunnen niet afhankelijk gesteld worden van wisselende meerderheden, of overgelaten aan de individuele voorkeur, of aan de waan van de dag.

Het belang van de 'morele gemeenschap' mag niet ten onder gaan in een veelvoud van losse en pluriform geïnterpreteerde en beleefde waarden. Volgens onderzoekers van het Europese waardenonderzoek zou de fragmentarisatie van waarden en normen voor de Europese eenwording geen probleem zijn.

Het is echter de vraag of er voldoende compenserende elementen aanwezig zijn die gemeenschapsvormend zijn. Mondialisering, technologische ontwikkeling en communicatiemiddelen zijn dat niet, niet per sé, want het zijn slechts voorwaarden, instrumenten die ten goede en ten kwade aangewend kunnen worden.

Een Europa als waardengemeenschap behoeft een waardevaster fundament, een hart en een ziel, verzoening en gerechtigheid vanuit een completere visie op wat humaan is en humaniserend.

De eigen bijdrage van de Kerken aan de Europese eenwording is niet gericht op restauratie van het christelijke Europa, maar op het geloofwaardig uitdragen van het Evangelie, als antwoord op de grote actuele en principiële vragen waarvoor Europa staat.

De Kerken willen dat doen met open oog voor de rijkdom van het leven in ons continent, maar met de 'parresia' van het inbrengen van eigen overtuiging op grond van het Evangelie. Hierbij is de oecumenische dialoog onontbeerlijk als testcase voor de geloofwaardigheid van het christendom en als levend teken van verzoening in Europa.

Enkele stellingen:

Waardengemeenschap

* De dominantie van de economie en van het marktdenken moet overwonnen worden. Europa moet geen valuta-gemeenschap, maar een waardengemeenschap worden.

* De basisrechten van de burgers dienen te worden gegarandeerd: democratische inspraak, vrij verkeer, non-discriminatie, bescherming van het leven en van het gezin, zondagsrust, enz. Tegelijk moet bevorderd worden dat de burgers zelf verantwoordelijkheid nemen in hun sociale leefwereld, opkomen voor spirituele en sociale waarden en niet slechts calculerende consumenten zijn van welvaart en vooruitgang.

* De Unie moet het belang en het morele gezag van de erkende godsdienstige gemeenschappen honoreren wat betreft het menselijk leven, de verzoening tussen de volkeren, de culturele, sociale en politieke dialoog en de samenlevingsopbouw.

Culturele rijkdom

* In Europa moet er ruimte en erkenning zijn voor verscheidene nationale en etnische identiteiten en culturen. Deze culturen, met name van minderheden, dienen te worden gewaarborgd door een 'Europees cultureel handvest'.

* Vooroordelen, discriminatie, vreemdelingenhaat en racisme staan haaks op de idealen van gerechtigheid en verzoening die aan de Europese eenwording te gronde liggen.

* In het mediabeleid moet nivellering worden tegengegaan en de pluriforme expressie van culturele rijkdommen gegarandeerd.

Uitbreiding en verdieping

* De uitbreiding van de Europese Unie is een politieke verplichting die voortvloeit uit het Verdrag, en een moreel gebod op grond van de grond-intenties van het Europese éénwordingsproces.

* Tweedeling in Europa moet voorkomen worden; geen superioriteitsgevoel, centralisering of dictaten vanuit het Westen ten opzichte van het overige Europa, maar respect en waardering voor de eigen identiteit, traditie en ervaringen van de culturen en confessies in Midden- en Oost-Europa, als onmisbare stem en verrijkende bijdrage in het pluralistische Europa.

Tweerichtingsverkeer is voorwaarde voor echte eenwording in Europa: de partners in Midden en Oost-Europa dienen serieus genomen te worden in eigen geschiedenis en culturele identiteit.

* Mede vanwege de uitbreiding dient de interne structuur van de Unie grondig herzien te worden, niet zozeer vanwege pragmatische efficiency, maar op grond van ethische waarden en normen, de prioriteiten van een humane samenleving, de medeverantwoordelijkheid van de burgers, het engagement voor de zwakkere in de samenleving.

Sociale component

* In de Europese Unie moet de sociale component verstevigd worden. De sociale paragraaf moet opgenomen worden in het verdrag, even afdwingbaar als de economische regelgeving. De draagwijdte ervan dient de sociale grondrechten te bevatten, de werkgelegenheid en de dialoog tussen de sociale partners.

* Voorrang verdienen de armen, de kwetsbaren, de outcasts en de verliezers van de modernisering. Er leven ook nu nog slachtoffers van 'slavernij' in Europa, vanwege uitsluiting en tweedeling. Er leven in Europa momenteel 52 miljoen mensen onder de armoedegrens, ongeveer 20 miljoen zijn werkloos, tienduizenden dakloos en ontheemd.

* Vanwege de solidariteit met de landen in Midden en Oost-Europa is een inspanning tot daadwerkelijke versobering in de landen van Unie, qua consumptie en productie, een evangelische en humaniserende noodzaak. De Kerken zouden hier in de geest van de Bergrede een voorbeeld kunnen gegeven en ertoe bijdragen dat hiertoe een draagvlak in de samenleving ontstaat.

