Euro wordt speelbal van nationale politici

Over een paar dagen is het zover: de euro doet zijn intrede in het girale circuit. Wat zal de nieuwe munt Europa in de toekomst brengen?...

DE TOEKOMST van Europa ziet er somber uit, alle euforie over de euro ten spijt. Mijn kritiek op de euro betreft niet zozeer de economische mankementen die aan het experiment kleven, die zijn er ook, als wel het ontbreken van een stevig gefundeerde politieke samenwerking waarbinnen zo'n gemeenschappelijke munt kan functioneren.

De architecten van Europa hadden een federale gemeenschap in gedachten als politieke bedding voor de euro. Daar is in het Verdrag van Maastricht evenwel niets van terecht gekomen en dus realiseert Europa nu wel een monetaire unie, maar blijft een politieke unie achterwege, terwijl de laatste een voorwaarde is voor de eerste. We moeten daarom niet gek opkijken wanneer de monetaire unie ten prooi valt aan politieke chaos.

Hoe bevattelijk de constructie van de monetaire unie is voor politieke beïnvloeding, bleek in de afgelopen weken. De architecten hadden bezworen dat de Europese Centrale Bank (ECB) volstrekt buiten de politiek zou gaan functioneren en dat het stabiliteitspact afdoende zou zijn om een strakke begrotingsdiscipline bij de deelnemende landen af te dwingen. Vergeet het maar.

De nieuwe Duitse kanselier staat het vrij een politieke handlanger als president van de Duitse centrale bank te benoemen en garandeert daarmee invloed op de beraadslagingen van de ECB. Volgt de Franse president zijn voorbeeld dan worden de vergaderingen van het presidium van de ECB politieke bijeenkomsten.

Inmiddels blijkt dat ook de voorwaarden van het stabiliteitspact bespreekbaar zijn. Dat Frankrijk, of welk ander land ook, zich de wet door dit pact laat voorschrijven, is hoogst onwaarschijnlijk. Het Europa met de euro wordt hoe dan ook een politiek verhaal.

De geschiedenis leert dat monetaire unies die niet zijn ingebed in een stevige politieke unie een kort leven zijn beschoren. Niemand heeft duidelijk kunnen maken waarom dat in het geval van de Europese Monetaire Unie anders ligt.

Alarmerend is vooral dat de regeringsleiders, nu ze een (onverantwoorde) beslissing over de euro hebben genomen, niet bereid zijn de consequenties uit die beslissing voor de samenwerking op andere terreinen te trekken. Ook Nederland wil plotseling niet meer weten van een sociale, democratische en culturele versterking van de Europese Unie, terwijl die volgens Delors en zovele anderen noodzakelijk is om chaos te voorkomen.

Hoe en wanneer de chaos begint, valt moeilijk te voorspellen. Het kan morgen gebeuren, over vijf of over twintig jaar. Het kan beginnnen met een stevige economische schok, zoals een financiële crisis, een handelsoorlog met de VS, of iets als een oliecrisis.

Er kan zich dan het volgende scenario ontrollen. Alle Europese landen komen in de problemen, maar sommigen meer dan anderen. Dan wreekt zich het gebrek aan aanpassingsmechanismes. Voor sommige landen is de gemeenschappelijke rente veel te hoog en voor anderen te laag. Het voeren van een eigen rentebeleid kan immers niet meer in een monetaire unie.

Van een automatische aanpassing via het belastingstelsel en overheidsbestedingen (armlastige regio's in Nederland betalen automatisch minder belasting en krijgen meer in de vorm van subsidies en uitkeringen) is geen sprake.

Het Europese budget is weliswaar flink verhoogd (ondanks het aanvankelijke verzet van onder meer de Nederlandse regering), maar het Europese parlement, verdeeld als het is in nationale belangengroeperingen, kan geen overeenstemming bereiken over de verdeling van het geld.

Een aantal grote landen weet een onevenredig deel van het budget binnen te halen tot woede van de kleinere landen. De laatsten blokkeren vervolgens de benoeming van de opvolger van Duisenberg (onder geen beding een Fransman!). De geloofwaardigheid van de Europese Centrale Bank, waarin politieke figuren van de grote landen een stevige stem hebben verworven, is in het geding.

Financiële markten verliezen het vertrouwen in de euro. De prijzen van importartikelen zoals olie en auto's schieten omhoog. Ook de rente moet omhoog om de vlucht van kapitaal tegen te gaan. Franse boeren gaan de straat op. Duitse arbeiders staken. Iedereen is kwaad op Brussel en de Europese Unie. De Fransen kiezen een fervente tegenstander van de Europese Unie tot president.

Dit is slechts een van de denkbare rampscenario's. De schok hoeft niet eens van buiten te komen, of economisch van aard te zijn. Dit soort labiele constructies kunnen ook bezwijken onder onenigheid over het buitenlands beleid of morele kwesties. Bedenk wat er kan gebeuren als Frankrijk haar absurde drugsbeleid, of haar enghartige buitenlands beleid tot norm weet te verheffen.

Een pessimist ben ik niet, maar wel een realist. Een huis dat zo wankel staat, kan makkelijk instorten. Het verbijstert mij dat de euro-enthousiastelingen zo blind kunnen zijn voor de realiteit en zo'n gevaarlijk naief en overdreven optimisme ten toon spreiden.

Arjo Klamer is econoom en voorzitter van de Vereniging Democratisch Europa.

Meer over