Eurogroep is beter af met vaste voorzitter

Jammer voor Jeroen Dijsselbloem, maar er is veel te zeggen voor een vaste voorzitter van de Eurogroep.

Duitsland en Frankrijk wensen een vaste voorzitter voor de Eurogroep. Hierdoor dreigt Jeroen Dijsselbloem zijn eervolle deeltijdfunctie te verliezen. De Nederlandse regering is daar pertinent tegen. Ruttes ramkoers richting Berlijn en Parijs is echter slecht gemotiveerd, schadelijk voor Nederland en kansloos. Volgens hem is er geen behoefte aan nog meer Europese 'presidenten'. Een sterke euroleider zou bovendien de positie van eurocommissaris Rehn ondermijnen. Vreemde redenering. Het voorzitterschap bestaat immers al, zij het uitgeoefend in deeltijd en vooral ondersteund door nationale (nu Nederlandse) ambtenaren. De financiële crisis in het eurogebied is het belangrijkste politiek-economische vraagstuk van dit moment. Sturing en coördinatie zijn inderdaad veel te belangrijk om aan een parttimer over te laten. Parijs en Berlijn willen dat de Eurogroep vaker bijeenkomt en daar is veel voor te zeggen.

Dijsselbloem en zijn ambtenaren wordt verweten te zeer het Nederlands belang te dienen. De Fransen vinden bovendien dat hij zijn oren te veel naar Berlijn laat hangen. Terecht of niet, het wantrouwen bemoeilijkt een effectief voorzitterschap. Uit oogpunt van geloofwaardigheid is het beter dat een voorzitter niet tegelijkertijd belanghebbende minister van een lidstaat is. Ook kunnen de ondersteunende ambtenaren beter uit verschillende eurolanden komen.

Een voorzitter van de Eurogroep heeft andere taken en bevoegdheden dan commissaris Rehn. De positie van de laatste wordt echt niet onmiddellijk bedreigd, doordat de eerste meer tijd beschikbaar heeft en breder ondersteund wordt door Europese ambtenaren. Rehn woont bovendien alle vergaderingen van de Eurogroep zelf bij. Ruttes beschermheerschap van de 'begrotingstsaar' is nogal ongeloofwaardig. Is zijn kabinet werkelijk zo blij met deze 'strenge bemoeial'? Dijsselbloem is eerlijker en heeft de echte reden van het Nederlands verzet toegegeven: angst voor Frans-Duitse dominantie.

Het probleem is nu juist dat Parijs en Berlijn het voortdurend oneens zijn over de aanpak van de financiële problemen. Toegegeven, Frankrijk was al langer voorstander van een voltijdvoorzitter en heeft Duitsland overgehaald. Nederland is vooral bang voor te grote Franse invloed ten gunste van de zuidelijke lidstaten.

Niet Frankrijk maar Duitsland gaat echter voor in de gezondmaking van de Europese economie. En aan wiens zijde is Nederland telkens weer terug te vinden? Juist, Duitsland. Dat land zal ook bij een permanente voorzitter zijn enorme gewicht in de schaal blijven leggen. Dus waar zijn we nu eigenlijk bang voor?

Het is strijdig met ons nationaal belang om met onze belangrijkste bondgenoot in de Eurogroep een conflict aan te gaan dat we nooit kunnen winnen. De afschaffing van de deeltijdfunctie is onderdeel van een moeizaam compromis tussen Merkel en Hollande. Dat laten ze echt niet los, omdat Rutte er niet aan wil.

Ook vanuit binnenlands politiek perspectief is de dubbelfunctie van minister Dijsselbloem ongewenst. Alles draait dezer dagen om steeds weer nieuwe bezuinigingen. Dit maakt de minister van Financiën nog belangrijker dan hij altijd al was. Het is dus tamelijk krankjorum dat hij deze taak in deeltijd vervult vanwege zijn Europese bijbaan.

Wat tegen het nieuwe voorzitterschap pleit, is niet het voltijdkarakter, maar het gebrek aan democratische legitimatie. Evenals Dijsselbloem zal ook zijn opvolger weer via een schimmig handjeklap van regeringsleiders worden aangewezen. Verder is deze functie, net als het voorzitterschap van de Europese Raad, onvoldoende democratisch ingebed. Noch de benoeming, noch de uitvoering van de taak is aan parlementaire controle onderhevig. En Europese kiezers komen er al helemaal niet aan te pas.

Algemeen wordt de gebrekkige legitimatie van Europese bestuurders als een groot probleem beschouwd. Toch blijven de regeringen van de lidstaten bij hun voorkeur de zaken onder elkaar te regelen. Om vervolgens verbaasd en teleurgesteld te zijn als er wederom zo weinig mensen opkomen bij de Europese verkiezingen.

Rutte wees er fijntjes op dat over het voltijdvoorzitterschap met unanimiteit besloten moet worden. Ook noemt hij het plan 'nog niet aan de orde'. Niettemin zijn de Nederlandse politiek en diplomatie op scherp gezet om het zinloze en schadelijke gevecht vanaf nu aan te gaan. Onze inzet kan zich echter beter richten op een veel fundamenteler probleem: de democratische inbedding van het financieel bestuur van Europa.

Bob van den Bos is voormalig delegatieleider van D66 in het Europees Parlement.

undefined

Meer over