AnalyseZwitserland-EU

EU kijkt meewarig naar Zwitserse Alpenmoed: Bern vervreemdt zich moedwillig van Europa

Vanuit het perspectief van de Europese Unie heeft Zwitserland misschien wel het beste van twee werelden: totale soevereiniteit op eigen bodem en onbelemmerd toegang tot een markt van 450 miljoen EU-burgers. Voor dat laatste moeten wel akkoorden worden gesloten. Maar daar heeft Bern plots geen zin meer in.

De Zwitserse buitenlandminister Cassis, president Parmelin en justitieminister Keller-Sutter komen aan bij een persconferentie, waar zij zouden aankondigen geen handelsakkoord met de EU te willen sluiten. Beeld AFP
De Zwitserse buitenlandminister Cassis, president Parmelin en justitieminister Keller-Sutter komen aan bij een persconferentie, waar zij zouden aankondigen geen handelsakkoord met de EU te willen sluiten.Beeld AFP

Bij gebrek aan Alpen­retoriek en -heroïek is het velen ontgaan maar in Zwitserland heeft een mini-Brexit plaatsgevonden. Niet door de band met de EU demonstratief op te blazen, zoals de Britten deden, maar door de zeer profijtelijke toegang voor Zwitserse bedrijven tot de interne markt simpelweg met de tijd te laten vervagen. Een kwestie van economische versterving.

In Brussel schudden ambtenaren meewarig het hoofd over de Zwitserse opstelling. ‘Zwitserland had het het beste van twee werelden’, zegt een betrokken Commissie-ambtenaar. Geen lid van de EU maar voor weinig geld vrijwel onbelemmerde toegang tot de markt van 450 miljoen EU-burgers. Aan dat alles komt nu een eind. ‘De tijd zal de relatie tussen Zwitserland en de EU eroderen’, aldus de Commissie.

Zeven jaar is er onderhandeld tussen Bern en Brussel over een nieuw handelsakkoord. Een akkoord – officieel: Institutional Framework Agreement – dat het bestaande handelsverdrag uit 1972 plus 120 sectorale afspraken nadien moest vervangen en moderniseren. Er lag een ontwerptekst (sinds 2018), maar de handtekening van Bern liet op zich wachten. Gedraal en nieuwe onderhandelingen volgden. Tot de Zwitserse federale regering eind vorige maand definitief afhaakte.

De grootste ‘struikelblokken’ voor Bern waren striktere regels voor staatssteun aan bedrijven; in Zwitserland werkende EU-burgers die een beroep doen op de sociale zekerheid; en die (door hun plek op de Zwitserse arbeidsmarkt) de lonen zouden drukken. Maar de echte kwestie was – net als bij Brexit – het gevoel dat Brussel tornde aan de soevereiniteit. De rechts-populistische SVP (Zwitserse Volkspartij) van president Guy Parmelin wilde dat niet voor haar rekening nemen. Niet verbazingwekkend: in 2020 ondernam de SVP nog een (mislukte) poging EU-burgers ­helemaal van de Zwitserse arbeidsmarkt te weren.

Voortmodderen

Wat nu? De Zwitserse regering zegt dat het ‘in het gezamenlijk belang’ van de EU en Zwitserland is om op de oude weg voort te gaan. Voortmodderen dus met het vijftig jaar oude handelsverdrag en de 120 aanvullende sectorale afspraken uit 1999 en 2004.

Het probleem met die afspraken is dat ze ‘statisch’ zijn, dus periodiek aanpassing vergen aan de steeds veranderende Europese regels (scherpere eisen) en voor nieuwe producten. Precies daar had de EU geen zin meer in, het vergt nogal wat menskracht. Daarbij zijn de huidige afspraken (vooral over staatssteun) niet evenwichtig, ze bevoordelen Zwitserse bedrijven. Vandaar de wens van de EU voor een nieuw, dynamisch handelsverdrag, dat Zwitserland zou verplichten de Europese regels te volgen.

Bern wil nu graag een ‘politieke dialoog’ met de EU over ‘voortgaande samenwerking’. Een suggestie die in Brussel tot lichte verbijstering leidt: ‘Die dialoog was er, zeven jaar lang. Nu is die voorbij’, aldus een ambtenaar.

