Column

EU ruziet liever met VS dan met Erdogan

Bij de Europese Unie is de ene regel de andere niet. Het kan vriezen en het kan dooien. Nu eens is onverzettelijkheid het parool in Brussel en wordt er met de vuist op tafel geslagen, dan weer neemt slapte bezit van de knieën en blijken afspraken vatbaar voor een ruime interpretatie.

De Turkse president Recep Tayyip Erdogan. Beeld afp
De Turkse president Recep Tayyip Erdogan.Beeld afp

Afgelopen week regeerde de vastberadenheid. Commissaris Margrethe Vestager veegde de vloer aan met het belastingvoordeel dat Apple jarenlang heeft genoten in lidstaat Ierland. Dat komt naar de mening van de Commissie neer op verkapte staatssteun, die in de EU geen pas geeft. Schatting van het oneigenlijke voordeel voor de Amerikaanse multinational: zo'n 13 miljard euro. Dat bedrag (met rente) moet Ierland alsnog gaan innen. Apple boos, Dublin verdrietig (en ook tamelijk boos), Washington gebelgd.

Op zichzelf heeft Brussel goede argumenten om van de fiscale constructie in Ierland een zaak te maken. Het aanpakken van belastingontwijking heeft terecht een hoge prioriteit voor de Commissie. Apple en andere megabedrijven hebben een grote bedrevenheid ontwikkeld in het aanleggen van ontsnappingsroutes voor hun winsten. Volgens de Commissie heeft Apple welgeteld 0,005 procent belasting betaald in 2014 over zijn miljardenwinst in Europa.

Er is ook weinig reden voor medelijden met de Californische technologiereus. Die 13 miljard lijkt een kolossaal bedrag, maar vormt per saldo niet meer dan 7 procent van de financiële reserves waarop Apple kan teren.

Toch wringt er iets. De principiële opstelling waarvoor Brussel in deze zaak kiest, steekt scherp af bij de soepelheid die prevaleert wanneer belangrijke lidstaten de Europese normen voor de hoogte van het begrotingstekort en de staatsschuld met voeten treden. Dan tellen verzachtende omstandigheden en volstaat al de belofte van beterschap. Frankrijk en Italië komen er al jaren mee weg, ook Duitsland bleef in 2003 verschoond van sancties.

Nog een voorbeeld van Brusselse plooibaarheid - in dit geval grenzend aan angstvalligheid. In de begroting voor de periode 2014-2020 is een aanzienlijk bedrag opgenomen voor hulp aan aspirant-lidstaten die hun rechtsstaat verder moeten ontwikkelen. Pretoetredingssteun heet dat. Zo staat Turkije genoteerd voor 4,2 miljard euro oftewel 600 miljoen per jaar.

Hoeveel daarvan al is uitgekeerd, kan ik niet zo snel achterhalen. Maar al ruim vóór de mislukte coup in Turkije was duidelijk dat onder president Erdogan de beoogde rechtsstaat uit zicht raakt in plaats van dichterbij komt. Met de draconische zuiveringsoperatie die na de putsch is ingezet, is dat helemaal zonneklaar geworden. Je zou dan ook verwachten dat de EU-steun op z'n minst wordt bevroren. Maar nee, het enige waartoe de Commissie zich, mede op Nederlands aandringen, bereid heeft getoond, is het starten van een 'evaluatie'. Zo pront als de opstelling is in de zaak-Apple, zo schuchter wordt, trouwens niet voor de eerste keer, geopereerd inzake Turkije.

Welke politieke afwegingen steken hierachter? Of ontbreekt het juist aan een politieke regie?

Het laatste lijkt het meest waarschijnlijk, en dat is extra pijnlijk gelet op de benarde positie waarin de EU verkeert. Het vertrek van Groot-Brittannië noopt tot een interne herschikking, die de nodige voeten in de aarde zal hebben. De Britse stap dwingt ook de EU-leiders onder ogen te zien dat het Europese project over de hele linie sterk aan populariteit heeft ingeboet. Tegelijk wordt de EU geconfronteerd met een instabiliteit aan haar grenzen die een forse streep zet door de gedachte dat onze nobele normen en waarden garant staan voor een natuurlijk strategisch overwicht. Europa weet zich nauwelijks raad met de assertieve autocraten in Moskou en Ankara.

Je zou denken: onder deze omstandigheden is het beter om even niet aan te sturen op ook nog een - gemakkelijk escalerend - fiscaal conflict met de VS, waarmee de betrekkingen toch al onder druk komen te staan vanwege de dreigende mislukking (en het misbaar daarover) van de onderhandelingen over het transatlantische vrijhandelsverdrag TTIP. Per slot van rekening is er overleg gaande over een mondiale aanpak van belastingontwijking en gaat het in de Apple-zaak om een afspraak van meer dan twintig jaar geleden, toen bedrijven echt mochten denken dat ze met soevereine regeringen van doen hadden.

Maar nu ook Berlijn ten prooi lijkt te vallen aan onzekerheid, is het maken van strategische afwegingen kennelijk niet meer aan Europa besteed. Poetin en Erdogan lachen in hun vuistje.

Paul Brill is buitenlandcommentator van de Volkskrant. Reageren? p.brill@volkskrant.nl

Meer over