Euro moet politiek nog worden waargemaakt

De gulden was zo sterk omdat Nederlanders erin geloofden. Arjo Klamer en Laurent van der Maesen menen dat de euro het nog moeilijk zal krijgen om net zo geloofwaardig te worden....

NOG een paar nachten slapen en dan zijn we guldenloos. Met de komst van de euro is een nieuw tijdperk aangebroken, met een nieuw gevoel, een nieuwe uitdaging en vooral de dwingende noodzaak voor een nieuwe politiek.

Verkijk u niet. We wisselen niet zomaar één tekentje voor een andere in. Het gaat niet alleen om een muntje. Met het verdwijnen van de gulden wordt een hoofdstuk van vierhonderd jaar vaderlandse geschiedenis afgesloten. En met de euro is het hoofdstuk van de Europese geschiedenis pas echt begonnen. Besef daarom dat u deze jaarwisseling een ingrijpende historische gebeurtenis meemaakt die in de geschiedenisboeken zal worden gemarkeerd. Toegegeven, de euro is er eigenlijk al sinds twee jaar. Want op 1 januari 1999 koppelden de elf deelnemende landen hun munten zo stevig vast aan de euro dat er geen speld meer tussen was te krijgen (Griekenland kwam daar onlangs bij). Maar pas sinds 14 december is de euro echt tastbaar geworden en vanaf 1 januari 2002 kunnen we er ook mee betalen.

Daarmee krijgt een vermetel en riskant plan van Mitterrand, Kohl, Lubbers en andere Europese leiders van tien jaar geleden definitief gestalte. De Europese Unie is nu ook een monetaire unie. Alleen Groot-Brittannië, Zweden en Denemarken blijven langs de zijlijn staan. De grote vraag is wat deze stap ons zal brengen. Wat geven we op met de gulden en wat krijgen we er met de euro voor terug?

De gulden symboliseerde de onafhankelijkheid van de Republiek en daarna van het Koninkrijk der Nederlanden. Ze was een onderdeel van de taal van de Nederlanders - met derivaten als juut, stuiver, dubbeltje, geeltje, rooie rug - en was de rekeneenheid op school en in de winkel. De gulden representeerde waarde, stabiliteit en zekerheid.

Door de eeuwen heen was de gulden een solide munt. Dat alles raken we kwijt. Welke toekomst brengt de euro ons? Worden we er beter van, sterker, geloofwaardiger? Winnen we meer dan we verliezen?

Bedenk dat de euro niet zomaar een munt is. Geld heeft alles met politiek te maken. Geld dient politiek waargemaakt te worden. Crises zoals onlangs in Indonesië en Argentinië nu, tasten onverbiddelijk de waarde van de munt aan.

Geld is gebaseerd op geloof. De gulden was zo sterk omdat bankiers, financiële handelaars, en u en wij erin wilden geloven. Of de euro net zo geloofwaardig wordt, hangt af van het politieke systeem dat achter haar staat, oftewel de Europese politieke unie. De euro staat nu zo laag ten opzichte van andere munten als de Amerikaanse dollar, het Engelse pond en de Japanse yen, omdat Europa politiek niet echt wil overtuigen.

De ontwerpers van de euro hadden de politieke dimensie ervan goed in de gaten. Daarom zetten ze ruim tien jaar geleden ook in op een federale organisatie van Europa als de politieke voorwaarde voor de euro. Ze spraken van het belang van een Europese identiteit en een Europese 'ziel'. Toen dat deel van het plan sneuvelde in Maastricht, gingen toenmalige politici er van uit, dat de euro die noodzakelijke versterking van de politieke unie af zou dwingen. Een onafhankelijke centrale bank was de eerste stap. De voorwaarden voor de euro worden kennelijk door de euro zelf geschapen. Dit is een onhoudbare veronderstelling en daar kan het dus niet bij blijven. Doordat het debat over de politieke voorwaarden voor de euro na Maastricht is gestopt, is de euro maar als een volstrekte logische stap in het Europese project gepresenteerd. De euro komt er en is er voor iedereen, aldus de reclamefolders, die het ontbreken van een politiek debat over de euro moeten maskeren.

