Eskimo-dansers lijden in traditionele pakken

Ze zullen de verwarming wel uit hebben staan. En dan nog stikken van de hitte, want in hun land is het driekwart van het jaar min vijftig....

'We genieten gewoon van de warmte', zegt Wassily Kevkei lachend. Hij is de geestelijk en artistiek leider van het Eskimo-dansgezelschap Ergyron uit Anadyr, de hoofdstad van het schiereiland Chukotka op elf uur vliegen van Moskou. De negentien dansers en zangers treden de komende twee maanden door het hele land op. Al die tijd zitten ze in Het Grote Bos, een bungalowpark in Doorn.

Het moet een vreemde ervaring zijn, al die bomen. In het onbegaanbare Chukotka groeit, op een paar graspollen na in de zomer, helemaal niets. 'Het is een wonder dat ze in Nederland zijn', vertelt Gala Krotchenkova, de Russisch sprekende productieleidster. 'Twee dagen zaten ze vast in een sneeuwstorm, ijsberen te tellen. Uiteindelijk hebben ze de weergoden gevraagd om goed weer en haalden ze alsnog het vliegtuig dat eens in de week vertrekt.'

Terwijl een aantal dansers als ontbijt warme aardappels, rijst en groenten eet, vertelt Kevkei over de Chukchi-cultuur. 'De meeste Chukchi leven van de jacht, op rendieren, wolven, beren, walvissen, walrussen - heerlijk vlees! Wij leven van het dansen', legt Kevkei geduldig uit. Met zijn Adidas-trainingspak aan ziet hij er niet echt uit als een oppereskimo.

Pas als het gezelschap in het Parktheater in Alphen aan de Rijn de openingsdans repeteert, wordt het clichébeeld van de eskimo bevestigd: lange haren in een staart, zwarte snor, kleurig bandje om het voorhoofd, kralen, lange jas van donkerbruin rendierenleer, met bont afgezette capuchon, pantoffelachtige schoentjes.

Alleen tijdens de openingsdans wordt geoefend met de kostuums aan. 'Die pakken zijn verschrikkelijk warm en zwaar, maar kunstenaars moeten kunnen lijden', grapt danseres Svetlana.

De openingsdans is een dankbetuiging aan Moeder Natuur. Op de achtergrond zingen drie vrouwen en twee mannen vijfstemmige melodieën, afgewisseld met imitaties van diergeluiden. Op de voorgrond dansen de mooi uitgedoste vrouwen met verleidelijk wiegende heupen in een kring, of op een rij. De mannen erachter begeleiden hen op de jarar, een grote handtrommel van gespannen rendierenleer, of ze laten zich verleiden. Ook dansen de mannen alleen, als jagers onder elkaar: vrolijk, uitgelaten, energiek.

Van tijd tot tijd halen ze ingewikkelde acrobatische toeren uit, met een trampoline van door de dansers zelf gespannen doek. Dansers worden meters de lucht in gegooid en draaien dan schroeven en salto's. Geen van de artiesten heeft een officiële opleiding gevolgd. Van jongs af aan dansen ze al op volksfeesten. Elk jaargetijde heeft zijn feest en elk feest heeft zijn eigen dans: de dans van de jonge rendieren, van de zon, van de walvisvangst, van de eerste sneeuw.

Meer over