EU heeft genoeg geld voor Kosovo én arme landen

In haar ontwerpbegroting worden de kosten van de wederopbouw van Kosovo verhaald op de arme landen waarmee de EU een ontwikkelingsrelatie onderhoudt....

DE regeringen van de EU-landen kunnen het maar niet laten om pendelende instellingen in het leven te roepen. In het verleden heeft politieke koehandel er onder meer toe geleid dat het Europees Parlement is veroordeeld tot een bestaan van reizend circus. Nu dreigt ook het Europees agentschap dat de wederopbouw van Kosovo ter hand neemt te moeten gaan pendelen.

Want niet de plaats waar de actie is, maar de Griekse havenstad Thessaloniki wordt de hoofdzetel. Een ongelukkige keus. Dit is vragen om nodeloze kosten en moeilijkheden bij de coördinatie van de werkzaamheden. De begrotingscommissie in het Europees Parlement wil dan ook unaniem dat het hele agentschap in de Kosovaarse hoofdstad Pristina wordt gevestigd.

Dit is niet het enige conflict tussen het Europees Parlement en de Raad van Ministers over de wederopbouw. Ook over de vraag hoe de wederopbouw van Kosovo gefinancierd moet worden, bestaat verschil van mening. De komende maand wordt dit een belangrijk strijdpunt tussen de twee instellingen die samen de Europese begroting vaststellen. Waar komen de 500 miljoen euro wederopbouwhulp, die voor het komende jaar zijn ingeboekt, vandaan?

Eerder dit jaar, in mei, hebben de Raad en het EP een overeenkomst gesloten over de financiering van de EU in de komende zeven jaar. Daarin zijn voor de verschillende categorieën van de begroting de maximale uitgaven vastgelegd. In deze overeenkomst staat uitdrukkelijk vermeld dat de wederopbouw van Kosovo als een uitzonderingsgeval dient te worden behandeld en dat, indien nodig, het financiële plafond van de categorie buitenlandse uitgaven hiervoor kan worden verhoogd.

Een verstandige clausule, want de oorlog om Kosovo was op dat moment nog in volle gang, de schade onbekend. Wel was toen al duidelijk dat het herstel van Kosovo grotendeels voor rekening van de Europese landen zou komen. De VS namen immers het leeuwendeel van de militaire interventie voor hun rekening.

De EU - militair onmachtig maar redelijk sterk in conflictbeheersing door middel van economische samenwerking - zou het voortouw nemen bij de na-oorlogse wederopbouw en stabilisering van de Balkan, zo werd keer op keer benadrukt. Een offervaardigheid waarmee de West-Europese regeringen de critici trachtten gerust te stellen die riepen dat de NAVO Servië en Kosovo naar het Stenen Tijdperk terugbombardeerde.

De strijd om Kosovo was echter nog maar nauwelijks voorbij, of staatssecretaris Benschop en zijn collega-bewindslieden in de Europese Begrotingsraad kwamen met een ontwerpbegroting die de financiële offers van de EU voor Kosovo ten laste laat komen van de arme landen waarmee de EU een ontwikkelingsrelatie onderhoudt. Het potje voor Kosovo wordt gevuld door de andere uitgaven in de categorie buitenland over de hele linie met 10 procent te korten.

Een kortzichtige boekhoudersaanpak. GroenLinks heeft van meet af aan kritiek gehad op het streven van Den Haag en andere nationale hoofdsteden om de EU-begroting te bevriezen. Niet 'geld terug', maar 'waar voor uw geld' moet het motto zijn van de Europese begrotingspolitiek. Er valt dus best te praten, ook met GroenLinks, over het inkrimpen of afschaffen van hulpprogramma's die niet goed lopen.

Het tegengaan van verspilling is een belangrijke taak voor het Europees Parlement - zie het voorbeeld van het Kosovo-agentschap. Maar het gebruik van de kaasschaafmethode door de Begrotingsraad bewijst dat van een serieuze afweging van prioriteiten geen sprake is geweest.

Het is bovendien de vraag of de door Benschop c.s. gewenste kortingen op de lange termijn voordelig uitpakken. De EU zal minder geld hebben voor economische samenwerking met Afrika, Latijns-Amerika en Azië. Minder geld voor projecten om het vredesproces in het Midden-Oosten te bevorderen. Op steun aan niet-gouvernementele organisaties wordt beknibbeld, als het aan de Raad ligt, net als op projecten om vluchtelingen en gedemobiliseerde soldaten weer in de samenleving op te nemen.

Hier geld weghalen om elders de wederopbouw te financieren getuigt niet van een vooruitziende blik. De les van Kosovo is immers dat we meer dan ooit zullen moeten investeren in conflictpreventie. Dat vergt onder meer economische en financiële hulp ter bestrijding van de armoede die op vele plaatsen in de wereld een voedingsbodem is voor (etnische) conflicten. Als zulke conflicten eenmaal zijn uitgelopen op ernstige mensenrechtenschendingen, dan is interventie een dure en hachelijke zaak.

Dat het Europees Parlement ernstig verzet zal bieden tegen het voornemen van de Raad om de arme landen te laten opdraaien voor de wederopbouw van Kosovo, bewijst het recente besluit van de begrotingscommissie. Het voorstel van de Raad om het agentschap voor de wederopbouw van Kosovo deels te financieren door dit jaar al te korten op de samenwerking met Zuid-Afrika, Latijns-Amerika en Azië werd geblokkeerd. In plaats daarvan is op instigatie van GroenLinks het geld gevonden in het garantiefonds voor de landbouw, waar door de stabiele landbouwprijzen een reserve was opgebouwd die toch niet meer uitgegeven kon worden.

Nu is het zaak de bewindslieden in de Begrotingsraad ervan te overtuigen dat ook de feitelijke wederopbouw van Kosovo niet ten koste mag gaan van zinvolle steun aan andere delen van de wereld. De EU-landen krijgen dit jaar 1,6 miljard euro terug die zijn overgebleven op de Europese begroting van 1998. Eénderde van dat overschot besteden aan Kosovo, dat kan toch geen onoverkomelijk probleem zijn?

Meer over