En het ontbreken van een politiek debat geldt niet alleen de euro. Het is symptomatisch voor het proces dat heeft geleid tot de Europese Unie. De 'Reflection Group', één van vele commissies van de Europese Commissie, verklaarde in 1975 dat Europa weer een politiek project moest worden. Daar is het nog steeds niet echt van gekomen. Nu de euro zoveel aandacht opeist, lijkt Europa vooral een financieel-economisch project te zijn waarbij het vooral gaat over geld, begrotingen en markten. Dat bindt niet.

Het 'Comité van Wijzen' noemde dit in 1996 een reden waarom burgers niet aan het proces van eenwording van de Unie kunnen deelnemen. Daarmee dreigt de EU een Europa zonder burgers te worden. Dit ondermijnt, aldus de commissie van Von Weizsäcker en Dehaene in 1999, op ernstige wijze de legitimiteit van de Europese Unie. Het wordt hoog tijd, aldus deze commissie, dat de positie van burgers in dit proces als elementair wordt onderkend. Het Europese Economisch en Sociale Comité wees in 1999 op de afnemende legitimiteit van de EU. Om schipbreuk te voorkomen dienen we, aldus dit comité, organisaties van burgers bij de ontwikkeling van Europa te betrekken.

Met de komst van de euro zal het wel moeten. Zolang het economisch voor de wind ging, bleven ernstige politieke conflicten achterwege. Nu het economisch meer tegen zit, zal het erom gaan spannen. De vraag is hoe de Europese politiek om zal gaan met buitensporige begrotingstekorten van een van de lidstaten, wat ze zal doen als in Italië een pensioencrisis uitbreekt, of wanneer Frankrijk de benoeming van de opvolger van Duisenberg dwarsboomt.

Hoe houden de lidstaten gezamenlijk de inflatie in bedwang wanneer managers zich blijven verrijken en vakbonden, dankzij dit voorbeeld, flinke loonstijgingen weten af te dwingen? Wat zijn de gevolgen van een sterke groep 'eurolanden' in de EU voor de nieuwe en vooral kwetsbare leden, die dankzij de uitbreiding kunnen toetreden?

En hoe weet de Europese Unie een duidelijk front te vormen en te handhaven tegenover de rest van de wereld? Zo'n stuntelig optreden als onlangs na 11 september kan het machtige euroblok zich niet veel langer veroorloven. De financiële markten willen een duidelijk gezicht naar buiten toe en een krachtig beleid naar binnen. Lukt dat wanneer één dwarsliggend lidstaat voldoende is om de politieke besluitvorming lam te leggen? Natuurlijk niet. Europa zal politiek volwassen moeten worden.

Het euroblok staat daarom voor een grote politieke uitdaging. De druk om meer gemeenschappelijk op te treden zal immens worden. Daarmee wordt ook de kans groot dat Brussel als politiek centrum van de EU meer verantwoordelijkheden zal moeten opeisen. De Unie kan zich geen landen veroorloven die uit de pas lopen met te grote begrotingstekorten, buitensporige loonsverhogingen, en een ontoereikend sociaal en economisch beleid.

Van ons, Nederlandse burgers, zal gevraagd worden meer Europees te gaan denken en handelen, en minder gefixeerd te zijn op wat zich aan de overkant van de Noordzee en vooral ook van de Atlantische Oceaan afspeelt. Met de euro is het typisch Nederlandse over.

De komst van de euro verdraagt daarom geen politieke retoriek meer. Zoals de jury van de Karel de Grote-prijs, die 9 mei Duisenberg zal eren als representant van het europroject, opmerkte, zal de euro een beslissende impuls geven aan wat wij de 'Voice of Civil Europe' willen noemen, oftewel de stem van de Europese burgers zelf. U en ik, de burgers van Europa dus, zullen mee willen denken en praten over de toekomst van het Europa met de euro.

Meer over