Etnisch geweld breekt uit in delen Kosovo

Bij gevechten tussen Serviërs en Albanezen op een tiental plaatsen in Kosovo zijn gisteren en vannacht zeker vijftien doden en driehonderd gewonden gevallen....

Van onze correspondent Olaf Tempelman

De onlusten begonnen in de etnisch verdeelde Kosovaarse stad Mitrovica, waar tien van de doden vielen en driehonderd gewonden, onder wie elf Franse KFOR-militairen. Het waren de hevigste onlusten in Kosovo sinds 1999. Aanleiding waren berichten van Albanese media in Kosovo over twee verdronken Albanese kinderen. Servische kinderen zouden hen de Ibar hebben ingejaagd.

Nadat het nieuws bekend werd, stormden honderden Albanezen, woonachtig op Mitrovica's zuidoever, naar de door Serviërs bewoonde noordoever, waar zich onmiddellijk mensen groepeerden. Bij de brug over de Ibar opgestelde KFOR-troepen trachtten de hordes aan beide kanten met traangas en rubberen kogels uiteen te jagen. Volgens ooggetuigen schoot op dat moment een Serviër met een kalasjnikov op de Albanese menigte. Albanezen met revolvers vuurden terug, waarna de situatie escaleerde.

Daarna verspreidde het geweld zich naar Lipljan, Pec, Urosevac en Pristina. In het dorpje Caglavica nabij de Kosovaarse hoofdstad Pristina kwam het gisteren tot gewelddadigheden. Serviërs blokkeerden voor de derde dag toegangswegen uit protest tegen het beschieten van een Servische jongen vanuit een Albanese auto eerder deze week. Duizenden Albanezen uit Pristina voelden zich geprovoceerd en marcheerden gisteren naar het dorpje Ob.

Eenheden van de VN-politie en KFOR trachtten de opmars te stoppen, maar konden niet verhinderen dat ten minste één handgranaat werd geworpen en twee Servische huizen in brand werden gestoken. In de stad Pec openden Albanezen de aanval op het lokale hoofdkwartier van de VN.

Kosovo wordt sinds het einde van de oorlog in 1999 bestuurd door de VN, maar is officieel nog steeds deel van Servië, al heeft Belgrado er geen gezag meer. De meeste Albanezen, 95 procent van de huidige Kosovaarse bevolking, zijn verontwaardigd dat onafhankelijkheid is uitgebleven. In 1999 werden honderdduizenden Serviërs uit de provincie verjaagd. De overgeblevenen leven in enclaves en hopen op een herstel van het gezag van Belgrado.

Meer over