EU spreekt in Hongkong met twee monden

De wereldhandelsbesprekingen zullen weinig inschikkelijkheid van de ontwikkelingslanden te zien geven. Dat ligt aan de EU, vinden Kathalijne Buitenwegen en Kees Vendrik....

De Europese Unie houdt zich niet aan haar belofte de belangenvan ontwikkelingslanden centraal te stellen in dewereldhandelsbesprekingen. Daarom zal de komende handelstop inHongkong mislukken. Het wordt tijd voor een grondige herzieningvan het Europese handelsbeleid. 'A round for free', zo betiteltde Europese Commissie de handelsbesprekingen die medio decembermoeten worden afgesloten: een gratis rondje voor deontwikkelingslanden. Het uitgangspunt voor de onderhandelingentussen de leden van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) was deconstatering dat veertig jaar ontwikkelingshulp onvoldoende heeftopgeleverd. Nieuwe handelsregels zouden de ontwikkelingslandenin staat moeten stellen meer te profiteren van de handelsstromenen de armoede te overwinnen.

Het ontbreekt de Europese en Amerikaanse onderhandelaars nietaan retoriek. Zij presenteren hun voorstellen - snijden in desubsidies aan de eigen boeren - als een grootmoedig aanbod. Trotsverkondigde eurocommissaris Peter Mandelson, de Europeseonderhandelaar, dat de EU bereid is om 70 procent van haarhandelsontwrichtende inkomenssteun aan boeren te schrappen. HetFranse verzet tegen dit aanbod vergrootte Mandelsonsgeloofwaardigheid.

Nadere bestudering van zijn voorstellen leert dat de EU in depraktijk geen cent minder hoeft uit te geven aanlandbouwsubsidies. Het Europese aanbod bestaat uit creatieveboekhoudtrucs en uit vermindering van de maximaal toegelatensteun in plaats van de daadwerkelijke steun.

Niet alleen bij de afbouw van landbouwsubsidies spreekt deEuropese Commissie met twee monden. Zij steunt ook hetAmerikaanse voorstel om het voor ontwikkelingslanden moeilijkerte maken juridische stappen te nemen tegen subsidies die hunbinnenlandse markt ernstig schaden. Zij eist datontwikkelingslanden hun invoertarieven voor industrieproductendrastisch verlagen, zodat zij hun prille industrieën niet langerkunnen beschermen tegen westerse bulkgoederen. Zij oefent drukuit op ontwikkelingslanden om basisvoor-zieningen als water,gezondheidszorg en onderwijs te liberaliseren, opdat Europeseinvesteerders deze markten kunnen betreden. Bij gedwongenliberalisering van publieke diensten hebben de consumenten geenbaat en het voedt het wantrouwen van de burgers, zo leert deverwerping van de Europese Grondwet in Nederland en Frankrijk.Het geeft geen pas om marktwerking op deze terreinen aanontwikkelingslanden op te dringen.

De weg naar Hongkong is geplaveid met gebroken beloften. Hetdoel om de armoede te bestrijden is ver uit zicht geraakt. Hetis daarom niet verwonderlijk dat de EU bij ontwikkelingslandengeen voet aan de grond krijgt voor haar gerechtvaardigdeverlangen om sociale en milieuvoorwaarden te verbinden aan dewereldhandel.

Mandelson krijgt zijn onderhandelingsmandaat van de nationaleregeringen. Ook die kiezen kortzichtig voor het eigenbelang.Onlangs nog antwoordde de Nederlandse regering op vragen vanGroenLinks dat het steunen van ontwikkelingslanden inderdaad eentweede doelstelling is van de WTO-onderhandelingen, 'maarnatuurlijk is het primaire doel goede werkgelegenheid in Europa.'De verdienste van dit standpunt is dat het duidelijker is dan deretoriek van Mandelson. Maar het is wel een recept voormislukking van de komende wereldhandelstop. Ook de eerdere toppenin Seattle en Cancún liepen uit op een echec.

Na Hongkong wordt het dan ook tijd dat de EU zich bezint ophaar inzet in de WTO. Om het globaliseringsproces in goede banente leiden, dient zij niet markttoegang, maar armoedebestrijdingen duurzame ontwikkeling voorop te stellen. Dat betekent dat deEU en de VS allereerst de dumping van landbouwoverschotten enhandelsverstorende subsidies moeten beëindigen. In de tweedeplaats dienen ontwikkelingslanden het recht te krijgen om hunmarkten te beschermen. Vrijhandel is niet het enige model voorontwikkeling. De forse economische groei in bijvoorbeeldOost-Azië is allerminst het gevolg van vrije handel. Deze regioheeft kon zich juist ontwikkelen door afscherming van de eigenmarkt en door bevordering van de uitvoer. De minst ontwikkeldelanden moeten hun eigen ontwikkelingsmodel kunnen kiezen, nietgedicteerd door WTO, IMF of Wereldbank. In de derde plaats moetde EU aan ontwikkelingslanden het aanbod doen van een ruimerarbeidsmigratiebeleid, gebaseerd op wederzijds profijt. Zulkbeleid zou moeten bevorderen dat migranten die tekorten op deEuropese arbeidsmarkt helpen aanzuiveren, hun verworven kennisen kapitaal vervolgens kunnen aanwenden voor de ontwikkeling vanhun eigen land.

Alleen wanneer de EU deze stappen zet, mag zij hopenmedestanders te vinden voor het integreren van duurzameontwikkeling in de spelregels voor de wereldhandel.Ontwikkelingslanden zien voorwaarden op het gebied van milieu,dierenwelzijn of werknemersrechten al gauw als handelsbarrières.Maar zonder dergelijke regels dreigt een mondiale race to thebottom. Het Europese verbod op de legbatterij wordt betekenisloosals onze markt wordt overspoeld door kippenvlees en eieren uitlegbatterijen elders. Het temmen van het globaliseringsmonstervraagt een slimme strategie, waarbij elk voorstel om de handelaan regels te binden gepaard gaat met een aanbod omontwikkelingslanden te steunen bij het naleven van deze regels.Alleen dan kan vrijhandel eerlijke handel worden.

Meer over