EU-landen moeten prijs betalen voor tegenspel aan VS

Kan de Europese Conventie, die vandaag in Brussel begint, helpen bij het herstellen van het vertrouwen van burgers in Europa?...

EUROPA moet zich niet onderdanig gedragen ten opzichte van de VS, maar een welbewust tegengeluid laten horen, zo vertolkt Willem de Bruin uitstekend de opvatting van het Europees Parlement (Reflex, 23 februari). Tegelijkertijd vindt hij het echter een illusie te denken dat Europa gehoor zal vinden in Washington.

Deze tegenstrijdigheid weerspiegelt exact Europa's frustratie, namelijk het onvermogen om te voldoen aan de groeiende behoefte aan invloed in de wereld. Dat kan veranderen als de juiste politieke keuzes worden gemaakt, maar daar ziet het helaas niet naar uit.

Zo dreigt de Europese Conventie die vandaag in Brussel van start gaat, opnieuw een belangrijke bijdrage te leveren aan Europa's machteloosheid op het gebied van buitenlands beleid. Het voornaamste motief voor deze brede, openbare discussie is het afnemend vertrouwen van de bevolking in de Brusselse besluitvorming. Veel Europese politici menen dat de oplossing ligt in het teruggeven van de zeggenschap aan regeringen en nationale parlementen. De rol van de Commissie en het Europees Parlement moet tegelijkertijd worden ingedamd.

Dit voorstel is echter een garantie voor verlamming van de besluitvorming in een Unie van, op termijn, meer dan 25 lidstaten. Hoe diverser nationale visies en belangen, des te groter de noodzaak van sterke Europese instellingen die verenigen wat bindt en niet benadrukken wat scheidt. Politici moeten dat aan hun eigen bevolking duidelijk durven maken. Door voor de laffe weg van renationalisatie te kiezen maken ze het de EU onmogelijk te doen, wat van haar verwacht wordt en wordt de kloof met de burger dus alleen maar dieper.

Deze verkeerde benadering heeft funeste gevolgen voor het Europees buitenlands- en veiligheidsbeleid. Met één stem spreken en meer gewicht in de schaal leggen ten opzichte van Amerika kan alleen als de bereidheid bestaat meer soevereiniteit te delen en meer macht aan de Europese instituties te gunnen. Maar niets daarvan.

Het buitenlands beleid blijkt telkens weer de lastigste te integreren sector. Het gaat om meer dan verschillen in nationaal belang of historische bindingen met derde landen. In toenemende mate trachten regeringen verlies aan soevereiniteit en identiteit op overige gebieden in het integratieproces te compenseren door een sterk geprofileerde nationale buitenlandse politiek.

Bij ernstige crises, zoals de Golfoorlog, de Balkan en Afghanistan, gaan vooral grotere lidstaten als het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Duitsland graag op de solotoer. Bovendien willen ook regeringsleiders verkiezingen winnen en grijpen dus elke kans dankbaar aan om, via een prominente rol op het internationale toneel, hun binnenlandse politieke concurrenten het nakijken te geven.

Vrijwel geen onderwerp biedt immers zoveel mogelijkheden tot mediaprofilering als optreden met andere groten der aarde. Naarmate de buitenlandse politiek van lidstaten meer opgaat in een gemeenschappelijk 'anoniem' Europees beleid vervallen de mogelijkheden om nationale gevoelens politiek te exploiteren.

Deze obstakels om met één stem in de wereld te spreken zullen met de uitbreiding alleen maar groeien. Ogenschijnlijk kunnen de kandidaat-lidstaten zich veelal vinden in het externe beleid van de huidige lidstaten. Maar in werkelijkheid dreigt er straks een doos van Pandora te worden geopend. De zojuist verworven soevereiniteit leveren de voormalige Sovjetsatellieten niet graag weer in. Hun kijk op de wereld wordt sterker dan in West-Europa, bepaald door trauma's uit het verleden en etnische en nationalistische sentimenten.

Rusland wordt meer dan bij ons nog steeds als bedreigend ervaren. De nieuwe democratieën willen hun veiligheid via het NAVO-lidmaatschap gegarandeerd zien door de VS. Ze hebben daarom weinig fiducie in een zelfstandig Europees veiligheids- en defensie beleid. Op Polen na zijn alle toetreders kleinere staten waardoor de bestaande tegenstelling tussen grote en minder grote lidstaten verder wordt verdiept. Naarmate de Europese eenheid groeit, neemt de versnippering toe.

Al deze overwegingen dwingen Europa er toe om duidelijke keuzes te maken. Als de EU een wereldrol wil vervullen naast de VS moet zij bereid zijn daar de niet geringe politieke prijs voor te betalen. Verdere harmonisering van de buitenlandse politiek betekent inleveren van nationale zeggenschap en politieke identiteit. De Conventie moet een werkbaar model ontwikkelen, dat recht doet aan het aantal en de diversiteit van de lidstaten: het 'flexibele engagement'.

Op hoofdlijnen moet er overeenstemming zijn, op onderdelen is het geen ramp als lidstaten niet meedoen. In crises wordt de zeggenschap bepaald door de bijdrage die wordt geleverd aan de oplossing. Hiermee wordt het machtsverschil tussen staten noch ontkend noch geformaliseerd.

Europa zal de VS militair nooit kunnen evenaren. Waar het gaat om hoogtechnologische wapens, transport, inlichtingen en speciale eenheden lopen de Europese staten nu al ver achter. Dat zal alleen maar erger worden nu Bush zijn defensiebudget drastisch verhoogt, terwijl de EU-staten hun uitgaven binnen de beperkingen van het Verdrag van Maastricht moeten houden. Daarom is het onvermijdelijk om tot een zekere taakverdeling met de Amerikanen te komen, op basis van waar beide het best in zijn.

Het analyseren van situaties en het ontwikkelen van strategisch beleid zal meer dan ooit een gezamenlijke verantwoordelijkheid moeten worden. Het leent zich niet voor herhaling dat over de Atlantische Oceaan heen en weer geschreeuwd wordt na een presidentiële speech, waarin een ingrijpende politiek wordt aangekondigd, zonder dat NAVO en EU zelfs maar genoemd worden.

De VS moeten er van doordrongen worden dat het niet in hun belang is om bondgenoten onnodig van zich te vervreemden. Anderzijds moet Europa zijn ambities in overeenstemming houden met de eigen bereidheid om hiervoor offers te brengen. We moeten voorkomen dat de Amerikaanse president uit de heup schiet, terwijl de Europeanen eindeloos vergaderen over zijn wapenvergunning.

Meer over