EU-vervolging technolease is niet erg waarschijnlijk

Wordt de doos van Koos, ofwel de technolease-affaire een zaak, of loopt het met een sisser af? Die vraag moet de Kamer beantwoorden, nadat zij deze en volgende week enige hoofdrolspelers heeft gehoord....

Van onze Haagse redactie

DEN HAAG

Andriessen staat te boek als de bedenker van de technolease. 'We doen de kennis van Philips in een doos, verkopen die aan de Rabobank die er goed op past, en die verhuurt de kennis weer terug', legde Andriessen in 1993 uit.

Volgende week maandag is er nog hoger bezoek: eerst oud-premier Lubbers, en dan zijn opvolger Kok. Die zit er echter niet als premier, maar als de ex-minister van Financiën onder Lubbers.

Eén vraag staat centraal. Was de technolease een operatie die exclusief was gereserveerd voor de bedrijven Philips en Fokker, of mochten meer bedrijven hem toepassen? Het antwoord is van belang voor het onderzoek dat de Europese Commissie uitvoert naar de technolease. Commissaris Van Miert denkt dat Philips en Fokker als enigen profiteerden, en dat het daarom een concurrentievervalsende subsidie is geweest. De Nederlandse regering heeft dit altijd ontkend.

Bij de technolease was nog een ander bedrijf betrokken: de Rabobank. Philips en Fokker verkochten in 1993 en 1994 hun kennis aan deze bank, die hem vervolgens weer terug verhuurde aan de bedrijven. De Rabo kreeg als beloning een fors belastingvoordeel.

Volgens de bank én volgens minister Zalm van Financiën heeft de Rabo er rond de 150 miljoen gulden aan verdiend. Philips en Fokker kregen tijdelijk extra geld in handen om hun problemen te lijf te gaan, maar daar stonden hogere belastingen in latere jaren tegenover. Bij de failliete vliegtuigfabriek is het daar, helaas voor de staat, nooit meer van gekomen. Het nadeel voor de schatkist kan op enige honderden miljoenen worden becijferd.

In oktober 1993 zei Van Amelsvoort in een vertrouwelijk overleg met de Tweede Kamer dat de technolease voor Philips mogelijk was binnen de bestaande wetgeving. Aan die stellingname waren wel stevige debatten in het kabinet én met de hoogste belastingambtenaren vooraf gegaan. 'Eens maar nooit weer', schreef Van Amelsvoort in een geheime brief aan zijn minister Andriessen in juni van het jaar daarop, toen Fokker aan de orde was. Dat zou zijn afgesproken met betrekking tot Philips, aldus de CDA-bewindsman.

Maar Andriessen was het daar niet mee eens. 'We konden de constructie helemaal niet weigeren, want de bedrijven hadden er recht op', aldus Andriessen eerder dit jaar in het tv-programma Buitenhof. Omdat in theorie elk bedrijf dat recht kon uitoefenen, was er geen sprake van staatssteun, aldus Andriessen. Het is geen geheim dat hij Van Amelsvoort onder druk zette toch akkoord te gaan, hierin gesteund door hun leidsman Lubbers. PvdA-minister Kok hield zich opmerkelijk stil.

Er is nog maar één ander geval van technolease bekend, uit 1987, aan een bedrijf waarvan de overheid de naam geheim houdt. De criteria voor toepassing zijn zo streng dat sinds Fokker voor zover bekend de constructie niet meer is toegelaten.

Volgens de huidige minister Zalm van Financiën is de 'eens maar nooit weer'-opmerking in de uitgelekte brief van Van Amelsvoort niet relevant. De oud-staatssecretaris heeft immers het kabinetsstandpunt in de Kamer uitgedragen en verdedigd, en daar gaat het om. Als hij de constructie had willen verbieden, had hij een wetswijziging moeten voorstellen, en 'een initiatief daartoe is door de staatssecretaris op geen enkele wijze genomen', aldus Zalm vorige week.

Blijft de vraag hoe schandelijk de technoleaseconstructie is geweest. Dat de staat er honderden miljoenen guldens bij is ingeschoten, staat vast. Maar die vallen in het niet bij de honderden miljoenen die Philips jaarlijks aan directe staatssubsidies ontvangt, en de miljarden die Fokker (tevergeefs) heeft gekregen.

Staatssteun is van alle tijden. In Nederland zal de affaire daarom niet veel politieke opschudding meer veroorzaken. Misschien wel in Brussel, waar op concurrentievervalsing wordt gelet. Maar Van Miert heeft wel een probleem als hij de techolease aanmerkt als een verboden vorm van staatssteun.

Want dan lijkt een vergelijkbare vervolging van de steun van de Franse en Duitse overheden aan bijvoorbeeld Airbus of hun staalindustrieën onvermijdelijk. Het is de vraag of de machtigste lidstaten van de EU het zover zullen laten komen.

Mike Ackermans

Meer over