Europa begint met bouw modern navigatienetwerk

Het Amerikaanse Global Positioning System (GPS) heeft veel nadelen. Met de lancering van een testsatelliet heeft Europa de eerste stap gezet naar een eigen, beter alternatief....

Over enkele jaren weet Europa waar het staat. Met de lancering van de eerste testsatelliet voor het navigatienetwerk Galileo, woensdag vanaf de basis Bajkonoer in Kazachstan, begint Europa met de bouw van eigen navigatie- ofwel plaatsbepalingssysteem. Onafhankelijk van de VS.

Tot dusver is Europa voor satellietnavigatie afhankelijk van het Amerikaanse Global Positioning System (GPS), dat echter ontwikkeld is voor militaire doeleinden. Dat betekent onder meer dat GPS-signalen soms opzettelijk onnauwkeurig worden gemaakt. Een willekeurige gebruiker, militair of civiel, kan er niet zomaar op rekenen.

Dus moest er een eigen systeem komen, vond de Europese Unie. Te meer daar beleidsmakers een enorm economisch potentieel voorzagen voor nauwkeurige plaatsbepalingssystemen.

Met de beloofde precisie – een meter speling met het gratis signaal, een paar centimeter voor wie meer wil betalen – kunnen ambulances over de juiste rijbaan worden gedirigeerd en vliegtuigen over flexibele aanvliegroutes worden geleid. Brussel verwacht een nieuwe industrie met 150 duizend banen.

‘Jaren van vruchtbare samenwerking hebben een nieuwe faciliteit in de ruimte opgeleverd die het leven van Europese burgers op aarde zal verbeteren’, aldus directeur Jean Jacques Dordain van de Europese ruimtevaartorganisatie ESA na de geslaagde lancering gisteren.

Maar juist van die vruchtbare samenwerking is nog niet veel te merken geweest. Galileo is sinds het startschot, in 1999, geplaagd door verdeeldheid onder de lidstaten en gesteggel over budgetten.

Galileo liep daardoor meerdere keren vertraging op. Zo waren voor de bouw van het dertig satellieten tellende netwerk twee consortia in de race, waarvan het ene voornamelijk uit Noord-Europese, en het andere vooral uit Zuid-Europese bedrijven bestond. Brussel durfde geen knoop door te hakken – hoewel het Noord-Europese plan volgens ingewijden duidelijk beter was. Uiteindelijk besloten de consortia samen verder te gaan.

Ook problematischer dan verwacht was de aanwijzing van een hoofdkwartier. Zowel Spanje, Italië, Frankrijk, Duitsland als Engeland had zijn zinnen erop gezet. Voormalig euro-commissaris Karel van Miert moest eraan te pas komen om begin deze maand al bemiddelend tot een Salomonsoordeel te komen: de administratie naar Toulouse, het management naar Londen, de controlecentra naar München, Rome en Barcelona.

Ooit was het de bedoeling dat de dertig satellieten in 2007 operationeel zouden zijn. Nu wordt dat 2010. Voorlopig moet Europa het doen met GPS.

Meer over