Escober

Overkill van het echtpaar Berry en Esther Verhoef ramt er keihard in.

Escober: Overkill

Anthos; 308 pagina's; euro 19,95.


Verschijnt donderdag 18 april.


Ze duwde hem tegen de muur en zakte meteen op haar knieën. Knoopte zijn broek open, sloot haar mond om hem heen. Hij greep haar achterhoofd. Gleed met twee vingers tussen boterzachte plooien, volledig gladgeschoren, 'rijke slet'. Voorover op bed, achterlijf omhoog, haar lichaam in steeds heviger ritme. De reflectie in de enorme spiegel, hij trok zich abrupt uit haar terug. 'En toen ze zich licht gedesoriënteerd naar hem omdraaide, haar lippen gezwollen, haar mascara uitgelopen, greep hij haar blonde haren achter in haar nek beet, trok haar naar zich toe en liet zijn warme stralen neerkomen op haar gezicht.'


Een half uur daarvoor: Ronny Schut, 37, ex-commando, nu beveiligingsexpert, kijkt naar de vrouw des huizes. Ze vangt zijn blik net iets te lang achter de rug van haar echtgenoot. We hebben een rookmelder nodig, zegt de man. En een alarmsysteem. Maar nu moet hij naar zijn werk.


'Wilt u nog meer zien?', vraagt de vrouw. 'Laat me alles maar zien', zegt Ronny. Vrouw: 'Je hebt iets gevaarlijks om je heen hangen.' Ronny zei niets. Nog geen twee dagen geleden had hij een kerel, een gestoorde kickbokser, om zeep geholpen. Het was niet zijn eerste moord, en zeker niet zijn laatste.


Het eerste hoofdstuk van Overkill, het nieuwe boek van Escober (het echtpaar Esther en Berry Verhoef), ramt er meteen in. Een waardige opvolger van de Sil Maier-trilogie en Chaos. Keiharde, psychologische actiethrillers, die de destructieve kanten van mensen blootleggen, en ook de verklaarbare oorzaken daarvan.


De hoofdstukken zijn kort. In weinig woorden kan veel gezegd worden. De bloedspatten zaten tot tegen het plafond. Het kruis van de dode was een bloederige massa. Evenals zijn gezicht, dat als toegift een klein zwart gat had gekregen, zo te zien van een kaliber .22.


Mark Ceelen, 34 jaar, rechercheur bij de Unit Zware Criminaliteit, kijkt met weerzin naar het lijk van Karel Bol, voormalig conrector; een veroordeelde pedofiel die vervroegd was vrijgekomen. Wraak? Roof? De volgende was Bas Verdonk, planner bij een expeditiebedrijf, twee keer getrouwd geweest, telkens met een jonge Thaïse. Beide vrouwen waren spoorloos verdwenen. Een man die zijn gewelddadigheid en bizarre seksuele voorkeuren binnenshuis uitleefde. Moord? Iedereen die bij het onderzoek betrokken was, had het geweten, maar er waren geen sporen, geen lijken, dus Verdonk ging vrijuit.


Ook de volgende lijken vertonen uitzinnige verminkingen, zozeer zelfs dat de moordenaar bang werd voor zichzelf. Er kwamen de laatste tijd oude beelden terug. Lijken, verminkingen, hij rook angstzweet, hoorde in vreemde talen het schreeuwen van mensen in doodstrijd, zag de resten van vrouwen en kinderen, oorlogsafval, en alles mengde zich met de pijn en de woede die al veel langer in hem huisde.


Reinier Muller, 38 jaar, is rechter-commissaris, en moet nog dertig jaar volmaken, een weerzinwekkend vooruitzicht. Voor vrouw en dochters blijft hij zitten waar hij zit. Maar het liefst zou hij er vandoor gaan. 'Naar een plek waar hij geen lafaard was. Geen gevangene in een systeem dat hij zelf mee in stand hield.'


In het scherp geschreven verhaal is het al snel duidelijk wie wie is en wie wat doet, maar de spanning zit opgesloten in de karakters, van vroeger en nu.


Zo kwamen Ronny en Reinier lang geleden op de dorpsschool naast elkaar te zitten. 'Vrienden worden?', zei de een. 'Ik hoef geen vrienden!', zei de ander. Toch zouden ze zo dicht en wanhopig met elkaar verbonden raken dat - na een overkill aan ellende - alleen de dood erop kon volgen. 'We waren vrienden, toch?' 'De allerbeste.'

Meer over