EU moet met Bush gaan praten

Om een totale mislukking van een Europees beleid inzake Irak te voorkomen moeten Londen en Berlijn inbinden en moet de EU met Bush gaan praten, meent Bob van den Bos....

Terwijl de inspecteurs tevergeefs zochten naar wapens in Irak, plaatste Saddam Husein een bom onder de VN, de NAVO en de EU. Onenigheid over de militaire aanpak van de schurkenstaat verlamt de Veiligheidsraad, zet het voortbestaan van het Atlantisch bondgenootschap op het spel en splitst de EU in aanhangers en tegenstanders van Bush. Krijgslustige regeringen zien zich geconfronteerd met massale anti-oorlog betogingen. Ook de Nederlandse vredesbeweging is verdeeld.

Vanavond trachten de Europese leiders hun ruzies over Irak uit te praten, in aanwezigheid van Kofi Anan als therapeut. De grote vraag is: valt de schade nog te beperken? Of ontploft het Europees buitenlands beleid nog voordat het van de grond is gekomen?

Het is op zich niet verbazingwekkend dat over zo'n controversieel onderwerp als het ontketenen van een preventieve oorlog tegen een gevaarlijke dictator de meningen overal, en dus ook binnen de EU, uiteenlopen. Het verontrustende zit in de toon waarmee bondgenoten en partner-landen elkaar bejegenen, het diepe wederzijdse onbegrip en het gebrek aan bereidheid zich te laten overtuigen of compromissen te vinden.

Zo zagen alle partijen in de rapportage van Blix de bevestiging van hun eigen gelijk. De Europese regeringen maken verschillende afwegingen van de risico's van een oorlog, vanuit hun eigen nationale belang. Dat is echter nog geen verklaring voor de ongekende heftigheid van de tegenstellingen. Deze moet gezocht worden in de nog niet uitgekristalliseerde nieuwe wereldorde na de val van de Muur en de groeiende kloof tussen de VS en Europa. De nieuwe machtsstrijd leidt tot onverantwoordelijk rigide gedrag van de hoofdrolspelers.

De regering-Bush is er nog niet aan gewend dat Europa voor zijn eigen veiligheid niet langer afhankelijk is van de VS en zich daar ook naar gedraagt. Bondgenoten die weigeren te doen wat Amerika wil, worden verontwaardigd of zelfs denigrerend toegesproken. De eigen militaire en morele superioriteit wordt niet alleen diep gevoeld in Washington, maar ook in de media en brede lagen van de Amerikaanse bevolking. De regering kan ongestraft lak hebben aan internationale verdragen (Kyoto, Strafhof). De VS mogen van een meerderheid van de bevolking militair optreden in Irak, ook buiten de V-raad om. Na 11 september zijn Amerikanen veel sterker dan Europeanen geobsedeerd door terrorisme en kwaadaardige regimes.

De Europese staten hebben tegenwoordig veel meer ruimte voor zelfstandige nationale buitenlandse politiek dan tijdens de bevroren verhoudingen in de Koude Oorlog en maken daar gretig gebruik van. Ook compenseren de regeringsleiders in toenemende mate het verlies aan nationale soevereiniteit door de Europese beleidsintegratie met een grotere profileringsdrang op het internationale podium. De EU-landen gebruiken hun nieuwe bewegingsvrijheid vooral door zeer verschillend te reageren op de Amerikaanse politiek. Schröder schoffeert Bush liever dan dat hij verkiezingen verliest. De slimme Chirac bedient het thuisfront met een kritische Irak-politiek, zonder de deur naar militaire acties voorgoed dicht te slaan. De weigering van Duitsland, Frankrijk en België om bondgenoot Turkije verdedigingswapens (Patriots) te leveren heeft weinig met Irak en veel met Amerika te maken: denk maar niet dat wij jou nog langer blindelings gehoorzamen.

Inmiddels zijn de sterk uiteenlopende verhoudingen met Washington uitgegroeid tot de grootste Europese splijtzwam. Duitsland was met het Groot-Brittannië de belangrijkste Amerikaanse bondgenoot in Europa. Voor Washington was bovendien de as Berlijn-Parijs van bijzondere betekenis om de Franse eigenzinnigheid in te tomen. Deze waardevolle driehoeksverhouding is nu ontbonden. Toen Schröder en Chirac zich als de grootste opponenten van Amerika's Irak-politiek ontpopten wist het Witte Huis van de weeromstuit Blair, Berlusconi, Aznar en andere Europese leiders met succes te mobiliseren tegen het Duits-Franse verraad. Geen wonder dat in de V-raad Groot-Brittannië en Spanje diametraal anders reageerden op de rapportage van Blix dan Frankrijk en Duitsland.

De oplopende spanningen in de EU moeten ook gezien worden in het licht van de uitbreiding. De nieuwkomers zien hun veiligheidsbelangen het best gewaarborgd door de VS en de NAVO. De recente steunverklaring van de Midden-Europese landen aan Bush' Irak-politiek onderstreept dat hun loyaliteit eerder bij Washington ligt dan bij Parijs of Bonn. De groeiende (vooral Franse) behoefte om het Europees buitenlands beleid te ontwikkelen als tegenwicht tegen Amerikaanse overheersing dreigt door de EU-verbreding in de kiem te worden gesmoord.

In de Conventie over de toekomst van de EU worden ideeën ontwikkeld om Europa voortaan met één stem te laten spreken. Meerderheidsbesluiten of het aanstellen van één superminister van Buitenlandse Zaken zijn echter geen afdoende oplossingen. Verdragswijzigingen creëren nog geen gemeenschappelijk beleid. Zolang Parijs en Londen het onderling oneens zijn en hun eigen vetorecht houden in de V-raad komt er niets van terecht. Prioriteit moet liggen in het vinden van een gezamenlijke visie op de relatie met de VS. Deze moet worden gebaseerd op gelijkwaardigheid, wederzijdse belangen en respectvol omgaan met eventuele meningsverschillen.

In de kwestie Irak hebben westerse leiders zich de gevangenen laten maken van hun ononderhandelbare standpunten en hun daaraan gekoppelde prestige. De EU kan vanavond alleen een totale mislukking voorkomen als de scherpste opponenten, Duitsland en Groot-Brittannië, inbinden. Schröder doet er verstandig aan toe te geven dat de inspecties resultaten opleveren dankzij aanhoudende militaire druk. Blair riskeert zijn politieke toekomst als hij onverkort vasthoudt aan zijn oorlogszuchtige opstelling, waartegen in Londen een miljoen (voormalige) aanhangers van hem demonstreerden. Er is immers nu noch een rechtvaardiging noch voldoende publieke steun voor een spoedige oorlog. Een vreedzame oplossing is alsnog mogelijk als Irak pro-actief meewerkt aan alle openstaande punten. De inspecties moeten voortduren zolang de inspecteurs dat zelf noodzakelijk achten. Verder moet de EU een topontmoeting met Bush voorstellen. Doel hiervan is het wederzijdse onbegrip over Irak te verkleinen, de confronterende retoriek te staken en bij het formuleren van een oplossing, het gezichtsverlies bij elkaar te beperken.

In de crisis om Irak gaat het niet alleen om massavernietigingswapens of de verwijdering van Saddam, maar ook om een nieuwe orde in de westerse wereld. Het ontwapenen van Irak langs vreedzame weg is echter te belangrijk om het ondergeschikt te maken aan de herverdeling van de macht in eigen kring. Alleen door een buigzame houding kunnen de Europese leiders de explosieven onder de EU onschadelijk maken.

Meer over