* Vanwege de invloed van de levensstijl en het economische systeem van de Unie op de wereld moet ook de solidariteit wereldwijd een echte inspanning van de Unie blijven; er mag geen eurocentrisme ontstaan, geen Europa als fort van welvaart en zelfgenoegzaamheid, geen tweedeling noord-zuid als prijs voor de opheffing van de scheidslijn oost-west; de lidstaten moeten de belofte nakomen 7 procent van het bruto binnenlands product voor ontwikkelingssamenwerking ter beschikking te stellen.

* Tenslotte, de gezamenlijke verantwoordelijkheid geldt ook de solidariteit met de generaties na ons: de duurzaamheid van de goederen der aarde, verantwoord rentmeesterschap; de Unie zal ecologische maatstaven moeten aanleggen, waar de nationale wetgeving tekort schiet en waar wereldwijde standaarden nog niet mogelijk blijken.

Nieuw evenwicht

* Waar de economische eenwording steeds meer een verplichtend karakter krijgt, kan beleidsvrijheid van de lidstaten op andere terreinen gemakkelijk leiden tot onderlinge spanningen en concurrentie op terreinen als sociale voorzieningen en arbeidsvoorwaarden, ecologie en behoud van de schepping, onderwijs en cultuur, media, en ethische vragen.

* Vermeden moet worden dat in een verenigd Europa bij ethische vraagstukken het land met de meest toegeeflijke wetgeving of praktijk normerend wordt. Integendeel, in het eenwordingsproces ligt de unieke kans om de noodzakelijke regelgeving op een niveau te brengen dat de belangen van de afzonderlijke lidstaten overstijgt, met het oog op het algemeen belang van Europa, en op het juiste evenwicht tussen het economische en de andere domeinen van het menselijk bestaan en de humane samenleving.

Noodzaak tot internationalisering

* Interne justitiële samenwerking is vereist in de Unie om de veelal internationaal georganiseerde misdaad te bestrijden, zoals corruptie, witwassen van gelden, drugsproblematiek, misbruik van kinderen, vrouwenhandel en terrorisme.

* Ondernemingen en met name multinationals worden steeds meer exponenten van de economische predominantie en laten zich steeds minder beïnvloeden door nationale overheden en samenleving. Er dreigen zo verborgen machtsconcentraties te ontstaan die aan iedere sociale en politieke controle ontsnappen; het is noodzakelijk dat deze multinationals in Europa en wereldwijd ethische gedragscodes en procedures van maatschappelijke toetsing tot stand brengen en aanvaarden op grond van humane waarden en rechten (vergelijk initiatief in deze van Pax Christi en Amnesty International).

Hetzelfde geldt voor financieringsmaatschappijen en banken, zoals de huidige discussie over het financiële handelen in neutrale landen tijdens de laatste wereldoorlog schrijnend aantoont.

* Ook op medisch-ethisch en bio-technisch gebied zijn Europese (en mondiale) wetgeving en controle een onontkoombaar vereiste, gezien de vooruitgang van wetenschap en techniek. Niet alles wat kan, mag ook - maar dient getoetst te worden aan de fundamentele waarden en rechten van de menselijke persoon en de humane samenleving, ook met het oog op nu nog niet te voorziene mogelijke gevolgen voor de komende generaties.

* In het belang van deze generaties kan de Europese politieke samenwerking geen eindstation zijn. De feitelijke ontwikkelingen van de globalisering van de informatica, van het financiële verkeer, van de medische mogelijkheden, van de desastreuze gevolgen van oorlogen, criminaliteit en milieuverontreiniging vereisen steeds meer wereldwijde regelingen en overeenkomsten. Een van de centrale doelstellingen van de Europese eenwording is derhalve haar bijdrage aan een mondiale rechtsorde.

De Europese Unie is ontstaan vanuit het streven een eind te maken aan oorlog en geweld in ons continent. De groeiende Europese integratie moet ook ten dienste staan van vredesbevordering. De Unie heeft de morele plicht en dient de politieke wil te hebben om in eigen continent en daarbuiten een vredesrol op zich te nemen met betrekking tot het beheersen van latente conflicten; de plicht ook om bij te dragen tot preventie van acuut geweld, beperking en beëindiging ervan, en wederopbouw.

In onze contacten met vertegenwoordigers van Kerk en samenleving, met name van jongeren en jong volwassenen, bespeuren wij een behoefte aan nieuwe idealen, aan nieuwe zingeving voor maatschappelijk handelen.

De inzet voor de eenwording van Europa kan er in belangrijke mate toe bijdragen dat de idealen weer terugkeren in het sociale, culturele en politieke debat over de vormgeving van ons continent en zijn medeverantwoordelijkheid voor de wereldgemeenschap.

Dit ligt geheel in het verlengde van de ideële motieven van de stichters van de EEG. Gerechtigheid en verzoening, spiritualiteit en solidariteit, gebaseerd op de uniciteit en de volheid van de menselijke persoon in haar wezenlijk gerelationeerd zijn op de ander/Ander, zijn de onmisbare uitgangspunten om van Europa vóór alles een waardengemeenschap te maken, die vertrekkend uit het meest waardevolle uit haar rijke traditie een hoopvol perspectief biedt dat de huidige en komende generaties kan boeien, inspireren en motiveren.

A.H. van Luyn s.d.b. is bisschop van Rotterdam, vice-voorzitter van de Nederlandse Bisschoppenconferentie en vertegenwoordigt de r.k. kerk van Nederland in het overleg met de EU.

Meer over