Zwitserland gokt erop dat als het aanklopt bij de meest bevriende buren – Duitsland en Oostenrijk – de deur naar de EU wel weer open gaat. Een riskante strategie. De Britten dachten ook dat zij als Verenigd ­Koninkrijk de EU-27 uit elkaar zouden spelen. Het tegenovergestelde was het geval: de EU stond als een blok en in Londen vochten ze elkaar het Lagerhuis uit.

Als de Zwitsers niet tot inkeer komen, rest niets anders dan een geleidelijke afbraak van de handelsbetrekkingen tussen de EU en Zwitserland. De eerste erosie is al zichtbaar: eind mei verliep de wederzijdse erkenning van standaarden van medische apparatuur. Als gebaar van goede wil, bood de EU nog aan die erkenning tijdelijk te verlengen. Bern reageerde er niet op. Met als gevolg dat vanaf nu Zwitserse fabrikanten van medische apparatuur steeds opnieuw goedkeuring moeten vragen (inclusief alle tests en papierwerk) om hun producten in de EU te kunnen verkopen.

Datzelfde lot (aflopen wederzijdse erkenning) treft de komende jaren 19 andere sectoren, variërend van machines, tot speelgoed en van bouwmateriaal tot explosieven. Voor de handel in landbouwproducten komen er grenscontroles en aparte regels voor de etikettering. Zwitserland verliest zijn geprivilegieerde toegang tot de Europese elektriciteitsnetwerken, waardoor de Zwitsers meer voor hun stroom gaan betalen.

Net als een lawine kan de handelserosie plots versnellen. Zeven sectorale afspraken (waaronder vrij verkeer van mensen, handel in landbouwproducten, luchtvaart) zijn aan elkaar gekoppeld met een zogenoemde ‘guillotine clausule’: als er één wordt beëindigd, vervallen ze allemaal.

Export / import

Het opdrogen van de handelsstromen raakt Zwitserland harder dan de EU, ook die situatie lijkt op de Brexit. De helft van de Zwitserse export is bestemd voor de EU, de import komt voor 42 procent uit de EU. Voor de EU liggen deze cijfers op respectievelijk 7 en 6 procent. Zwitserland drijft meer handel met de Duitse deelstaat Baden-Württemberg dan met China. Uit onderzoek blijkt dat Zwitserland jaarlijks 18- tot 27 miljard euro verdient aan toegang tot de Europese markt.

Een afname van het vrij verkeer van werknemers, heeft ook de nodige consequenties. Bijna een kwart van het aantal werkenden in Zwitserland heeft een EU-paspoort. Ruim eenderde van de artsen komt uit het buitenland (vooral Duitsland), voor koks en ander horecapersoneel ligt dit op 45 procent, voor bouwvakkers op 35 procent. Zwitserland heeft niet genoeg eigen mensen (en opleidingsplaatsen) om haperingen in dit arbeidsaanbod op te vangen.

Dat Bern nu plots schermt met het aanbod 1,1 miljard euro in het EU-budget te storten – om de lidstaten gunstig te stemmen – maakt weinig indruk op Brussel. Die bijdrage was al in 2017 toegezegd maar nooit betaald.

Brusselse ambtenaren plaatsen sowieso vraagtekens bij de wens van Zwitserland om de banden aan te halen. Afgelopen jaar stelde de Commissie voor twee keer per week te onderhandelen, de Zwitsers waren bereid tot één keer per twee weken.

De rek bij de EU is eruit. In een ultieme poging de handelsgesprekken te redden bood Brussel aan het werk van sommige groepen EU-werknemers in Zwitserland (de bouw en andere diensten) te beperken tot maximaal 90 dagen. Geen enkele andere handelspartner geniet zo’n voorrecht.

Daarnaast kent de EU sinds kort het ‘gelijk loon voor hetzelfde werk’-principe om uitbuiting via uitzendconstructies (en dus druk op de lonen) te voorkomen. Dat beginsel zou ook deel uitmaken van het nieuwe handelsverdrag met Zwitserland. Het was niet genoeg voor Bern.

Meer over